Vragen van de leden Bergkamp en Van Meenen (beiden D66) aan de Staatssecretaris van
Onderwijs, Cultuur en Wetenschap over het bericht dat er problemen zijn met het vervoer
voor leerlingen met een zorgvraag of beperking (ingezonden 14 maart 2017).
Antwoord van Staatssecretaris Dekker (Onderwijs, Cultuur en Wetenschap) (ontvangen
10 april 2017).
Vraag 1
Bent u bekend met het bericht «Schoolvervoer slecht geregeld»?1
Vraag 2
Deelt u de mening dat ieder kind recht heeft op passend onderwijs en dat daar ook
passend vervoer bij hoort?
Antwoord 2
Indien een leerling vanwege zijn handicap niet zelfstandig kan reizen, hoort daar
passend vervoer bij.
Vraag 3
Hoeveel kinderen maken gebruik van dit soort vervoer? Hoeveel van deze kinderen heeft
een zorgvraag of beperking?
Antwoord 3
Uit de monitor leerlingenvervoer van Oberon blijkt dat in het schooljaar 2014–2015
73.000 leerlingen gebruik maakten van de vervoersregeling. 56 procent van de leerlingen
die gebruik maakten van de regeling deden dat op grond van alleen hun handicap. Daarnaast
werd ook nog 9 procent van de leerlingen vervoerd vanwege de combinatie van handicap
en denominatie. De overige 35 procent was vervoer op basis van afstand/denominatie.
Vraag 4
Is er een beeld van de kwaliteit van het leerlingenvervoer? Zo ja, hoe heeft dit beeld
zich in de afgelopen jaren ontwikkeld? Zo nee, gaat u actie ondernemen om hier een
duidelijk beeld van te krijgen?
Antwoord 4
De verantwoordelijkheid voor de uitvoering van het leerlingenvervoer ligt niet bij
het Ministerie van OCW maar bij de gemeenten. Zij zijn dan ook verantwoordelijk voor
de kwaliteit en een beeld daarvan. Ik heb daar dan ook geen beeld van. Wel weet ik
dat TNS consult in 2010 en 2011 onderzoek heeft uitgevoerd naar de kwaliteit van het
contractvervoer, waaronder het leerlingenvervoer. Uit de laatste meting blijkt dat
ruim driekwart van de reizigers van het leerlingenvervoer (78 procent) het leerlingenvervoer
met een 7 of hoger beoordeelde. Ruim vier op de tien reizigers (45 procent) beoordeelden
het vervoer met een 8 of hoger.
Vraag 5
Heeft u specifieke cijfers over het percentage kinderen dat op tijd op school aan
komt? Zo ja, hoe vaak komen kinderen op tijd aan? Zo nee, bent u bereid om dit te
onderzoeken?
Antwoord 5
Zoals in het antwoord op vraag 4 staat, ligt de verantwoordelijkheid voor de uitvoering
van het leerlingenvervoer niet bij het Ministerie van OCW maar bij de gemeenten. Ik
heb dan ook geen specifieke cijfers over het percentage kinderen dat op tijd op school
aan komt. Uit het onderzoek genoemd in vraag 4, kwam ook naar voren dat het merendeel
van de leerlingen (zeer) tevreden was over de onderdelen van de dienstverlening die
zijn gerelateerd aan tijd. Met name het op tijd vertrekken en aankomen werd positief
beoordeeld (respectievelijk 87 procent en 90 procent).
Vraag 6
Kunt u aangeven wat de reden is/redenen zijn dat de kwaliteit van het leerlingenvervoer
in een aantal gemeenten onder de maat is? Zo ja, wat zijn deze redenen? Zo nee, waarom
niet?
Antwoord 6
Ik heb geen reden om aan te nemen dat de kwaliteit in een aantal gemeenten structureel
onder de maat is. Zie ook het antwoord op vraag 4.
Vraag 7
Wilt u in gesprek gaan met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten om de in bepaalde
gemeenten tanende kwaliteit van het vervoer voor leerlingen met een zorgvraag of beperking
aan te kaarten? Zo ja, op welke termijn? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 7
Indien het leerlingenvervoer in een bepaalde gemeente kwalitatief onder de maat is,
zou dit tot een gesprek tussen gemeenteraad en verantwoordelijke wethouder moeten
leiden. Als het beeld ontstaat dat de kwaliteit van het leerlingenvervoer landelijk
of althans op grote schaal een probleem is, zal ik hierover in overleg gaan met de
Vereniging van Nederlandse Gemeenten.
Vraag 8
Bent u bereid om – in navolging van de algemene maatregel van bestuur die zijn collega
van Volksgezondheid, Welzijn een Sport heeft opgesteld om kwaliteitseisen op te stellen
voor het doelgroepenvervoer – een algemene maatregel van bestuur te maken om de kwaliteit
van het vervoer voor leerlingen met een zorgvraag of beperking te waarborgen? Zo ja,
op welke termijn gaat u dat doen? Zo nee, wat gaat u wel doen om de kwaliteit van
dit vervoer te verbeteren?
Antwoord 8
Een AMvB zoals de Staatssecretaris van VWS heeft toegezegd voor het gehandicaptenvervoer
kan niet zomaar voor het leerlingenvervoer. De verantwoordelijkheid voor de uitvoering
van het leerlingenvervoer ligt al jaren bij de gemeenten. Deze verantwoordelijkheid
is vastgelegd in wet- en regelgeving. Hierin is geen basis om bij AMvB nadere regels
te stellen aan het leerlingenvervoer.
Gemeenten worden vanuit de Vereniging van Nederlandse Gemeenten en het ministerie
met het handboek «Professioneel Aanbesteden Leerlingenvervoer» geholpen bij het aanbestedingsproces.
Het handboek geeft tips en voorbeelden over zaken waarvan het belangrijk is dat ze
worden meegenomen en meegewogen bij de aanbesteding. In het handboek wordt ook informatie
gegeven over de kwaliteit waar het leerlingenvervoer aan zou moeten voldoen. Gemeenten
worden gewezen op het belang van een goede verhouding van kwaliteit en prijs bij de
aanbesteding.