Vragen van het lid Kwint (SP) aan de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
over het Edith Stein College dat op onwettelijke gronden leerlingen weigerde (ingezonden
28 maart 2017).
Antwoord van Staatssecretaris Dekker (Onderwijs, Cultuur en Wetenschap) (ontvangen
11 april 2017)
Vraag 1
Bent u bekend met het bericht «Edith Stein College breekt wet met selectie leerlingen»?1 Wat is uw reactie hierop?
Antwoord 1
Ja, ik ben bekend met dit bericht, en ik betreur de gang van zaken.
Sommige scholen krijgen meer aanmeldingen dan dat zij leerlingen kunnen plaatsen.
Deze scholen kunnen daarom niet alle aangemelde leerlingen toelaten. Hoewel het uiteraard
vervelend is voor de leerlingen die zo buiten de boot vallen, en voor hun ouders,
is dit helaas niet te voorkomen. De opnamecapaciteit van een school is immers niet
onbegrensd.
Ik kan mij goed voorstellen dat de in het artikel geciteerde vader en zijn zoon teleurgesteld
zijn dat de jongen niet is geplaatst op deze school. Dat hij aanvankelijk is afgewezen
op verkeerde gronden (namelijk op basis van cito-scores) is uiteraard onwenselijk.
Het basisschooladvies is leidend, scholen mogen de toelating van leerlingen tot een
bepaalde schoolsoort niet baseren op toetsgegevens. Ik constateer echter dat de school
en het bestuur de gemaakte fout intussen hebben erkend en dat deze fout snel nadat
deze is opgemerkt is gecorrigeerd. Bovendien blijken de meeste ouders vrede te hebben
met de situatie zoals deze nu is.
Vraag 2
Hoe verklaart u dat een rector niet op de hoogte is van het onwettige karakter van
deze vorm van selectie? Hoe verklaart u dat dit schijnbaar ook niet gecorrigeerd is
door andere personeelsleden op het College?
Antwoord 2
De regels ten aanzien van toelating en plaatsing van leerlingen in de eerste klas
van het voortgezet onderwijs zijn helder. Hierover is ook verschillende malen gecommuniceerd,
onder meer via brieven van het Ministerie van OCW aan alle middelbare scholen in Nederland
en via de website www.nieuweregelgevingovergangpo-vo.nl. Dit had dus niet mogen gebeuren, hetgeen ook ruiterlijk is erkend door de school.
Navraag bij het Edith Stein College leert dat de rector op het moment dat leerlingen
geïnformeerd werden over hun afwijzing twee weken in functie was. Hij was niet op
de hoogte gebracht van de selectie en andere personeelsleden hebben dit niet gecorrigeerd.
Zij meenden leerlingen op juiste inhoudelijke gronden te plaatsen op een nevenlocatie
van dezelfde scholengroep. De betreffende fout is snel nadat deze was geconstateerd
rechtgezet en de procedures zijn aangepast.
Vraag 3
Wat gaat u doen voor de leerlingen die alsnog tegen hun wil zijn doorverwezen naar
een andere school?
Antwoord 3
Van het tegen de wil van een leerling doorverwijzen naar een andere school mag geen sprake zijn. Als ouders en leerlingen niet tevreden
zijn met het door de school geboden alternatief (in dit geval het Diamant College
in plaats van het Edith Stein College), staat het hen vrij om een andere school te
kiezen waar nog plaatsen zijn en het kind daar aan te melden. Aanmelding bij een geboden
alternatief is niet verplicht. Van doorverwijzing zou enkel sprake kunnen zijn als
bij de aanmelding van de leerling expliciet zou zijn aangegeven dat hij of zij bij
eventuele uitloting «automatisch» zou worden aangemeld bij een door de school geboden
alternatief. Van een dergelijke situatie is evenwel geen sprake. Aangezien de eerder
gemaakte fout snel is gecorrigeerd, zie ik geen nadere rol weggelegd voor het Ministerie
van OCW.
Vraag 4
Kunnen deze leerlingen alsnog in aanmerking komen voor een plek op het door hen gewenste
Edith Stein College?
Antwoord 4
In het artikel wordt aangegeven dat alsnog de mogelijkheid is geboden om aan loting
deel te nemen. Loting biedt echter geen garantie op plaatsing.
Vraag 5
Heeft u aanwijzingen dat nog meer scholen op deze manier selectie toepassen? Zo ja,
welke? Wat gaat u hier aan doen? Zo nee, bent u bereid dit te onderzoeken?
Antwoord 5
Ik heb hiervoor geen concrete aanwijzingen. In eerdere jaren heeft onbekendheid met
de nieuwe wet- en regelgeving op dit punt wel aanleiding tot onduidelijkheid gegeven.
Sindsdien zijn VO-scholen herhaalde malen door onder meer het Ministerie van OCW,
de Inspectie van het Onderwijs en de VO-raad geïnformeerd over het feit dat het basisschooladvies
leidend is bij plaatsing van leerlingen in de brugklas van het voortgezet onderwijs,
en dat de plaatsing niet gebaseerd mag worden op toetsgegevens.
Wanneer zich toch situaties voordoen waarbij de regels niet correct gevolgd worden,
kan dat gemeld worden bij de Inspectie van het Onderwijs. De inspectie kan dan gerichte
actie ondernemen richting de betreffende school. Voor het landelijke beeld over de
ervaringen met de nieuwe wet- en regelgeving inzake de overgang van primair naar voortgezet
onderwijs per 1/8/2015, loopt momenteel de Evaluatie Wet Eindtoetsing PO. Daarover
zal uw Kamer conform afspraak in 2019 geïnformeerd worden. Het toepassen door scholen
van de juiste handelwijze bij selectie en plaatsing van leerlingen is ook onderwerp
van deze evaluatie. Nader onderzoek acht ik dan ook niet nodig.