Vragen van het lid Voortman (GroenLinks) aan de Staatssecretaris van Sociale Zaken
en Werkgelegenheid over het bericht dat gemeenten alleen mogen experimenteren in de
bijstand als zij bijstandsgerechtigden verplichten tot een tegenprestatie (ingezonden
17 november 2016).
Antwoord van Staatssecretaris Klijnsma (Sociale Zaken en Werkgelegenheid) (ontvangen
26 januari 2017)
Vraag 1
Bent u bekend met het bericht dat gemeenten alleen mogen experimenteren met de bijstand
als zij bijstandsgerechtigden verplichten tot een tegenprestatie? Klopt de berichtgeving
in NRC Handelsblad daarover?1
Antwoord 1
Ja, ik ben bekend met het aangehaalde artikel. Voor het overige verwijs ik naar mijn
beantwoording van vragen 2, 5 en 6.
Vraag 2, 5 en 6
Waarom is de tegenprestatie een voorwaarde voor het uitvoeren van een experiment in
de bijstand, die gaat over minder regels en meer bijverdienen? Staat deze voorwaarde
ook in het Ontwerpbesluit en zo ja, waar?
Bent u het er mee eens dat nu op zijn minst de schijn wordt gewekt dat de regering
de mogelijkheid tot experimenteren gebruikt om een verplichte tegenprestatie in Amsterdam
en Utrecht af te dwingen? Zo nee, waarom niet?
Indien de berichtgeving klopt: waarom denkt u dat een onderzoek zonder een verplichte
tegenprestatie minder bruikbare wetenschappelijke resultaten op zal leveren, aangezien
de gemeenten Utrecht en Amsterdam conform de Participatiewet al strenge regels hebben
voor bijstandsgerechtigden en een groot verschil tussen de verschillende testgroepen
wel degelijk aanwezig is bij uitvoering van het experiment?
Antwoord 2, 5 en 6
Het ontwerpbesluit «Tijdelijk besluit experimenten Participatiewet» (Kamerstuk 34 352, nr. 39) heb ik op 30 september 2016 ter voorhang aan uw Kamer gezonden en ligt thans voor
advies bij de Raad van State. In het eerste lid van artikel 5 van het ontwerpbesluit
is opgenomen dat een verzoek om te mogen experimenteren kan worden afgewezen als de
gemeente op het moment van de aanvraag de Participatiewet (Pw) niet rechtmatig uitvoert.
Op dit moment ben ik bezig met het ontwerpen van een ministeriële regeling om de selectiecriteria
voor gemeenten die gaan experimenteren nader vorm te geven. Van gemeenten die een
verzoek indienen om te mogen experimenten, wil ik in ieder geval verzekerd zijn dat
alle voorgeschreven verordeningen in overeenstemming zijn met de wettelijke bepalingen
van de Pw.
Doel van de experimenten met de Pw is wetenschappelijke kennisontwikkeling omtrent
de werking van de wet. Daarbij is het van wetenschappelijk belang dat gemeenten die
gaan experimenteren alle verplichtingen uit de Pw, namelijk conform de wet, uitvoeren.
Zo wil ik borgen dat de experimenten valide resultaten opleveren over de vergelijking
van de werking van de huidige Participatiewet (incl. tegenprestatie) ten opzichte
van de aanpak in de experimentele groepen zoals beschreven in het ontwerpbesluit.
Vraag 3
De gemeente Amsterdam heeft een verordening over de tegenprestatie en voldoet daarmee
aan de wet; waarom mag deze gemeente dan toch geen experiment starten?
Antwoord 3
De gemeente Amsterdam heeft inderdaad een verordening tegenprestatie. Het daarin uit
te voeren beleid is echter niet in lijn met de Participatiewet. Voordat een gemeente
mee kan doen met de experimenten Participatiewet wil ik er, zoals gesteld in de vorige
antwoorden, in ieder geval van verzekerd zijn dat die gemeente een verordening over
de tegenprestatie heeft die in lijn is met de Participatiewet. De AMvB is echter nog
niet vastgesteld, waardoor Amsterdam of andere gemeenten nog geen formeel verzoek
hebben kunnen indienen.
Vraag 4
Waarom is niet eerder in gesprekken met gemeenten aangegeven dat zij de tegenprestatie
verplicht moesten stellen als zij experimenten wilden doen met bijstandsgerechtigden?
Op welke manier is deze voorwaardelijkheid eerder gecommuniceerd?
Antwoord 4
Vanaf september 2015 heb ik intensief gesprekken gevoerd met de vier initiatiefgemeenten
Utrecht, Groningen, Wageningen en Tilburg. De gesprekken hadden als doel om tot een
AMvB te komen die past in de geest van de Participatiewet, een goede wetenschappelijke
onderbouwing kent en toegankelijk is voor meer gemeenten die ook belangstelling hebben
voor een experiment met de Participatiewet. Tijdens deze gesprekken is herhaaldelijk
aan de orde gekomen dat alleen gemeenten die de Pw rechtmatig uitvoeren in aanmerking
komen voor deelname aan de experimenten.
Vraag 7
Wilt u het nog steeds mogelijk maken voor gemeenten om experimenten uit te voeren
en wilt u alles op alles zetten om ook de gemeenten Utrecht en Amsterdam, die nu de
wacht zijn aangezegd, de mogelijkheid te bieden een experiment te starten?
Antwoord 7
Via het ontwerpbesluit wil ik een beperkt aantal gemeenten de mogelijkheid bieden
te experimenteren. Gemeenten die voldoen aan het genoemde besluit en de ministeriële
regeling kunnen experimenteren totdat een maximum van 25 gemeenten of maximaal 4%
van de bijstandspopulatie is bereikt. Dit geldt ook voor gemeenten Amsterdam en Utrecht.