Vragen van het lid Voordewind (ChristenUnie) aan de Ministers van Buitenlandse Zaken
en voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking over het weren van maatschappelijke
organisaties door de Indiase overheid (ingezonden 31 januari 2017).
Antwoord van Minister Koenders (Buitenlandse Zaken) en van Minister Ploumen (Buitenlandse
Handel en Ontwikkelingssamenwerking) (ontvangen 13 februari 2017).
Vraag 1
Vindt u het ook zeer zorgelijk dat de Indiase overheid maatschappelijke organisaties
weert en/of tegenwerkt, waaronder Amnesty International, Greenpeace, Navsarjan Trust
en Compassion, en al maandenlang de financiële tegoeden bevriest?1
Antwoord 1
Ja, dat vind ik zorgelijk. Een actief en levendig maatschappelijk middenveld is zeer
belangrijk voor de duurzame sociale en economische ontwikkeling van een land.
Vraag 2
Erkent u dat het wegvallen van de projecten van Compassion in India ernstige gevolgen
heeft voor 145.000 kinderen die in extreme armoede leven? Bent u bereid om met Compassion
Nederland in overleg te treden, aangezien de organisatie gedwongen is om half maart
de steun stop te zetten?
Antwoord 2
Inmiddels hebben vertegenwoordigers van het ministerie contact opgenomen met Compassion
Nederland. Op korte termijn vindt overleg plaats in Den Haag. De ambassade in New
Delhi heeft op 3 februari de zaak aan de orde gesteld bij de Indiase autoriteiten.
Vraag 3
Erkent u dat het stopzetten van de financiering aan Navsarjan Trust ernstige gevolgen
heeft voor de bestrijding van kastendiscriminatie en de toegang tot onderwijs voor
Dalit-kinderen?2
Antwoord 3
India telt meer dan drie miljoen maatschappelijke organisaties. Vele NGO’s zetten
zich in voor de rechten van Dalits en (indirect) de bestrijding van kastendiscriminatie.
Navsarjan Trust maakt deel uit van de paraplu organisatie «International Dalit Solidarity
Network» (IDSN) en is één van de organisaties die zich inzet voor bovengenoemde rechten.
Het stopzetten van de financiering van een NGO die zich voor deze rechten inzet is
zeker te betreuren. Er zijn gelukkig nog vele andere organisaties actief om voor de
positie van Dalits op te komen, inclusief voor de toegang tot onderwijs.
Vraag 4
Erkent u dat India handelt in strijd met de internationale mensenrechten en dat de
vrijheid van meningsuiting en de vrijheid van vereniging onder grote druk staan?
Antwoord 4
India kent een democratisch gekozen parlement, een democratisch gekozen regering en
een onafhankelijke rechtspraak. Daarnaast is er sprake van een levendig maatschappelijk
middenveld. De vrijheid van meningsuiting is vastgelegd in de Indiase Grondwet. Ook
spelen diverse nationale media in India een belangrijke rol in maatschappelijke discussies
en stellen zij misstanden aan de orde. Wetgeving kan niettemin mogelijk beperkend
zijn voor de vrijheid van meningsuiting als de openbare orde in het geding komt. Een
wet die de vrijheid van meningsuiting kan beperken is de Information Technology Act. Wetgeving kan in India door de rechter worden getoetst aan de Grondwet. Zo heeft
het Hooggerechtshof in India in maart 2015 ingegrepen omdat zij van mening was dat
Section 66A van de Information Technology Act onverenigbaar is met het recht op vrijheid van meningsuiting zoals in de Grondwet
is vastgelegd.
Vraag 5
Bent u bereid om in overleg te gaan en druk te zetten op de Indiase overheid om deze
maatregelen terug te draaien, in het bijzonder de zeer restrictieve Foreign Regulation
and Contribution Act, zoals ook is geadviseerd door Marina Kiai, de Speciale VN Rapporteur
voor Vrijheid van Vereniging en Vergadering?3
Antwoord 5
De Nederlandse overheid deelt de zorgen van VN-rapporteur Maina Kiai over de wet gericht
op buitenlandse giften zoals beschreven in «Analysis on International Law, Standards
and Principles applicable to the Foreign Contributions Regulation Act 2010 and Foreign
Contributions Regulation Rules 2011». Deze wet die buitenlandse giften aan Indiase
organisaties reguleert, kan beperkend werken voor de financiering van het maatschappelijk
middenveld. Nederland heeft zich op verschillende niveaus in bilaterale contacten
en in multilateraal verband ingespannen om aandacht te vragen voor deze situatie en
zal dit onverminderd blijven doen. Zo werd de kwestie in New Delhi opgebracht door
de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking in juni 2015, en
op hoogambtelijk niveau in juni 2016. Naast het overleg dat hierover wordt gevoerd
door de Ambassade in New Delhi zal Nederland ook tijdens de volgende bilaterale consultaties,
thans voorzien in maart 2017, het onderwerp opbrengen bij de Indiase autoriteiten.
Vraag 6
Ben u bovendien bereid aan te dringen bij de Europese Commissie op actie richting
de Indiase overheid en ook zelf bij de Indiase overheid aan te dringen op het stopzetten
van het bevriezen van tegoeden van onder meer Compassion en Navsarjan Trust?
Antwoord 6
Het kabinet zal in EU-verband aandacht vragen voor de beperkingen die maatschappelijke
organisaties ondervinden van de Foreign Contributions Regulation Acten ondergeschikte regelgeving van de Indiase overheid. Als het gaat om onze bilaterale
inspanningen wordt verwezen naar vraag 5.
Vraag 7
Wilt u deze vragen met spoed beantwoorden gezien de nijpende situatie voor de organisaties?
Antwoord 7
De vragen zijn zo snel mogelijk beantwoord.