Vragen van het lid Gesthuizen (SP) aan de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie over het leeftijdsonderzoek bij alleenstaande minderjarige vreemdelingen (ingezonden 13 oktober 2016).

Antwoord van Staatssecretaris Dijkhoff (Veiligheid en Justitie) (ontvangen 7 november 2016).

Vraag 1

Welke inspectie coördineert het toezicht op het leeftijdsonderzoek en hoe ligt de rolverdeling tussen de Inspectie Veiligheid en Justitie, Inspectie Gezondheidszorg en de Autoriteit Nucleaire Veiligheid en Straling?

Antwoord 1

De IVenJ treedt richting de andere toezichthoudende organisaties op als coördinerende Rijksinspectie bij het leeftijdsonderzoek bij alleenstaande minderjarige vreemdelingen (amv’s). De IVenJ houdt toezicht op de werkzaamheden van het NFI en de IND. De IGZ vervult een toezichthoudende rol in het leeftijdsonderzoek wegens de werkzaamheden van artsen. De ANVS houdt toezicht op de toepassing van ioniserende straling en beoordeelt in het kader van de vergunningverlening de rechtvaardiging en optimalisatie van de toepassing van ioniserende straling.

Vraag 2

Bent u bereid de protocollen aan te passen op de recente uitspraken1 waarin rechters oordeelden dat op basis van een schouw niet evident kan worden vastgesteld of iemand meerderjarig of minderjarig is en dat bij twijfel over meerderjarigheid te allen tijde een leeftijdsonderzoek aangeboden dient te worden? Zo ja, wanneer verwacht u de vernieuwde protocollen gereed te hebben? Zo nee, waarom niet en op welke manier zal dan recht worden gedaan aan de uitspraken?

Antwoord 2

Het beleid zoals neergelegd in C1/2.2 van de Vc 2000 schrijft voor dat op basis van een schouw door drie personen, behorend tot de IND en de AVIM of de KMar, enkel ingeval van evidentie tot meerderjarigheid mag worden geconcludeerd. De IND heeft mij laten weten dat de schouw in verreweg de meeste gevallen leidt tot ofwel het aannemen van minderjarigheid, ofwel tot het voorstellen van een (medisch) leeftijdsonderzoek. In slechts weinig gevallen leidt het schouwen tot aannemen van meerderjarigheid zonder dat leeftijdsonderzoek wordt aangeboden. Naar aanleiding van de jurisprudentie waar u aan refereert, heeft de IND zijn werkwijze kritisch in ogenschouw genomen en besloten nadere instructies op te stellen. Drie personen van de IND en de AVIM of de KMar zullen onafhankelijk van elkaar dienen te schouwen. De beslissing om evidente meerderjarigheid aan te nemen, moet berusten op meer dan enkel een inschatting op basis van uiterlijke kenmerken. Tevens dienen eventueel voorhanden zijnde documenten, verklaringen aangaande de gestelde leeftijd en het gedrag van de vreemdeling te worden betrokken. De Afdeling bestuursrechtspraak heeft in voorkomende gevallen een aldus verrichte leeftijdsschouw gesanctioneerd.2 Het protocol behoeft geen aanpassing op dit punt omdat deze uitsluitend betrekking heeft op het leeftijdsonderzoek (dat eventueel volgt na een schouw welke niet leidt tot de conclusie dat sprake is van evidente meerderjarigheid).

Vraag 3

Bent u gezien de kritiek op het leeftijdsonderzoek bereid wetenschappelijk onderzoek naar de leeftijdsonderzoekmethode te stimuleren en over een multidisciplinaire aanpak hiervan met deskundigen en voogden in overleg te treden? Zo ja, op welke manier gaat u dit doen? Zo nee, waarom niet?

Antwoord 3

Sinds aanvang van het leeftijdsonderzoek zijn diverse verbeteringen doorgevoerd en is het leeftijdsonderzoek een bestendige praktijk in de asielprocedure geworden. De beroepsgroep van radiologen (de NVvR) heeft begin 2015 aan het NFI laten weten dat zijn standpunt omtrent de validiteit van de gebruikte beeldvormende methode bij leeftijdsbepaling sinds 2005 ongewijzigd is gebleven. Dit standpunt is gebaseerd op de stand van de techniek in 2005 en de randvoorwaarden die worden gesteld aan de stralingshygiëne. De NVvR stelt dat dit standpunt nog steeds geldig is, maar hecht waarde aan onderzoek naar andere technieken voor de leeftijdsbepaling. Het NFI heeft in opdracht van de IND onderzoek geïnitieerd naar nieuwe alternatieve beeldvormende methoden (computertomografie en magnetic resonance imaging). De NVvR is nauw betrokken bij dit lopende onderzoek.

