Vragen van het lid Van Eijs (D66) aan de Ministers van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
en van Infrastructuur en Milieu over de permanente bewoning van vakantieparken (ingezonden
12 juli 2017).
Antwoord van Minister Plasterk (Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties) (ontvangen
23 augustus 2017).
Vraag 1
Bent u op de hoogte van het artikel «Gemeenten willen af van permanente bewoners vakantieparken?»1
Vraag 2
Welke groepen zijn er te onderscheiden die permanent in een vakantiewoning wonen,
bijvoorbeeld arbeidsmigranten of mensen met schuldenproblematiek? Is er inzicht in
de redenen waarom zij daar permanent wonen? Zo ja, over welke aantallen bewoners hebben
wij het dan per groep?
Antwoord 2
Mensen verblijven om uiteenlopende redenen voor langere tijd of zelfs permanent op
een vakantiepark. Op landelijk niveau is er geen overzicht van het aantal mensen dat
permanent op een vakantiepark verblijft en om welke reden zij er verblijven. Het Ministerie
van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties onderzoekt momenteel mogelijkheden om
de behoefte aan tijdelijke woonoplossingen inzichtelijk te maken in de prognoses over
de woningmarkt. Eveneens wordt een onderzoek voorbereid naar de beweegredenen van
bewoners van niet reguliere woonruimte zodat meer inzicht ontstaat in de achterliggende
woonbehoefte.
Vraag 3
Hoeveel mensen staan er in Nederland in totaal op de zwarte lijst van verhuurders
(NMOH)?
Antwoord 3
Ik heb geen zicht op het aantal mensen dat geregistreerd staat op de zwarte lijst
van verhuurders. Wel kan ik opmerken dat het Nationaal Meldpunt Ongewenst Huurdersgedrag
(NMOH) een privaat initiatief is en dat zowel de verwerking van persoonsgegevens als
het bijbehorende protocol is beoordeeld en goedgekeurd door de Autoriteit Persoonsgegevens.
Vraag 4
Herkent u de schatting dat in Nederland ongeveer 200.000 mensen wonen die door schulden
en andere problemen een bestaan zonder adres, zonder vaste woon- of verblijfplaats
of zelfs zonder identiteit leiden? Zo nee, om hoeveel mensen gaat het dan ongeveer?
Antwoord 4
Het aantal van 200.000 mensen komt mij niet bekend voor. Volgens een schatting van
het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) waren er in Nederland op 1 januari 2016
ongeveer 31.000 daklozen. Daklozen zijn in deze statistieken personen zonder vaste
verblijfplaats. Hierbij wordt niets vermeld over de reden van dakloosheid.
Vraag 5
Worden mensen zonder vaste woon- of verblijfplaats meegerekend in prognoses over het
aantal benodigde woningen? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 5
In de ramingen van de woningbehoefte wordt rekening gehouden met personen zonder vaste
woon- of verblijfplaats. Wel dienen deze mensen geregistreerd te zijn in de Basisregistratie
Personen (BRP) aangezien deze registratie de basis van de prognoses vormt. Personen
zonder vaste woon- of verblijfplaats kunnen bijvoorbeeld tijdelijk inwonen bij andere
huishoudens of in andere niet-reguliere woningen.
Vraag 6
Welke oplossingen ziet u voor deze mensen, die geen gebruik (kunnen) maken van de
reguliere woningvoorraad en daarom permanent in een vakantiewoning wonen?
Antwoord 6
Er is een onderscheid te maken tussen huishoudens die zich op vrijwillige basis op
een vakantiepark vestigen en huishoudens die hier uit nood terechtkomen. Als vrijwillige
permanente bewoning door een gemeente als ongewenst wordt gezien dan heeft de gemeente
verschillende handhavingsmogelijkheden. In het geval huishoudens uit nood terechtkomen
op een vakantiepark dan leidt handhaving slechts tot een verschuiving van het vraagstuk
want deze groep mensen heeft nog steeds woonruimte nodig.
In algemene zin geldt dat huishoudens die behoefte hebben aan een woning deze zouden
moeten kunnen vinden. Deze woning dient ook geschikt te zijn voor het huishouden,
maar dat betekent niet dat deze aan alle wensen van deze mensen moet en zal voldoen.
Gemeenten zijn verantwoordelijk voor het woningaanbod in de eigen gemeenten. Het lokale
niveau heeft dan ook het beste beeld van zowel de kwantitatieve als de kwalitatieve
behoefte in de lokale woningvoorraad. Middels het traject van woonvisie en prestatieafspraken
kunnen gemeenten ook, samen met haar lokale partners, uitvoering geven aan eventuele
tekorten.
Daarnaast kan gekeken worden naar een meer flexibele schil in de woningvoorraad. Er
zijn immers meerdere groepen huishoudens (o.a. mensen die scheiden, zzp-ers met een
tijdelijke opdracht of starters die op zichzelf willen gaan wonen) die op een bepaald
moment behoefte hebben aan een tijdelijke ruimte om te wonen. Deze permanente behoefte
aan tijdelijkheid kan op verschillende manieren worden ingevuld, denk aan het tijdelijk
of permanent transformeren van leegstaande gebouwen of het inzetten van verplaatsbare
woningen. Een flexibele schil zal lokaal andere vormen aannemen, afhankelijk van de
aard en hoeveelheid spoedzoekers en de kenmerken van de lokale woningmarkt. Zoals
reeds aangegeven bij vraag 2 wordt onderzocht of de permanente behoefte aan tijdelijke
woonruimten beter zichtbaar kan worden.