Vragen van de leden Fritsma en Helder (beiden PVV) aan de Staatssecretaris en Minister
van Veiligheid en Justitie over het bericht «Asielkraak kost goud» (ingezonden 28 oktober
2016).
Antwoord van Staatssecretaris Dijkhoff (Veiligheid en Justitie) (ontvangen 29 november
2016).
Vraag 1 en 2
Hoe is het mogelijk dat u al vier jaar lang een groep illegalen die met het kraken
van panden een spoor van vernieling trekt door Amsterdam, haar gang laat gaan?1
Waarom zijn deze illegalen niet uitgezet? Bij hoeveel krakende illegalen is daartoe
een poging gedaan?
Antwoord 1 en 2
Het is juist dat al langere tijd een (mogelijk wisselende) groep niet-rechtmatig verblijvende
vreemdelingen panden kraakt in de gemeente Amsterdam. Deze vreemdelingen hebben zich
verenigd onder de naam «We are here». De vreemdelingen in deze groep geven doorgaans
aan geen (reis)documenten te hebben. Zonder de juiste gegevens over de herkomst van
de vreemdelingen kunnen de vereiste (vervangende) reisdocumenten niet worden verkregen.
Zoals reeds geantwoord op de Kamervragen van leden Van Klaveren en Bontes, hebben
niet-rechtmatig verblijvende vreemdelingen een wettelijke vertrekplicht en dient daaraan
gehoor gegeven te worden. Het rijk voert beleid waarbij geen onderdak wordt geboden
aan (uitgeprocedeerde) niet-rechtmatig verblijvende vreemdelingen die geen invulling
geven aan die vertrekplicht. Daar waar zicht op uitzetting bestaat, wordt in voorkomende
gevallen overgegaan tot vreemdelingenbewaring, om vanuit bewaring het vertrek te realiseren.
Als geen zicht op uitzetting bestaat, bijvoorbeeld omdat een herkomstland niet meewerkt
aan gedwongen vertrek, kan het instrument vreemdelingenbewaring niet worden toegepast.2
Vraag 3
Waarom wordt het kraakverbod niet gehandhaafd?
Antwoord 3
De stelling dat niet wordt opgetreden tegen deze groep krakers of dat het kraakverbod
niet wordt gehandhaafd, is onjuist. Jaarlijks wordt vele malen overgegaan tot ontruiming
van gekraakte panden op grond van art. 551a Wetboek van Strafvordering. Bij deze ontruimingen
ging het ook om panden die waren gekraakt door vreemdelingen die zich hebben verenigd
onder de naam «We are here». In de gevallen waarin zij een kort geding hadden aangespannen
tegen de aangezegde ontruiming, heeft de voorzieningenrechter geoordeeld dat de ontruiming
doorgang kon vinden.
Vraag 4
Bent u bereid om na de ontruiming van de gekraakte panden de veroorzaakte schade zoveel
mogelijk te verhalen op de krakers en medeplichtigen die hulp hebben geboden bij deze
strafbare handelingen? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 4
Indien tot aanhouding en vervolging van krakers wordt overgegaan, bestaat er voor
de eigenaar die schade heeft ondervonden aan het pand door toedoen van de krakers,
de mogelijkheid om zich als benadeelde partij te voegen in de strafzaak. De eigenaar
kan ook een vordering indienen bij de civiele rechter om de geleden schade te verhalen
op de krakers.
Vraag 5
Bent u bereid om illegalen eindelijk eens aan te pakken en uit te zetten en op te
houden met het gedoogbeleid waarbij ook nog bed-bad-en-broodvoorzieningen worden aangeboden? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 5
Zoals uit het antwoord op de vragen 1 en 2 blijkt, is gedwongen vertrek alleen mogelijk
als het land van herkomst hieraan meewerkt. Zoals u bekend, werken niet alle landen
hieraan mee. Dit voor het kabinet reden om, zowel nationaal als in EU-verband, in
de contacten met herkomstlanden veel aandacht te gegeven aan het realiseren van duurzame
terugkeerafspraken. Dit laat onverlet dat er ook op de vreemdeling zelf de plicht
rust – en blijft rusten – om Nederland te verlaten wanneer hij hier geen, of niet
langer, recht heeft op verblijf.
Ik heb uw Kamer op 21 november geïnformeerd dat ik de financiële vergoeding voor de
door gemeenten geboden bed, bad en broodvoorzieningen stopzet (Kamerstuk 19 637, nr. 2259). Tevens zal ik een wettelijke norm laten uitwerken die buiten twijfel stelt dat
de keuze of en de voorwaarden waaronder onderdak aan vreemdelingen met een vertrekplicht
geboden wordt exclusief aan het rijk is voorbehouden. Een dergelijke norm zou, vergezeld
van een op deze norm gebaseerde mogelijkheid tot handhaven, moeten voorkomen dat gemeenten
op dit punt eigen beleid voeren.
Vraag 6
Bent u tevens bereid om een asielstop in te stellen, temeer nu steeds weer blijkt
dat u niet in staat bent om uitgeprocedeerde asielzoekers uit Nederland weg te krijgen?
Zo nee, waarom niet?
Antwoord 6
Tot een asielstop ben ik niet bereid. Ik hecht aan een zorgvuldig asielbeleid dat
bescherming biedt aan degenen die dat nodig hebben. Overigens zou een asielstop strijdig
zijn met de internationale en verdragsrechtelijke verplichting tot het in behandeling
nemen van een asielaanvraag. Tegelijk constateer ik dat in de afgelopen maanden te
vaak oneigenlijk gebruik wordt gemaakt van het asielrecht door personen die geen bescherming
nodig hebben. Dit vormt een oneigenlijke belasting voor onze samenleving en tast het
draagvlak voor ons asielbeleid aan. Tegen die ontwikkeling tref ik gerichte maatregelen.
Hierover stuurde ik uw Kamer op 17 november 2016 een brief (Kamerstuk 19 637, nr. 2257). Daarin staan de diverse maatregelen die ik tref vermeld.
X Noot
1De Telegraaf, 27 oktober 2016
X Noot
2Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2013–2014, nr. 2977