Vragen van de leden Marcouch en Recourt (beiden PvdA) aan de Minister van Veiligheid
en Justitie over het bericht dat niet-westerse Nederlanders vaker celstraf krijgen
in plaats van taakstraffen (ingezonden 27 december 2016).
Antwoord van Minister Van der Steur (Veiligheid en Justitie) (ontvangen 25 januari
2017) Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2016–2017, nr. 979
Vraag 1
Kent u het bericht «Niet-westerse Nederlander krijgt vaker cel in plaats van taakstraf»?1
Vraag 2
Kent u het in het bericht genoemde rapport van de Raad voor de rechtspraak? Zo ja,
kunt u dat voorzien van uw reactie aan de Kamer doen toekomen en daarbij tevens ingaan
op de aanbevelingen in het rapport?
Antwoord 2
Ik ben bekend met het genoemde rapport. Dit rapport is door de Raad voor de rechtspraak
online gepubliceerd op https://www.rechtspraak.nl/SiteCollectionDocuments/research-memoranda-2016–02.pdf. Een kopie van dit rapport treft u in de bijlage aan.2
Het is een goede zaak dat de Rechtspraak dit onderzoek heeft laten uitvoeren. Er blijken
verschillen in de oplegging van het soort straf tussen herkomstgroepen, maar daarvoor
kunnen, aldus het rapport op pagina 40, «praktische» en «legitieme redenen» zijn.
De onderzoekers pleiten voor meer aandacht in onderzoek en rechtspraktijk voor de
verhouding in zwaarte tussen verschillende soorten straffen. Op dit punt ga ik in
mijn antwoord op vraag 6 nader in. Tevens pleiten de onderzoekers voor onderzoek naar
de achtergronden van verschillen tussen herkomstgroepen in toepassing van voorarrest
en in opgelegde soorten straf. Tegelijkertijd lijken deze verschillen verklaarbaar
uit verschillen in achtergronden tussen herkomstgroepen, die in de rechterlijke beslissing
om een bepaalde sanctie toe te passen meewegen. Zie hiervoor ook mijn antwoord op
vraag 4. Specifiek verder onderzoek naar de achtergronden van deze verschillen lijkt
mij daarom niet dringend.
Vraag 3
Is het waar dat daders met een migratie-achtergrond vaker in de gevangenis belanden,
omdat ze vaker veroordeeld worden voor zware misdrijven? Zo ja, waarom worden deze
daders vaker voor deze misdaden veroordeeld dan verdachten die geen migratie-achtergrond
hebben? Zo nee, wat is er dan niet waar?
Antwoord 3
Ja, dat klopt. Het rapport stelt op pagina 21 dat allochtonen gemiddeld voor zwaardere
delicten terechtstaan dan autochtonen. Het rapport gaat niet in op de vraag waarom
dat zo is.
Vraag 4
Acht u het mogelijk dat er niet alleen als het om staandehoudingen gaat de etniciteit
een rol speelt (ethnic profiling) maar dat een dergelijk effect ook in de rechtspraak
kan gelden? Zo ja, waarom acht u dit mogelijk, heeft u daar concrete aanwijzingen
voor en welke zijn dat dan? Zo, nee waarom acht u dit niet mogelijk?
Antwoord 4
Het rapport concludeert dat er, bij hantering van de bij vervangende hechtenis gebruikelijke
omrekensleutels tussen soorten straffen, geen verschillen bestaan in sanctiezwaarte
tussen herkomstgroepen (p.7). Dit geeft dus geen aanwijzing dat er bij de rechtspraak
sprake is van «etnisch profileren» of stereotypering. Wel blijkt sprake te zijn van
verschillen in de oplegging van het soort straf tussen herkomstgroepen, maar daarvoor
kunnen, aldus het rapport «praktische» en «legitieme redenen» zijn (p.40). Zo kunnen
taalproblemen, het niet hebben van een vaste woon- of verblijfplaats in Nederland
en het niet hebben van een baan de opgelegde soort straf beïnvloeden.
Vraag 5
Zijn u onderzoeken bekend over het verband tussen strafrechtelijke vonnissen en de
etnische achtergrond van de verdachte? Zo ja, welke zijn dit en wat waren de conclusies?
Zo nee, acht u het wenselijk om daar nader onderzoek naar te laten doen en hoe gaat
u dat laten doen?
Antwoord 5
Dit betreffende onderzoek legt juist het in de vraag genoemde verband. Het is het
eerste onderzoek in Nederland waarbij dit verband via een analyse op een zo uitgebreid
gegevensbestand is vastgesteld. Op dit moment zie ik op basis van de conclusies van
dit uitgebreide onderzoek, geen reden om nader onderzoek te laten doen.
Vraag 6
Deelt u het pleidooi van de onderzoekers om de verhoudingen tussen de verschillende
straffen verder tegen het licht te houden? Zo ja, hoe gaat u dit bevorderen? Zo nee,
waarom niet?
Antwoord 6
Eerder onderzoek laat zien dat de strafrechtelijk gehanteerde omrekensleutels tussen
verschillende soorten straffen niet altijd aansluiten bij de maatschappelijke perceptie
van de zwaarte van die verschillende soorten straffen. Zo is de vrijheidsstraf in
de maatschappelijke perceptie relatief zwaarder dan volgens de wettelijke omrekensleutels
het geval is.
De Raad voor de rechtspraak heeft mij laten weten dat hij verdere aandacht aan deze
problematiek zal besteden en zal adviseren over eventuele aanpassing van deze omrekensleutels.
X Noot
2Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer.