Vragen van het lid RemcoBosma (VVD) aan de Staatssecretaris van Economische Zaken
over het uitblijven van support voor nieuwe veredelingstechnieken (ingezonden 6 oktober
2016).
Mededeling van Staatssecretaris Van Dam (Economische Zaken) (ontvangen 1 november
2016).
Vraag 1
Deelt u de opvatting dat nieuwe veredelingstechnieken, zoals Oligo Directed Mutagenesis
(ODM), Zinc Finger Nuclease Technology, Cisgenesis and Intragenesis, Grafting non-GM
scion on GM rootstock, Agro-infiltration, RNA-dependent DNA methylation, Reverse Breeding
en Synthetic Genomics, een belangrijke bijdrage kunnen leveren aan maatschappelijke
doelen zoals voedselzekerheid en verduurzaming van de landbouw?1
Vraag 2
Bent u ook trots op het feit dat bijvoorbeeld nieuwe veredelingstechnieken als ODM
(ontwikkeld door het bedrijf KeyGene) en cisgenese (ontwikkeld door Wageningen University
& Research centre) ontwikkeld is in Nederland? Zo ja, waar blijkt dat uit? Zo nee,
waarom niet?
Vraag 3
Deelt u de mening dat uitsluitsel over de vraag of nieuwe veredelingstechnieken wel
of niet onder de Europese genetische modificatie-regelgeving vallen lang op zich laat
wachten? Ze nee, waarom niet? Wanneer verwacht u dat er eindelijk uitsluitsel is te
geven over deze technieken? Welke activiteiten heeft u ondernomen om versnelling te
brengen in deze lang lopende procedure?
Vraag 4
Bent u bekend met het «innovatie principe», waarbij naast de afweging van risico’s
volgens het voorzorgsprincipe ook de mogelijke voordelen worden bekeken?
Vraag 5
Kunt u zich voorstellen dat het zeer wrang is voor de veredelingssector dat de Nederlandse
overheid zich niet hard maakt voor de vrije toepassing van onder meer Nederlandse
veredelingstechnieken? Kunt u zich voorstellen dat het voor de sector nog wranger
voelt dat (een aantal van) deze technieken vooralsnog wel binnen de Europese Unie
worden toegepast in de landen Zweden en Duitsland? Wat bent u van plan om hier aan
te doen?
Vraag 6
Kunt u aangeven welk risico wordt beperkt indien uitgangsmateriaal gecreëerd met nieuwe
veredelingstechnieken via andere (Europese) landen gewoon op de Nederlandse markt
komt, doordat het niet valt te onderscheiden van op traditionele wijze verkregen uitgangsmateriaal?
Vraag 7
Waarom wijkt u met uw besluit2 3 af van het staande beleid ten aanzien van nieuwe veredelingstechnieken en het innovatie
principe?
Vraag 8
Kunt u inzichtelijk maken wat het economische verlies is voor Nederlandse veredelaars
door het uitblijven van een beslissing over de nieuwe veredelingstechnieken, terwijl
de Duitse en Zweedse veredelaars al lang gebruik van kunnen maken van deze innovatieve
en kosteneffectievere methoden?
Vraag 9
Deelt u de opvatting dat het voortduren van deze situatie de concurrentiepositie van
Nederlandse bedrijven aantast, gezien het concurrentievoordeel dat veredelingsbedrijven
in Zweden en Duitsland hebben? Zo nee, waarom niet?
Vraag 10
Kunt u begrijpen dat biotech-bedrijven overwegen om zich buiten de Europese Unie gaan
vestigen als gevolg van het uitblijven van support? Zo ja, tot welke actie leidt dat
bij u? Zo nee, waarom heeft u zo weinig waardering voor dit type hoogopgeleide arbeid?
Vraag 11
Kunt u uiteenzetten hoe het kan dat de overheid in het kader van het bedrijfslevenbeleid
de sectoren AgriFood en Tuinbouw & Uitgangsmaterialen aanwijst als topsectoren, terwijl
deze sectoren juist door het beleid hun concurrentiepositie verliezen?
Mededeling
Op 6 oktober jl. heeft het lid Bosma (VVD) Kamervragen gesteld over het uitblijven
van support voor nieuwe veredelingstechnieken (kenmerk 2016Z18287). Vanwege de inhoudelijke samenhang met de beleidsreactie op de Trendanalyse Biotechnologie
20164 die nog niet gereed is, kunnen deze vragen niet binnen de gebruikelijke termijn van
drie weken worden beantwoord. Ik streef ernaar de vragen uiterlijk 17 november a.s.
te beantwoorden.
X Noot
2Antwoord op eerdere vragen over nieuwe technieken om genetisch gemodificeerde organismen
(ggo’s) te ontwikkelen (Aanhangsel Handelingen, 2015/2016, nr. 1640), in het bijzonder de passage: «Het standpunt van Nederland is dat, in afwachting
van besluitvorming door de Europese Commissie, de genoemde technieken als genetische
modificatietechnieken worden beschouwd en de organismen die het product zijn van de
toepassing van deze technieken als ggo worden beschouwd en dus onder de Europese regelgeving
ter zake vallen».
X Noot
3De passage «Dit komt tot uitdrukking in het «ja, mits» beleid dat het kabinet hanteert
voor genetische modificatie bij planten» in de beleidsnota Biotechnologie (Kamerstuk
27 428, nr. 270).
X Noot
4Deze is u in juni 2016 door de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu toegezonden
met de toezegging een beleidsreactie te geven (Kamerstukken II, Vergaderjaar 2015–16,
27 428, nr. 330).