Vragen van het lid Ouwehand (PvdD) aan de Staatssecretaris van Economische Zaken en
de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport over het gevaarlijke landbouwgif
buprofezin (ingezonden 29 november 2016).
Antwoord van Staatssecretaris Van Dam (Economische Zaken) (ontvangen 27 december 2016).
Vraag 1
Kunt u bevestigen dat de Europese Unie het bestrijdingsmiddel buprofezin gaat verbieden
voor toepassing op eetbare gewassen, omdat er in met buprofezin besmette producten
bij de bereiding de erkende kankerverwekkende stof aniline ontstaat?1
Antwoord 1
Nee, dat kan ik niet omdat de Europese Commissie (EC) (nog) geen besluit heeft genomen
om goedkeuring van buprofezin aan te passen. Zie verder het antwoord op vraag 4.
Vraag 2
Kunt u bevestigen dat het bewust toevoegen van een kankerverwekkende stof aan voedingsproducten
niet toegestaan is in Europa?
Antwoord 2
Op grond van de Europese levensmiddelenwetgeving is het niet toegestaan om bijvoorbeeld
een voedseladditief, dat als kankerverwekkend wordt geclassificeerd, bewust aan een
voedingsproduct toe te voegen.
Vraag 3
Kunt u bevestigen dat er van kankerverwekkende stoffen geen veilige dosis bestaat,
en dat het gebruik ervan in eetbare gewassen dan ook altijd risico’s oplevert?
Antwoord 3
Verordening (EG) nr.1107/2009 betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen
bevat eisen en voorwaarden voor het goedkeuren van werkzame stoffen en de procedure
die hiervoor gevolgd moet worden. De Europese Commissie (EC) is bevoegd werkzame stoffen
goed te keuren, waarbij de EFSA (European Food and and Safety Authority) adviseert.
De EC heeft recent (nog) geen besluit genomen over een aanpassing van de goedkeuring
van buprofezin. Het is mij bekend dat de EC aan EFSA een advies heeft gevraagd aangaande
buprofezin en in relatie met de stof aniline. Hierover zal dan in het betreffende
permanente comité met de experts vanuit de lidstaten het gesprek worden gevoerd.
Vraag 4
Kunt u uitleggen hoe het kan gebeuren dat, terwijl dit landbouwgif in de Europese
Unie wordt verboden (een proces dat al jaren loopt), in Nederland het College voor
de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb) nu zeer recent een toelating
heeft gegeven voor ditzelfde landbouwgif2 voor gebruik in voedselgewassen (tomaat, komkommer, aubergine)? Was u van de aanvraag
voor toelating op de hoogte? Heeft het Ctgb overleg met u gezocht over deze aanvraag
voor toelating voor een bestrijdingsmiddel dat wegens volksgezondheidsrisico’s op
de nominatie stond en staat om verboden te worden in Europees verband?
Antwoord 4
Het Ctgb – de Nederlandse toelatingsautoriteit – is een zelfstandig bestuursorgaan
dat aanvragen toetst volgens Europees geharmoniseerde beoordelingsmethodieken en besluiten
neemt op basis van de op dat moment vigerende regelgeving. Dit geldt ook voor het
onlangs toegelaten gewasbeschermingsmiddel op basis van de werkzame stof buprofezin.
Buprofezin is een stof die door de EC geplaatst is als goedgekeurde stof voor toepassing
in een gewasbeschermingsmiddel. Als de EC de goedkeuring aanpast, dan zal het Ctgb
uiteraard ook de toelatingen van de betreffende toepassingen op basis van deze stof
daarop aanpassen of zullen de toepassingen in hun geheel vervallen.
Vraag 5, 6, 7 en 8
Deelt u de mening dat, wanneer er twijfels rijzen over de effecten van een bepaalde
stof, op nationaal dan wel op Europees niveau, eventuele toelatingsprocedures van
deze stof dan opgeschort zouden moeten worden totdat er een conclusie aan die twijfels
is verbonden, zoals een eventueel verbod op de stof of het middel? Zo ja, welke consequenties
verbindt u daaraan en op welke wijze gaat u voorkomen dat er in de toekomst weer bestrijdingsmiddelen
nationaal worden toegelaten die op de nominatie staan om in Europees verband verboden
te worden?
Deelt u de mening dat dit kankerverwekkende bestrijdingsmiddel niet gebruikt zou mogen
worden, en dus ook niet in Nederland toegelaten mag zijn?
Deelt u de mening dat het gebruik van landbouwgif niet mag leiden tot volksgezondheidsrisico’s?
Op welke wijze gaat u ingrijpen om het gebruik van dit gevaarlijke landbouwgif in
Nederland te voorkomen en om de toelating van dit middel te laten intrekken?
Antwoord 5, 6, 7 en 8
De Verordening (EG) nr.1107/2009 bevat ook eisen en voorwaarden voor het toelaten
van gewasbeschermingsmiddelen en de procedure die hiervoor gevolgd moet worden door
de toelatingsautoriteit in de lidstaten. Het Ctgb toetst aanvragen volgens Europees
geharmoniseerde beoordelingsmethodieken. Als uit deze toets blijkt dat er geen onaanvaardbare
risico’s zijn voor mens, dier en milieu, zal het Ctgb besluiten een gewasbeschermingsmiddel
toe te laten. Als de EC de goedkeuring aanpast, dan zal het Ctgb uiteraard ook de
toelatingen van de betreffende toepassingen op basis van deze stof daarop aanpassen
of zullen de toepassingen in hun geheel vervallen. Dit geldt ook voor gewasbeschermingsmiddelen
op basis van de werkzame stof buprofezin.