Vragen van de leden Groothuizen en Sjoerdsma (beiden D66) aan de Staatssecretaris
van Veiligheid en Justitie en de Minister van Buitenlandse Zaken over het bericht
«Organisaties: Nederland doet te weinig voor Tsjetsjeense homo’s» (ingezonden 16 juni
2017).
Antwoord van Minister Koenders (Buitenlandse Zaken) en van Staatssecretaris Dijkhoff
(Veiligheid en Justitie) (ontvangen 14 juli 2017).
Vraag 1
Wat is uw reactie op het bericht «Organisaties: Nederland doet te weinig voor Tsjetsjeense
homo’s»?1
Antwoord 1
Ik kan mij niet vinden in de teneur van het genoemde bericht. Sinds begin april de
eerste zorgwekkende berichten over de vervolging van LHBTI’ers in Tsjetsjenië bekend
werden heeft Nederland een internationale voortrekkersrol op zich genomen. De Nederlandse
ambassade realiseerde op zeer korte termijn een bijdrage aan de eerstelijns opvang
van gevluchte LHBTI’ers elders in Rusland (zie antwoord vraag 3 en 4). Nederland nam
het initiatief voor een sterke verklaring van de Equal Rights Coalition. De Minister
van Buitenlandse Zaken stuurde, samen met zijn collega’s uit Duitsland, Frankrijk,
Zweden en het VK, een brief aan Minister Lavrov waarin ernstige zorg werd uitgesproken.
Mede op voorspraak van Nederland zijn ook in EU-verband ernstige zorgen uitgesproken,
zowel in een publiekelijke verklaring als in een gesprek van de Hoge Vertegenwoordiger
Mogherini met Minister Lavrov. Onder druk van deze internationaal breed uitgesproken
verontwaardiging heeft president Poetin een onderzoek laten instellen en sindsdien
hebben er de afgelopen weken geen nieuwe arrestaties meer plaatsgevonden in Tsjetsjenië.
Uiteraard is hiermee de situatie nog lang niet bevredigend: Nederland zal samen met
gelijkgezinden de ontwikkelingen nauwgezet blijven volgen en, in EU-verband of anderszins,
de Russische autoriteiten waar nodig blijven aanspreken.
Vraag 2
Wanneer heeft Nederland deze kwestie aangekaart bij de secretaris-generaal van de
Verenigde Naties en de VN-Hoge Commissaris voor de Mensenrechten? Wat voor concrete
resultaten zijn hieruit voortgevloeid en wat zijn de vervolgstappen?
Antwoord 2
Minister Ploumen heeft de kwestie aan de orde gesteld in een gesprek met de Secretaris-Generaal
van de Verenigde Naties op 20 april jl., en met de VN Hoge Commissaris voor de Mensenrechten
op 25 april jl. In beide gesprekken is het belang van internationale informatie-uitwisseling
en aanhoudende monitoring van de Tsjetsjeense situatie herbevestigd.
Vraag 3 en 4
Klopt het dat Nederland opvang voor Tsjetsjeense LHBTI’ers (lesbische vrouwen, homoseksuelen,
biseksuelen, transgenders en interseksen) heeft gefinancierd in Rusland? Om wat voor
opvangcentra gaat dit? Door wie wordt deze opvang verzorgd en hoe wordt er toezicht
gehouden op de omstandigheden?
In welke mate biedt de Nederlandse ambassade ondersteuning aan bedreigde Tsjetsjeense
LHBTI’ers?
Antwoord 3 en 4
Ja, de Nederlandse ambassade draagt financieel bij aan de eerstelijns opvang van gevluchte
Tsjetsjeense LHBTI’ers elders in Rusland. Het gaat hier om kleinschalige private opvang,
verzorgd door een professionele, gewaardeerde en betrokken partnerorganisatie waarmee
de Nederlandse ambassade en Nederlandse NGO’s al geruime tijd goed samenwerken. In
verband met de veiligheid van deze organisatie en van de LHBTI’ers die worden opgevangen
kunnen publiekelijk geen nadere details over dit project worden verstrekt. Deze Nederlandse
bijdrage, die op zeer korte termijn en op flexibele wijze is gerealiseerd, voldoet
aan concrete noden van de slachtoffers en wordt bijzonder gewaardeerd door zowel de
vervolgde LHBTI’ers zelf, als de activisten die hen opvangen.
Vraag 5
Klopt het bericht dat de Nederlandse ambassade de Oezbeeks-Russische homoseksuele
journalist Choedoberdi Noermatov in februari heeft weggestuurd bij de Nederlandse
ambassade in Moskou toen hij om hulp vroeg om Rusland te verlaten? Wat is uw reactie
daarop?
Antwoord 5
Dit bericht klopt niet. De heer Noermatov is op geen enkel moment weggestuurd door
de Nederlandse ambassade.
Wel heeft een medewerker van de ambassade in januari 2017, ruim voordat de heer Noermatov
werd gearresteerd en voordat zijn asielaanvraag in Rusland werd afgewezen, één keer
een gesprek gevoerd met de heer Noermatov en een vertrouwenspersoon van hem. Dit gesprek
vond op verzoek van de heer Noermatov overigens niet plaats op de ambassade, maar
op een neutrale locatie. Bij deze gelegenheid heeft een tussenpersoon namens de heer
Noermatov gevraagd naar de mogelijkheden voor verstrekking van een reisdocument aan
de heer Noermatov ten behoeve van de aanvraag van asiel in Nederland, in het geval
dat zijn pogingen om een verblijfstatus in Rusland te krijgen niet zouden slagen.
Hierop is, na grondige bestudering van de casus, na enkele dagen geantwoord dat het
Nederlandse beleid niet in deze mogelijkheid voorziet. Sindsdien is er geen direct
contact meer geweest tussen de heer Noermatov en de Nederlandse ambassade in Moskou.
Vraag 6
Kunt u aangeven hoeveel Tsjetsjeense LHBTI’ers al in Nederland asiel hebben aangevraagd
en in hoeveel gevallen dat ingewilligd is?
Antwoord 6
Op deze vraag kan ik geen antwoord geven: de IND houdt geen registratie bij van aanvragen
op grond van seksuele gerichtheid of etniciteit dan wel van aanvragen op grond van
bekering.
Vraag 7
Bent u bereid de Russische autoriteiten aan te spreken op de behandeling van Tsjetsjeense
LHBTI’ers, zowel bilateraal als in EU-verband?
Antwoord 7
Ja. Zie het antwoord op vraag 1.