Vragen van het lid Voortman (GroenLinks) aan de Minister van Buitenlandse zaken en
de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie over het bericht dat Duitsland voorstellen
heeft gedaan om minder rekening te houden met mensenrechten zodat migranten kunnen
worden teruggestuurd naar Noord-Afrikaanse landen om daar hun asielprocedure af te
wachten (ingezonden 8 maart 2017).
Antwoord van Staatssecretaris Dijkhoff (Veiligheid en Justitie), mede namens de Minister
van Buitenlandse Zaken (ontvangen 5 april 2017)
Vraag 1
Bent u bekend met het bericht dat Duitsland voorstellen heeft gedaan om minder rekening
te houden met mensenrechten zodat migranten kunnen worden teruggestuurd naar Noord-Afrikaanse
landen om daar hun asielprocedure af te wachten?1
Antwoord 1
Ja, het kabinet is bekend met dit bericht. Het kabinet merkt hierbij wel op dat de
internationale en Europese mensenrechtelijke verplichtingen het kader vormen voor
het Duitse voorstel. Dit in tegenstelling tot de suggestie die wordt gewekt in het
artikel waarnaar u verwijst, dat minder rekening zou worden gehouden met mensenrechten.
Vraag 2
Was u op de hoogte van het feit dat in Duitsland aan deze plannen werd gewerkt?
Antwoord 2
Het kabinet is ervan op de hoogte dat Duitsland bekijkt hoe het Gemeenschappelijk
Europees Asielsysteem (GEAS) robuust en toekomstbestendig kan worden ingericht, bijvoorbeeld
met een mechanisme om adequaat te kunnen reageren op een hoge asielinstroom. Nederland
steunt die inzet.
Vraag 3
Hoe beoordeelt u de voorstellen van Duitsland, zoals die naar voren komen in het document
dat door Reuters is ingezien?
Antwoord 3
De EU heeft voor de toekomst een solide en doeltreffend systeem voor duurzaam migratiebeheer
nodig. In dat licht vindt het kabinet het belangrijk dat de EU in de toekomst over
de mogelijkheden beschikt om de migratiestromen richting de EU beheersbaar te kunnen
houden. Het kabinet plaatst het Duitse voorstel in deze bredere reflectie over het
Europese asielbeleid en dit sluit ook aan bij de inzet van het Nederlandse kabinet
zoals beschreven in een brief aan uw Kamer van 8 september 2015.2 Kritisch kijken naar de voorwaarden die op dit moment worden gehanteerd om het concept
«veilig derde land» toe te passen, hoort hier ook bij. Het asielbeleid draait immers
om de noodzaak effectieve bescherming te bieden aan asielzoekers tegen direct en indirect
refoulement. De kern van het concept «veilig derde land» is dat een derde land veilig
is voor personen die verzoeken om internationale bescherming, waarbij de toepassing
van dit concept plaatsvindt in overeenstemming met de verplichtingen die voortvloeien
uit het Vluchtelingenverdrag en het EVRM. Voorwaarden voor de aanwijzing van een derde
land als veilig die verdergaan dan het waarborgen van deze beschermingsnorm, kunnen
derhalve kritisch worden bekeken.
Vraag 4
Deelt u de mening dat het versoepelen van mensenrechtenwaarborgen voor migranten de
geloofwaardigheid van de EU als voorvechter van mensenrechten in haar internationale
betrekkingen beschadigt? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 4
Het kabinet leest in de Duitse voorstellen niet terug dat er sprake is van een versoepeling
van de mensenrechtelijke standaarden. Het kabinet verwijst u naar zijn antwoord op
vraag 1.
Vraag 5
Deelt u de mening dat het opvangen van migranten in landen zoals Libië niet past binnen
de Europese normen en waarden, het Europees en Internationaal recht? Zo nee, waarom
niet?
Antwoord 5
Het kabinet is van mening dat steeds op basis van de situatie in een derde land moet
worden bezien of dit land, nu of in de toekomst, als veilig kan worden bestempeld
conform de geldende Europees- en internationaalrechtelijke kaders.
Vraag 6
Deelt u de mening dat het juridisch en moreel onmogelijk en onwenselijk is om binnen
een land een gebied aan te merken als «safe zone» om, wanneer daar mensen naar worden
uitgezet, te voldoen aan het non-refoulement beginsel, aangezien het niet mogelijk
is te garanderen dat personen die worden uitgezet ook daadwerkelijk in de «safe zone»
terecht komen?
Antwoord 6
Het Europees Hof voor de Rechten van Mens erkent de mogelijkheid dat, onder strikte
voorwaarden, mensen naar een veilig gebied binnen een land worden teruggestuurd. Zoals
u ook in uw vraag opmerkt, dient het non-refoulement beginsel te allen tijde te worden
gerespecteerd.
Vraag 7
Bent u bereid u in te zetten om te voorkomen dat dit voorstel, of andere soortgelijke
voorstellen als Europees beleid tot uitvoering komen en bent u in die context bereid
de Duitse regering aan te spreken op Nederlandse zorgen omtrent dit voorstel?
Antwoord 7
Het kabinet beziet steeds of voorstellen de internationale en Europese verplichtingen
respecteren. Voor het overige verwijst het kabinet naar zijn beantwoording op uw eerste
vraag.
Vraag 8
Deelt u de mening dat in het vormgeven van het toekomstige Europese asielbeleid het
internationaal vreemdelingenrecht centraal moeten blijven staan?
Antwoord 8
Ja, het kabinet hecht eraan dat het internationaal vreemdelingenrecht het kader blijft
vormen.