Vraag 4

Bent u voornemens de aanbevolen best practice van het Europees Ondersteuningsbureau voor Asielzaken (EASO) om zo snel mogelijk een vertegenwoordiger aan te wijzen voordat het leeftijdsonderzoek plaatsvindt en deze bij het onderzoek aanwezig te laten zijn uit te voeren? Zo ja, wanneer zal u dit vereiste invoeren? Zo nee, waarom niet?

Antwoord 4

In de Nederlandse asielprocedure wordt zodra een (gestelde) amv aangeeft asiel te willen aanvragen direct een voogd van de voogdijinstelling Nidos toegewezen aan de vreemdeling, waardoor Nederland dus op dit punt voldoet aan de aanbeveling van EASO. De procedure rond het leeftijdsonderzoek wordt uitgevoerd volgens de Europese Procedurerichtlijn. In deze richtlijn is niet neergelegd dat een vertegenwoordiger (voogd) bij het leeftijdsonderzoek aanwezig dient te zijn. Indien wordt getwijfeld aan de gestelde minderjarigheid van de amv, wordt de vreemdeling door de IND voorgelicht over het leeftijdsonderzoek. Daarbij wordt onder meer informatie verstrekt over de onderzoeksmethode en over de mogelijke gevolgen van het medische onderzoek voor de behandeling van het verzoek om internationale bescherming, alsook over de gevolgen indien de niet-begeleide minderjarige weigert het medische onderzoek te ondergaan. Daarna wordt hij of zij ook nog altijd voorbereid op het leeftijdsonderzoek door Vluchtelingenwerk Nederland (VWN) en/of zijn of haar voogd. Gezien het feit dat Nederland conform de Procedurerichtlijn werkt, is mijn inziens het leeftijdsonderzoek met voldoende waarborgen en zorgvuldigheid omkleed.

Vraag 5

Wat zijn de rechtsmiddelen ten aanzien van het leeftijdsonderzoek?

Antwoord 5

De uitkomsten van een leeftijdsonderzoek zijn niet rechtstreeks vatbaar voor een rechtsmiddel. Het betreft een voorbereidingshandeling welke leidt tot besluitvorming op verblijfsaanvragen. De vreemdeling kan in het kader van een afwijzend besluit op zijn aanvraag de uitkomsten van het leeftijdsonderzoek aan de orde stellen.

Vraag 6

Is het nog mogelijk om een contra-expertise te laten uitvoeren nu de Stichting Medisch Advies Kollektief (SMAK) die niet meer doet? Zo ja, op welke manier? Zo nee, deelt u de mening dat dit een lacune is die opgevuld dient te worden en bent u bereid hiertoe een plan van aanpak op te stellen?

Antwoord 6

De rechtbank te Dordrecht concludeerde in een uitspraak3 dat leden van de SMAK niet als specifiek deskundig worden gekenmerkt. In het protocol leeftijdsonderzoek is geborgd dat indien een vreemdeling zich niet kan vinden in de uitslag van het leeftijdsonderzoek, het voor hem/haar altijd mogelijk is om te verzoeken om contra-expertise. Indien de vreemdeling verzoekt om een contra-expertise, dan zal de IND informatie over de mogelijkheid tot contra-expertise verstrekken aan betrokken personen dan wel instellingen. Dit houdt concreet in dat de IND een CD-rom met röntgenbeelden van het uitgevoerde leeftijdsonderzoek beschikbaar stelt ten behoeve van een eventuele contra-expertise. De vreemdeling kan de gegevens van een uitgevoerde contra-expertise (zoals röntgenopnamen en het oordeel en motivering van de contra-expert) aanleveren aan de IND.

Wel zijn er vragen gerezen of er in de Nederlandse praktijk voldoende contra-experts te vinden zijn die beschikken over de vereiste specifieke radiologische deskundigheid om te fungeren als contra-expert. Mijn ministerie voert hierover momenteel overleg met het NFI en de IND om ervoor te zorgen dat de feitelijke beschikbaarheid en bereidheid van contra-experts voldoende gewaarborgd is.


X Noot
1

13-07-2016 (AWB 16/13578), 12-02-2016 (16/833), 19-04-2016 (16/5615), 16-06-2016 (16/10627)

X Noot
2

ABRvS 2 september 2014, nr. 201404266/1 en ABRvS 22 september 2016, nr. 201602905/1.

X Noot
3

Rechtbank ’s-Gravenhage, zittingsplaats Dordrecht, 22-04-2011, 08/15291 (ECLI:NL:RBSGR:2011:BQ9708)

Naar boven