Vragen van het lid Asante (PvdA) aan de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
over ontgroeningen door studentenverenigingen van studenten aan universiteiten en
hogescholen (ingezonden 30 september 2016).
Antwoord van Minister Bussemaker (Onderwijs, Cultuur en Wetenschap) (ontvangen 27 oktober
2016).
Vraag 1
Heeft u kennisgenomen van het bericht «Groningen eensgezind: «stop met ontgroeningen»?1 Zo ja, hoe beoordeelt u – in aanvulling op de eerdere vragen hierover aan de Minister
van Veiligheid en Justitie2 – dit signaal over de wijze waarop mensen naar deze ontgroeningspraktijken kijken?
Antwoord 1
Ja, daar heb ik kennis van genomen. De incidenten in Groningen, evenals het incident
bij het Amsterdamsch Studenten Corps waarbij drie studenten in het ziekenhuis zijn
beland, zijn verwerpelijk.
Vraag 2
Deelt u de mening dat de verschillende incidenten in Groningen rondom studentenvereniging
Vindicat een verwerpelijke cultuur van deze studentenvereniging blootleggen van seksisme,
hardhandige ontgroening en het (onder dwang) zwijgen hierover?
Antwoord 2
Ja. Studenten zijn waardendragers van de toekomst en deze incidenten roepen sterk
het beeld op van een verwerpelijke cultuur. In hoeverre dit symptomatisch is voor
de vereniging als geheel, kan ik niet makkelijk vaststellen. Het belangrijkste vind
ik dat de vereniging ervoor moet zorgen dat er voor dit soort gedrag in elk geval
geen ruimte is, noch volgens de regels van de vereniging, noch in de interne cultuur.
Studenten moeten, net als iedere andere groep in Nederland, de waarden van veiligheid
en gelijkwaardigheid hoog in het vaandel dragen.
Vraag 3
Op welke wijze gaat u de Rijksuniversiteit Groningen aanspreken op de in eerste instantie
afgegeven reactie waarin werd aangegeven dat «het doen van aangifte een overweging
is die de student en de ouders zelf moeten maken»? Deelt u de mening dat dit een universiteit
onwaardige reactie is die ook onvoldoende afstand neemt van de forse misdragingen
door leden van Vindicat?
Antwoord 3
Ik heb de Rijksuniversiteit Groningen al aangesproken op hun eerste reactie en aangegeven
dat ik die volstrekt onvoldoende vond. Een universiteit kan welke vorm van geweld,
alsmede het verwerpelijke gedrag tegenover vrouwen met de «bangalijst», niet accepteren.
Daarom heb ik ook opheldering gevraagd bij de Rijksuniversiteit Groningen en het college
van bestuur gevraagd zich te beraden op stappen tegen de studentenvereniging. Inmiddels
hebben de Rijksuniversiteit Groningen, de Hanzehogeschool en de gemeente Groningen
aangegeven dat het afgelopen moet zijn met ontgroeningen in Groningen.
Vraag 4
Hoe kijkt u tegen de ontgroeningscultuur van studentenverenigingen aan richting studenten
van universiteiten en hogescholen, ook in het licht van de regelmatig terugkerende
berichten over wangedrag? Hoe kijkt u daarbij aan tegen de stelling in het bericht
dat met ontgroeningen gestopt zou moeten worden?
Antwoord 4
Het is van belang dat beginnende studenten in contact komen met andere studenten en
verenigingen zijn een belangrijk onderdeel in het studentenleven. Allerhande verenigingen,
gestoeld op cultuur, studie, sport of gezelligheid, dragen bij aan de ontwikkeling
van studenten. Daar kan bij horen dat er grappen worden uitgehaald, of iemand voor
gek wordt gezet, maar van belang is dat er zelf voor is gekozen. De grens ligt wat
mij betreft daar waar geweld wordt gebruikt, er onvrijwillige dingen gebeuren, er
sprake is van stelselmatige vernedering, sprake is van seksuele intimidatie en/of
er op manieren strijdig met het Nederlandse strafrecht wordt gehandeld. Ook is met
de Landelijke Kamer van Verenigingen (LKvV), waar Vindicat lid van is, in scherpe
bewoordingen gesproken over de incidenten. Daarbij is verzocht het gesprek hierover
te voeren en de algemeen geldende normen en waarden te verankeren in het beleid van
de LKvV, opdat deze ook worden uitgedragen naar volgende besturen en de lidverenigingen.
De LKvV heeft aangegeven deze dialoog verder te voeren en ook aandacht te geven aan
dit onderwerp tijdens een conferentie later dit studiejaar.
Vraag 5
Bent u bereid om universiteiten en hogescholen te dwingen tot een duidelijkere houding
en hardere sancties tegen studentenverenigingen, ook via de bekostiging daarvan door
de universiteit, wanneer deze ontgroeningen organiseren waarbij er sprake is van geestelijke
en fysieke mishandeling, intimidatie en seksisme richting medestudenten?
Zo nee, waarom niet? Zo ja, hoe gaat u hier vorm aan geven en op toezien?
Antwoord 5
Met universiteiten en hogescholen voer ik het gesprek over deze incidenten. Ik verwacht
dat zij stevig optreden tegen studentenverenigingen waar dergelijke ontoelaatbare
incidenten plaatsvinden.
Toelichting:
Deze vragen dienen ter aanvulling op eerdere vragen terzake van het lid Van Miltenburg
(VVD), ingezonden 30 september 2016 (Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2016–2017,
nr. 277).
X Noot
2Zie schriftelijke vragen van de leden Recourt, Marcouch en Asante aan de Minister
van Veiligheid en Justitie, dd. 30 september 2016 (zaaknummer 2016Z17813)