Vragen van de leden De Jong en Tony vanDijck (beiden PVV) aan de Staatssecretaris
van Sociale Zaken en Werkgelegenheid over de berichten «Pensioenfondsen oneerlijk»
en «DNB: Rendement pensioenfondsen te laag om te herstellen» (ingezonden 22 mei 2017).
Antwoord van Staatssecretaris Van Dam (Economische Zaken) (ontvangen 11 juli 2017).
Vraag 1
Bent u bekend met de berichten «Pensioenfondsen oneerlijk»1 en «DNB: Rendement pensioenfondsen te laag om te herstellen»?2
Vraag 2
Hoe is het mogelijk dat, terwijl de Nederlandse pensioenfondsen te maken hebben met
een buffer van 1400 miljard euro, De Nederlandse Bank met een waarschuwing komt voor
mogelijke pensioenkortingen voor miljoenen Nederlanders?
Antwoord 2
Het Nederlandse stelsel van aanvullende pensioenen is gebaseerd op kapitaaldekking.
Dat wil zeggen dat er geld wordt gespaard voor de toekomstige pensioenuitkeringen.
De Nederlandse pensioenfondsen beschikken momenteel over ruim € 1.300 miljard aan
gespaard vermogen. Tegenover dat gespaarde vermogen staan echter toezeggingen aan
de deelnemers van ongeveer dezelfde orde van grootte. De gemiddelde actuele dekkingsgraad
bedroeg eind april circa 105%. Dit is ruim onder het vereist eigen vermogen (vev)
waar fondsen aan moeten voldoen (gemiddeld 130%). Fondsen beschikken daarmee over
onvoldoende buffers om de toezegging ook werkelijk met een hoge mate van zekerheid
waar te kunnen maken.
Ten opzichte van een jaar geleden zijn de dekkingsgraden aanzienlijk verbeterd. Bij
de huidige dekkingsgraden is de kans beperkt dat er volgend jaar fondsen zullen moeten
korten. Tegelijkertijd blijft de financiële situatie van de fondsen kritiek. Indien
een pensioenfonds vijf jaar achtereen een dekkingsgraad heeft onder het minimum vereist eigen vermogen (mvev, circa 105%), dan dient het maatregelen te nemen waardoor
de dekkingsgraad in één keer wordt teruggebracht op het niveau van het minimum vereist
vermogen. Voor zover het daarbij gaat om een korting, mag deze worden uitgesmeerd
over maximaal tien jaar. Als de financiële positie van de fondsen de komende jaren
niet verbeterd is de kans reëel dat een deel van de fondsen in 2020 een korting moet
doorvoeren. Op dat risico wijst DNB.
Vraag 3
Deelt u de mening dat door het hanteren van onnodig lage rekenrentes een onrealistisch
en onterecht minder positief beeld ontstaat van de dekkingsgraden van pensioenfondsen?
Zo ja, bent u dan bereid om de rekenrente naar de oude realistische systematiek van
voor 2007 terug brengen? Zo neen, waarom niet?
Antwoord 3
Nee, die mening deel ik niet. De rente in ontwikkelde economieën is sinds de jaren
»80 trendmatig gedaald. Dit hangt ondermeer samen met de afname van de inflatie en
van de economische groei en met veranderingen in de leeftijdsopbouw van de bevolking.
De rente is op dit moment op een historisch laag niveau. Die lage rente is een reëel
en internationaal fenomeen, waar pensioenuitvoerders wereldwijd mee worden geconfronteerd.
Een lage rente maakt het opbouwen van een pensioen duurder.
Het verhogen van de rekenrente heeft als gevolg dat een deel van het pensioenvermogen
dat nu is gereserveerd voor de financiering van het toekomstige pensioen van jongeren,
op de korte termijn gebruikt kan worden voor de indexatie van het pensioen. Dat komt
met name ten goede aan oudere deelnemers. Als de werkelijke rente echter niet op korte
termijn stijgt tot boven de gekozen rekenrente, resulteert er een tekort voor toekomstige
gepensioneerden.
Het verhogen van de rekenrente zorgt er voor dat er meer geld wordt uitgekeerd, terwijl
de werkelijke financiële positie van de pensioenfondsen niet verbetert. Het is daarom
onverstandig om de rekenrente te verhogen.
Vraag 4
Deelt u de mening dat dit soort berichtgeving van De Nederlandse Bank voor onnodige
onrust zorgt? Deelt u de mening dat de toezichthouder zich in dit soort gevallen zou
moeten beperken tot de communicatie richting de pensioenfondsen en dat het vervolgens
de taak van de pensioenfondsen is om te communiceren met hun deelnemers?
Antwoord 4
Het is de taak van de toezichthouder om pensioenfondsen te wijzen op hun verantwoordelijkheden
en te wijzen op de risico’s voor de pensioensector als geheel.
Vraag 5
Deelt u de mening dat het korten op pensioenen absoluut niet aan de orde zou moeten
zijn? Zo ja, bent u bereid u hiertegen te verzetten en alles in het werk te stellen
pensioenkortingen te voorkomen? Zo neen, waarom niet?
Antwoord 5
Het verlagen van pensioenaanspraken is een pijnlijke aangelegenheid voor de deelnemers.
Mede daarom stelt de Pensioenwet dat kortingen een ultimum remedium zijn. Het nieuwe
financieel toetsingskader dat per 1 januari 2015 in werking is getreden, biedt fondsen
de ruimte om financiële schokken binnen tien jaar op te vangen. Indien het naar verwachting
niet mogelijk is om een tekort in tien jaar weg te werken, dient een korting te worden
doorgevoerd. Doordat deze kortingen over een periode van maximaal tien jaar kunnen
worden uitgesmeerd en voorwaardelijk zijn, blijft de hoogte van eventuele kortingen
beperkt. Ik ben van mening dat het financieel toetsingskader hiermee een goed evenwicht
biedt tussen een stabiele pensioenuitkering en de financiële houdbaarheid van de pensioenregeling.
X Noot
1Telegraaf, 19 mei 2017