Vragen van de leden Bouwmeester en Volp (beiden PvdA) aan de Minister en Staatssecretaris
van Volksgezondheid, Welzijn en Sport over zeggenschap van bewoners, patiënten en
cliënten over hun zorg (ingezonden 22 augustus 2016).
Antwoord van Minister Schippers (Volksgezondheid, Welzijn en Sport) (ontvangen 18 oktober
2016).
Vraag 1
Kent u de situatie dat bewoners van zorginstelling Thebe (regio Breda) graag onder
hun eigen vertrouwde dekbedovertrek willen slapen, aangezien ze alles thuis achter
hebben moeten laten, maar dat het bestuur dit voor mensen met een laag inkomen niet
mogelijk maakt, omdat ze de benodigde wasbeurten van dit beddengoed niet wil betalen?1
Antwoord 1
Ik ben er van op de hoogte dat er onenigheid is ontstaan tussen zorginstelling Thebe
en één van haar cliëntenraden over de waskosten van eigen beddengoed van bewoners.
Vraag 2
Deelt u de mening dat juist zo'n wens van bewoners bijdraagt aan kwaliteit van leven,
en dat dit ingaat tegen waardige zorg die bij mensen past?
Antwoord 2
Ja, de zorginstelling waar een cliënt verblijft, moet zoveel mogelijk «thuis» zijn
voor de bewoner. Wat dat betekent is per bewoner verschillend en zit soms in ogenschijnlijk
kleine dingen zoals het kunnen slapen onder eigen beddengoed. Kwalitatief goede zorg
betekent dat met de bewoner en of zijn naaste(n) wordt besproken wat belangrijk is
voor de kwaliteit van leven. Hierover worden afspraken gemaakt in het zorgplan.
Vraag 3 en 5
Acht u het wenselijk dat op verzoek van de cliëntenraad en van het LOC Zeggenschap
in zorg (een organisatie die zich inzet voor cliënten en cliëntenraden van verzorgings-
en verpleeghuizen, thuiszorgorganisaties en huurders van aanleunwoningen) de top van
het Ministerie van VWS, Zorginstituut Nederland, zorgverzekeraar CZ, Zorgverzekeraars
Nederland en de Taskforce Waardigheid en Trots zich allemaal over deze casus buigen,
maar dat dit er tot op heden niet toe heeft geleid dat ook mensen met een laag inkomen
onder hun eigen dekbedovertrek kunnen slapen?
Als «kwaliteit van leven» en «mens centraal» het adagium is, waarom is dan de top
van de zorgsector in Nederland zo lang bezig met deze vraag, in plaats van achter
deze mensen te gaan staan?
Antwoord 3 en 5
Het Zorginstituut Nederland heeft op vrijdag 30 september het Wlz-kompas, waarin het
Zorginstituut de zorg die onder de Wlz valt duidt, als volgt aangepast: Bij verblijf
in een instelling is het verstrekken van bedlinnen, handdoeken en dergelijke onderdeel
van het Wlz-verblijf. Het gaat om het zogenoemde platgoed: bed-, bad- en keukentextiel.
De Wlz-instelling mag in overleg met de cliëntenraad de verzekerde de keus bieden
tussen het gebruik van het (gratis) platgoed van de
instelling of het gebruik van eigen platgoed. De instelling is verantwoordelijk voor
het wassen van het platgoed. De instelling kan voorwaarden stellen aan het eigen platgoed
(bijvoorbeeld kleurvastheid en wasmachinebestendigheid). De cliënt is verantwoordelijk
voor het labelen van het eigen platgoed. Alleen als de instelling en de cliëntenraad
hierover overeenstemming hebben, kan het budget voor het wassen van het eigen platgoed
ook worden besteed aan andere manieren om het wonen en welzijn van de bewoners te
faciliteren. Het gaat dan dus niet om een bezuiniging, maar om een door beide partijen
gewenste invulling van het beleid.
Daarmee is mijns inziens helder dat de instelling verantwoordelijk is voor het wassen
van het bedlinnen, ook voor het eigen bedlinnen van de cliënt, en hoe partijen dienen
te handelen in deze situatie.
Vraag 4
Wat zegt dit over de cultuur in de zorg?
Antwoord 4
Op basis van een incident kan ik geen conclusies trekken over de cultuur in de gehele
zorg. Voor wat betreft de situatie bij Thebe, het is aan cliëntenraden en bestuurder
om onderling tot goede afspraken te komen. Als dat onderling niet lukt, dan kunnen
zij naar de Landelijke Commissie van Vertrouwenslieden stappen.
Vraag 6, 7, 8 en 9
Wat zegt deze casus over de positie van individuele cliënten en de cliëntenraad ten
opzichte van bestuur en toezicht in de instelling?
Staat hier de gewenste leefwereld van mensen centraal, of de bestuurlijk/financiele
insteek? Kunt u dat onderbouwen?
Deelt u de mening dat versterking van de positie van bewoners, cliënten en patiënten
op individueel en collectief niveau hard nodig is om dit soort situaties te voorkomen,
zodat hun wens echt centraal komt te staan?
Wat acht u nodig om er voor te zorgen dat bewoners, cliënten en/of patiënten de zorg
krijgen die bij hen past, in plaats van dat andere belangen of denkwijzen de overhand
krijgen?
Antwoord 6, 7, 8 en 9
Ik vind het belangrijk dat de wensen en behoeften van cliënten centraal staan in de
ouderenzorg. Het programma Waardigheid en Trots is hier ook op gericht.
Daarnaast heeft de cliëntenraad een belangrijke rol bij het scherp houden van besturen
als het gaat om de positie van de cliënt. Daarom heeft een cliëntenraad ook een verzwaard
adviesrecht als het gaat om kwaliteitsbeleid, voeding en hygiëne. Mocht daarbij een
geschil ontstaan, dan kunnen partijen vragen aan de Landelijke Commissie van Vertrouwenslieden
om inzake het geschil te bemiddelen. Deze kan zo nodig een bindende uitspraak doen.
In de herziening van de Wet medezeggenschap cliënten zorginstellingen zullen de rechten
van cliënten op kwaliteitsbeleid,voeding en hygiëne en de medezeggenschapsregeling
verder worden aangescherpt. Het wetsvoorstel is op 30 september in internetconsultatie
gegaan (http://www.internetconsultatie.nl/wijziging_wet_medezeggenschap_clienten_zorgsector).
X Noot
1Casus verstrekt door LOC zeggenschap in zorg en op het ministerie bekend