Vragen van de leden Kerstens en Van Dekken (beiden PvdA) aan de Minister van Sociale
Zaken en Werkgelegenheid over de arbeidsomstandigheden bij de Primark in Groningen
(ingezonden 13 februari 2017).
Antwoord van Minister Asscher (Sociale Zaken en Werkgelegenheid) (ontvangen 24 maart
2017).
Vraag 1
Kent u het bericht «Onrust bij Primark: «Als ik alles had geweten, was ik er nooit
gaan werken»?1
Vraag 2 en 3
Herkent u het beeld dat de arbeidsomstandigheden bij de Primark in Groningen onder
druk staan?
Deelt u de mening dat het volstrekt onacceptabel is dat bij de Primark in Groningen
sprake is van een hoge werkdruk, intimidatie door leidinggevenden, het negeren van
gezondheidsklachten en het niet betalen van loon bij overwerk? Zo ja, bent u bereid
om de Inspectie SZW controles bij de Primark in Groningen te laten uitvoeren? Zo nee
waarom niet?
Antwoord 2 en 3
Of de signalen kloppen kan ik niet uit eigen waarneming of onderzoek bevestigen. In
algemene zin kan ik wel zeggen dat intimidatie een ernstige zaak is en dat het van
groot belang is dat zorgvuldig gehandeld wordt als werknemers ziek zijn, ook in het
licht van de privacybescherming en het medisch beroepsgeheim. De werkgever is verplicht
te zorgen voor gezonde werkomstandigheden en een beleid te voeren om psychosociale
arbeidsbelasting te voorkomen.
FNV heeft haar bevindingen met de Inspectie SZW gedeeld en heeft recent aan de Inspectie
een verzoek gedaan tot een nader onderzoek naar de arbeidsomstandigheden bij Primark
(verzoek conform artikel 24, lid 7, Arbowet). Dit verzoek is door de Inspectie opgepakt
en de komende periode wordt dit onderzoek uitgevoerd. Indien daartoe aanleiding is,
zal het onderzoek uitgebreid worden naar de naleving van andere wetgeving waarop de
Inspectie toezichtbevoegd is.
Vraag 4
Heeft de Inspectie SZW controles uitgeoefend bij andere winkels van de Primark? Zo
ja, kunt u toelichten wat de uitkomsten hiervan waren? Zo nee, bent u bereid dit alsnog
te doen?
Antwoord 4
In de afgelopen jaren zijn er enkele inspecties geweest bij winkels van Primark in
het kader van de Wet arbeid vreemdelingen en in verband met schoonmakers. Deze inspecties
hebben geen aanleiding gegeven tot verder optreden.
Er zijn vanaf 2011 over de 16 vestigingen in Nederland een tiental klachten bij de
Inspectie SZW ingediend, waarvan twee tot nader onderzoek hebben geleid. Er is een
waarschuwingsbrief uitgegaan voor het ontbreken van een plan van aanpak bij de RI&E.
Zie voorts het antwoord op vraag 2 en 3.
Vraag 5
Bent u, gezien de arbeidsomstandigheden, bereid Primark Nederland aan te spreken op
het feit dat meerdere vestigingen geen ondernemingsraad hebben, terwijl de wet voorschrijft
dat een ondernemingsraad bij 50 personeelsleden of meer verplicht is? Zo ja, wanneer
gaat u dit doen? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 5
Medezeggenschap van werknemers is van groot belang. Het is dan ook niet voor niets
dat deze medezeggenschap is verankerd in onze Grondwet en verder is uitgewerkt in
de Wet op de Ondernemingsraden. U stelt terecht dat elke onderneming waar in de regel
ten minste 50 personen werkzaam zijn, verplicht is een OR in te stellen. Deze verplichting
geldt ook voor vestigingen van Primark in Nederland. Dit is in het belang van het
goed functioneren van de onderneming ten behoeve van het overleg met en vertegenwoordiging
van de in de onderneming werkzame personen.
Indien een ondernemer weigert om een OR in te stellen dan kan iedere belanghebbende
de kantonrechter verzoeken te bepalen dat de ondernemer gevolg dient te geven aan
de wet en alsnog een OR instelt. De rechter kan het nakomen van deze plicht bevorderen
door een sanctie te koppelen aan het niet nakomen. Er kan dan sprake zijn van een
overtreding van de Wet economische delicten.
Op grond van de Wet op de Ondernemingsraden heeft de Inspectie SZW bovendien de bevoegdheid
om de werkgever inlichtingen te vragen omtrent de instelling en het functioneren van
een ondernemingsraad.
Uit de berichtgeving maak ik op dat een woordvoerder van Primark heeft verklaard dat
Primark het nut van een OR erkent en dat er sinds een aantal maanden voorbereidingen
worden getroffen om een OR op te richten. FNV Handel heeft aangegeven dat op 2 maart
een constructief overleg heeft plaatsgevonden met de directie van Primark. Het bedrijf
erkende daarbij dat er zaken zijn die op korte termijn moeten veranderen. Het heeft
een aantal maatregelen aangekondigd die tot betere arbeidsomstandigheden moeten leiden.
Daaronder is het oprichten van een ondernemingsraad genoemd. Met dat gesprek is het
probleem daar aan de orde geweest waar het hoort: tussen werkgever en werknemer. Het
is immers in de eerste plaats aan werknemers – daarbij al dan niet ondersteund door
hun vertegenwoordigende organisaties – om werkgevers aan te spreken op het instellen
van een OR.
Zoals ik heb aangegeven in het VAO arbeidsmarktbeleid van 22 februari jongstleden
gaat mijn ministerie op korte termijn in gesprek met de kledingbranche over de arbeidsomstandigheden
in filiaalbedrijven. In die gesprekken zal uiteraard gewezen worden op de wettelijke
plicht om in alle vestigingen met meer dan 50 werknemers een OR in te stellen.