Vragen van de leden Roemer (SP), Segers (ChristenUnie), Pechtold (D66), Van Haersma
Buma (CDA) en Klaver (GroenLinks) aan de Minister-President over openstaande vragen
met betrekking tot de Teevendeal (ingezonden 15 februari 2017).
Antwoord van Minister-President Rutte (Algemene Zaken) (ontvangen 15 februari 2017)
Vraag 1, 2 en 3
Wat is uw reactie op het bericht omtrent het open einde met betrekking tot de onthullingen
over de zogenaamde Teevendeal?1
Kunt u ingaan op de passage dat niet alleen uw raadadviseur, maar ook uw persoonlijk
medewerker, de plaatsvervangend secretaris-generaal, uw persoonlijk politiek assistent
en de directeur-generaal van de Rijksvoorlichtingsdienst de e-mail met de herinneringen
van de heer Teeven in hun bezit hadden op het moment dat de Tweede Kamer om precies
die informatie vroeg en bovendien het bonnetje nog niet gevonden was?
Hoe kan het, dat ondanks dat er vijf ambtenaren op uw ministerie, waaronder uw raadsadviseur,
op de hoogte waren van deze belangrijke informatie, u hier persoonlijk niet van op
de hoogte bent gesteld? Had u hiervan niet op de hoogte kunnen en moeten zijn?
Antwoord 1, 2 en 3
Er is op zondagavond 8 maart 2015 door Veiligheid en Justitie (VenJ) een mail met
als bijlage concept-antwoorden op Kamervragen, verstuurd aan een raadadviseur van
Algemene Zaken. Deze heeft de mail met de bijlage doorgestuurd aan vier collega’s
van wie er een deze doorzond aan een privémailadres van zichzelf, zonder op enig moment
kennis te nemen van de inhoud van de bijlage of er anderszins iets mee te doen.
De mail waarmee de raadadviseur zondagavond de mail van VenJ met de bijlage aan zijn
collega’s zond, bevatte zijn voornemen om voor maandagochtend 09.00 te reageren. Dit
is niet gebeurd. De mail van VenJ met de bijlage is namelijk niet behandeld door de
raadadviseur of andere medewerkers van Algemene Zaken, noch is deze onderling besproken
of is er enige reactie naar Veiligheid en Justitie gegaan, niet op zondag 8 maart
of daarna. Geen van hen herinnert zich de bijlage gelezen te hebben. Op de zondagavond
hebben de AZ-ambtenaren zich simpelweg niet bezig gehouden met de mail en de bijlage.
Ook maandagochtend of daarna is dat niet gebeurd. Daarom is noch de mail van VenJ
noch de bijlage op enig moment gedeeld of besproken met de Minister-President. Toen
de melding op maandagochtend kwam dat het bonnetje gevonden was, heeft niemand bij
AZ meer omgezien naar inmiddels verouderde concepten.
Pas nadat de heer Haan op 23 januari van dit jaar vroeg of de mail van VenJ van 8 maart
2015 bij AZ was binnengekomen, is in het mailarchief teruggevonden dat dit inderdaad
het geval is geweest.
Het onderwerp van de vragen 1, 2 en 3 is ook aan de orde gekomen in het debat met
de Tweede Kamer op 26 januari jl. Hierover heb ik in het debat het volgende opgemerkt:
«Die mail is ook ter beschikking gesteld aan de commissie-Oosting. De conceptantwoorden
heb ik niet gezien, noch is de inhoud daarvan met mij besproken. Ik kende die dus
niet. De mail is zondagavond intern door de raadsadviseur gedeeld met vier collega's.
Van bespreking binnen Algemene Zaken of inhoudelijk commentaar op de mail is het niet
gekomen. Er is dus ook geen reactie vanuit Algemene Zaken naar Veiligheid en Justitie
gegaan. Ik heb dat nog even dubbel gecheckt en heb gevraagd: hoe zit het nu precies,
weten we dat helemaal zeker? Ik maak nog één verdiepingsslag: er is inderdaad geen
reactie gekomen vanuit Algemene Zaken. Dat is bijna 100% zeker. Er is namelijk geen
reactie per mail gestuurd naar VenJ. Er is ook geen telefonisch contact geweest, voor
zover we kunnen vaststellen. Ook binnen AZ zijn de conceptantwoorden niet besproken
en is er geen commentaar op de mail gekomen. Dat klopt, want op maandagochtend is
Algemene Zaken volledig in de modus gegaan van de afwikkeling van de vondst van het
bonnetje, die uiteindelijk vergaande politieke consequenties heeft voor twee bewindslieden.».
Bij herhaald onderzoek en navraag is andermaal niets gebleken van enig contact tussen
AZ en VJ over de mail van VenJ met bijlage.
Vraag 4
Bent u bereid, mede gelet op het feit dat deze slepende kwestie nu al zo lang loopt
en er steeds vragen onbeantwoord blijven, de Kamer zo snel mogelijk inzage te geven
in de precieze inhoud en de begeleidende tekst van deze e-mails en het relevante berichtenverkeer
hierover in deze periode? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 4
Het antwoord op de vorige vragen bevat het antwoord op de gevraagde inlichtingen door
verstrekking van de zakelijke inhoud van de informatie en toelichting op de omgang
daarmee. Verlening van inzage in onderliggende ambtelijke mails is niet verenigbaar
met het wezenlijke belang dat is gemoeid met een goede voorbereiding van besluitvorming
die wordt gediend door de vertrouwelijkheid van een vrije en open gedachtenwisseling.
Voorts is verlening van inzage niet verenigbaar met de bescherming van de persoonlijke
levenssfeer van medewerkers.
Vraag 5
Kunt u de antwoorden op deze vragen en de hierbij opgevraagde informatie uiterlijk
donderdag 16 februari 12.00 uur aan de Kamer doen toekomen in verband met het belang
van snelle openheid in een belangrijke zaak? Zo nee, waarom niet?