Vraag 2, 3, 4 en 5
Deelt u de mening dat het opslaan van vingerafdrukken door orthodontisten voor de
vaststelling van de identiteit van een (minderjarige) patiënt een overbodig middel
is? Zo ja, waarom? Zo nee, waarom niet?
Deelt u de mening dat het registreren dan wel het opslaan van een vingerafdruk door
een orthodontist risico’s voor schending van de persoonlijke levenssfeer met zich
mee kan brengen? Zo ja, waarom en aan welke risico’s denkt u? Zo nee, waarom niet?
Mogen orthodontisten vingerafdrukken van (minderjarige) patiënten afnemen en opslaan?
Zo ja, waarom en maakt het daarbij uit of de ouder daar toestemming voor heeft gegeven?
Zo nee, waarom niet en wat kunt u doen om hier een einde aan te maken?
Voldoet het systeem dat orthodontisten volgens het genoemde bericht gebruiken voor
het registreren en opslaan van vingerafdrukken aan de wettelijke vereisten ten aanzien
van het verzamelen en beschermen van persoonsgegevens?
Antwoord 2, 3, 4 en 5
Uit navraag bij de Nederlandse Vereniging van Orthodontisten (NVvO) blijkt dat er
geen vingerafdrukken worden geregistreerd of opgeslagen. Het gaat hier om zogenoemde
vingerherkenningsscans. Deze techniek is als volgt. Op basis van het patroon van de
vinger wordt een getal van 256 tekens gegenereerd. Van deze getallenbrij is geen vingerafdruk
op te bouwen. De praktijk slaat die informatie op in een bestand die het patiëntennummer
krijgt van de desbetreffende patiënt. De informatie is niet rechtstreeks gekoppeld
aan een persoon. Het bestand maakt integraal onderdeel uit van een patiëntendossier
en bescherming van deze gegevens valt dus ook onder de norm en richtlijn van het medisch
dossier. De praktijk houdt die gegevens in huis en dit wordt niet naar buiten gebracht.
Volgens de NVvO gebruiken orthodontisten deze techniek om processen te verbeteren,
zoals op een snelle en gemakkelijke manier aan de balie controleren of de patiënt
degene is die hij zegt te zijn.
Deze techniek is weliswaar minder vergaand dan het registreren of opslaan van vingerafdrukken,
echter er is wel sprake van het verwerken van persoonsgegevens. Op grond van de Wet
bescherming persoonsgegevens (Wbp) is daarvoor ondubbelzinnige toestemming van de
betrokkene vereist. Als het om minderjarige kinderen onder de zestien jaar gaat, dan
is ondubbelzinnige toestemming van de ouders nodig. De toestemming moet een vrije,
specifieke en op informatie berustende wilsuiting zijn. Betrokkene moet van tevoren
weten wat de vingerherkenningsscan inhoudt en waarvoor het gebruikt wordt. Als er
geen ondubbelzinnige toestemming is gegeven, dan mag géén vingerherkenningsscan worden
gebruikt.
De Wbp bepaalt daarnaast dat technische en organisatorische maatregelen door de verantwoordelijke
moeten worden genomen tegen verlies of tegen enige vorm van onrechtmatige verwerking.2
Onder de Algemene Verordening Gegevensbescherming, die vanaf 25 mei 2018 van toepassing
is, worden biometrische gegevens aangemerkt als bijzondere persoonsgegevens. Het verwerken
van die gegevens is in principe verboden, tenzij één van de uitzonderingsgronden van
de AVG van toepassing is. Uitdrukkelijke toestemming van betrokkene is een uitzonderingsgrond.
De Autoriteit Persoonsgegevens is bij wet ingesteld om te oordelen of verantwoordelijken
voor de verwerking van persoonsgegevens zich aan de in Nederland geldende wetgeving
voor de bescherming van persoonsgegevens houden. De Autoriteit Persoonsgegevens is
een onafhankelijke toezichthouder. Het past mij dan ook niet een oordeel uit te spreken
over de vraag of de geldende regelgeving wordt geschonden.
Wel ben ik van mening dat in het oog moet worden gehouden of de genoemde techniek
proportioneel is voor het doel waarvoor het wordt gebruikt en dat dit doel niet op
een andere, voor de cliënt minder nadelige wijze kan worden bereikt. Orthodontisten
hebben ook andere – minder privacygevoelige – methoden tot hun beschikking om te controleren
of de cliënt degene is die hij zegt te zijn.