Vragen van de leden Kops en Markuszower (beiden PVV) aan de Minister van Binnenlandse
Zaken en Koninkrijksrelaties over het bericht dat werklui inbreuk zouden hebben gemaakt
op de «huisvrede» van krakers (ingezonden 31 maart 2017).
Antwoord van Minister Blok (Veiligheid en Justitie) (ontvangen 9 mei 2017).
Vraag 1
Bent u bekend met het bericht «Werklui bij gekraakt pand weggestuurd wegens «huisvredebreuk»»?1
Vraag 2
Hoe rechtvaardigt u het dat de «huisvrede» van krakers, die aldus onrechtmatig in
een pand verblijven, wordt beschermd?
Antwoord 2
De wijze waarop het kraakverbod wordt gehandhaafd is een lokale aangelegenheid. Per
gemeente, zo ook in Amsterdam, worden afspraken gemaakt in de lokale driehoek. Het
OM heeft hiervoor een richtlijn opgesteld. Over de lokale afspraken wordt door de
burgemeester verantwoording afgelegd in de gemeenteraad. Over dit specifieke geval
doe ik dan ook geen uitspraken.
Wel kan ik u in algemene zin meedelen hoe het wettelijk gezien mogelijk is dat de
huisvrede van krakers in sommige gevallen beschermd kan zijn. Artikel 138 Wetboek
van Strafrecht geeft aan dat er sprake is van huisvredebreuk wanneer iemand een woning
of besloten lokaal of erf, bij een ander in gebruik, wederrechtelijk binnendringt
of, wederrechtelijk aldaar vertoevende, zich niet op de vordering van of vanwege de
rechthebbende direct verwijdert. Dit artikel beoogt het huisrecht, dat wordt ontleend
aan feitelijke bewoning, te beschermen. Daarbij is niet van belang of die bewoning
rechtmatig geschiedt, ook onrechtmatige bewoning kan feitelijke bewoning zijn. Dit
betekent dat ook in omstandigheden van onrechtmatig gebruik van de woning zoals bij
bewoning door krakers, er sprake kan zijn van «wederrechtelijk» binnendringen zoals
bedoeld in de bovenstaande definitie van huisvredebreuk.2
Dientengevolge worden ook krakers beschermd tegen huisvredebreuk, mits wordt vastgesteld
dat sprake is van feitelijke bewoning. Om te kunnen spreken van huisvredebreuk, is
dan nog wel de vraag of daadwerkelijk sprake was van wederrechtelijk binnendringen.
Daarvoor is onder meer van belang of het voor de binnentreder duidelijk was dat hij
tegen de wil van de bewoners de woning betrad.
Vraag 3
Bent u van mening dat dit de wereld op z’n kop is? Bent u van mening dat krakers zich
schuldig maken aan huisvredebreuk en simpelweg uit het betreffende pand gegooid dienen
te worden? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 3
In het antwoord op vraag 2 heb ik kenbaar gemaakt waarom ik geen oordeel geef over
het specifieke geval in Amsterdam.
In algemene zin kan ik u meedelen dat kraken sinds 1 oktober 2010 te allen tijde verboden
is volgens de Wet kraken en leegstand. Ontruiming van een gekraakt pand is mogelijk
op basis van artikel 551a Wetboek van Strafvordering. Het Openbaar Ministerie is de
centrale partij om te bepalen of er sprake is van kraken en of hiertegen strafrechtelijk
zal worden opgetreden. Dit neemt niet weg dat in de verschillende driehoeksoverleggen
tussen gemeenten, politie en het OM afspraken zijn gemaakt over het bij elkaar brengen
van alle relevante informatie. Zo is voor het OM van groot belang te weten wat de
bedoelingen van de eigenaar met een leegstaand pand zijn om te beslissen over de urgentie
van ontruiming en eventuele vervolging.
Wel is het mogelijk, zoals ik heb aangegeven bij het antwoord op vraag 2, dat de huisvrede
van krakers in sommige gevallen beschermd is.
Vraag 4
Waarom wordt het kraakverbod klaarblijkelijk niet (afdoende) gehandhaafd?
Antwoord 4
Uit de evaluatie van de Wet kraken en leegstand, waarover ik uw Kamer eerder informeerde3, blijkt in algemene zin dat het kraakverbod wel degelijk wordt gehandhaafd en dat
gekraakte panden worden ontruimd.
Zoals ik ook op de twee voorgaande vragen heb geantwoord is het de verantwoordelijkheid
van het lokale gezag om het kraakverbod te handhaven. De verantwoording daarover dient
lokaal plaats te vinden. Ik doe over deze specifieke situatie dan ook geen uitspraken,
noch geef ik een oordeel over de handhaving op grond van deze specifieke casus.
Vraag 5
Bent u van mening dat niet de krakers, maar de eigenaren beschermd dienen te worden?
Zo ja, op welke wijze bent u voornemens dat (meer) te gaan doen? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 5
Ja, het doel van de Wet kraken en leegstand is juist eigenaren te beschermen. Evenals
mijn ambtsvoorganger stel ik mij op het standpunt dat de bedoeling van de wet ten
aanzien van de algehele strafbaarstelling van kraken voldoende is uitgekomen. Door
de nieuwe strafbaarstelling en de ontruimingsbepaling is de handhaving efficiënter
geworden en verloopt de opsporing sneller.
Ik ben dan ook van oordeel dat het huidige instrumentarium volstaat om het beoogde
doel te realiseren.
X Noot
2HR 4 september 2007, LJN BA4943.