Vragen van de leden Duisenberg (VVD) en Mohandis (PvdA) aan de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap over DaMu scholieren naar aanleiding van de uitzending «Alles voor je kind» (ingezonden 5 oktober 2015).

Antwoord van Staatssecretaris Dekker (Onderwijs, Cultuur en Wetenschap) (ontvangen 23 december 2015)

Vraag 1

Hoeveel leerlingen volgen een dans- of muziekvooropleiding in Nederland en hoeveel daarvan hebben een DaMu-erkenning? Is dat aantal stabiel?1 2

Antwoord 1

Volgens recente schattingen van de Stichting DaMu volgen op dit moment circa 870 leerlingen de vooropleiding dans en muziek. Dit aantal leerlingen is de afgelopen jaren iets toegenomen. Een grove schatting is dat van deze groep 500 leerlingen buiten de regio wonen.

Vraag 2

Zijn er soortgelijke vooropleidingen in het voortgezet onderwijs, bijvoorbeeld voor andere vormen van kunst, sport (LOOT) of anderszins? Zo ja, welke zijn dit en hoeveel leerlingen volgen dit onderwijs?3

Antwoord 2

Nee. Er zijn geen andere vooropleidingen voor het hoger onderwijs in het voortgezet onderwijs zoals DaMu-scholen. Wel zijn er voorbeelden van leerlingen die speciale programma’s volgen en/of relatief ver reizen naar school vanwege hun talent of specifieke behoefte.

Topsporters op Topsport Talentscholen zijn hier een voorbeeld van. Topsporters worden op deze scholen ondersteund bij het zo goed mogelijk combineren van een schoolloopbaan en topsportcarrière. In schooljaar 2012/2013 werden ruim 3.000 sporttalenten met een topsportstatus begeleid op 29 Topsport Talentscholen.4

Vraag 3

Bent u bekend met de mogelijke rol die reiskosten kunnen spelen in de afweging tot deelname van leerlingen in deze opleidingen?

Antwoord 3

Ja.

Vraag 4

Welke bestaande regelingen bieden de rijksoverheid, de provincies en/of gemeenten om ambitieuze jongeren die een bijzondere (vervolg)opleiding volgen tegemoet te komen in het algemeen en specifiek voor wat betreft de reiskosten?

Antwoord 4

De overheid biedt dergelijke regelingen niet. Wel zijn gemeenten verantwoordelijk voor het vervoer van leerlingen met een beperking in het voortgezet (speciaal) onderwijs (vso), die niet zelfstandig kunnen reizen.

Vraag 5

In hoeverre zijn er gemeenten en/of provincies of private instellingen die fondsen hebben op dit terrein? In hoeverre wordt op deze fondsen door DaMu-leerlingen een beroep gedaan?

Antwoord 5

Het is mij niet bekend welke fondsen gemeenten en/of provincies hebben en of er private fondsen op dit terrein zijn. Dus ook niet of DaMu-leerlingen hier een beroep op doen.

Vraag 6

Indien reiskosten zouden worden vergoed, bijvoorbeeld door DaMu-leerlingen een OV-kaart (vrij reizen – week) voor de duur van hun vooropleiding te geven, wat is dan uw schatting van de hiermee gepaard gaande kosten? Wat is uw inschatting van deze kosten indien soortgelijke opleidingen hierin worden betrokken?

Antwoord 6

De kosten voor een dergelijke voorziening kunnen worden opgesplitst in de kosten van het studentenreisproduct zelf en de uitvoeringskosten die ervoor nodig zijn. Een eerste schatting van de kosten van het studentenreisproduct voor het huidige aantal DaMu-leerlingen komt uit op ongeveer € 600.000. Daarnaast zullen de uitvoeringskosten aanzienlijk zijn. Er zal een administratie opgebouwd moeten worden om de rechten van deze leerlingen op het studentenreisproduct te beheren.

Topsporters op een Topsport Talentscholen krijgen met speciale programma’s de mogelijkheid om onderwijs en topsport zo goed mogelijk te combineren. Deze leerlingen volgen geen vooropleiding aan een instelling voor hoger onderwijs maar hebben vanwege het beperkte aantal Topsport Talentscholen vaak een langere reistijd naar school. Als ook deze leerlingen worden betrokken, komen de kosten voor het reisproduct uit op € 600.000 voor de DaMu-leerlingen plus circa € 3.600.000 voor de topsporters. Ook de administratie wordt omvangrijker en dus zullen ook de uitvoeringskosten stijgen.

Vraag 7

Zijn er alternatieve mogelijkheden die ook kunnen worden overwogen, bijvoorbeeld een verbreding van de scope van het talentenfonds, om scholen de mogelijkheid te geven deze middelen ook in te kunnen zetten om talentvolle jongeren financieel te ondersteunen wat betreft de reiskosten?

Antwoord 7

Scholen ontvangen voor toptalenten middelen via de prestatiebox. Dit is een bekostigingsregeling, geen fonds. Deze middelen zijn bedoeld om de kwaliteit van het voortgezet onderwijs te verbeteren. Het geven van een reiskostenvergoeding is daarom geen rechtmatige inzet van deze middelen.

Ik vind het belangrijk dat leerlingen met een uitzonderlijk dans- of muziektalent de ruimte krijgen om hun toptalent in combinatie met regulier onderwijs zo goed mogelijk te ontwikkelen. Daarom hebben scholen de mogelijkheid gekregen om een DaMu-school te worden en zich hiermee te profileren.

Het betreft hier een zeer specifieke groep toptalenten. Deze dans- en muziektalenten volgen al op jonge leeftijd, naast het voortgezet onderwijs, een complete vooropleiding aan het hoger onderwijs. Deze vooropleiding biedt hen toegang tot vakspecifiek vervolgonderwijs.

Omdat het zo’n specifieke groep talenten betreft heb ik alternatieve mogelijkheden voor ondersteuning onderzocht. Na overleg met de Stichting DaMu heb ik besloten om met ingang van schooljaar 2016/2017 in uitzonderlijke gevallen te voorzien in een tegemoetkoming van reiskosten voor DaMu-leerlingen. De Stichting draagt zorg voor de uitvoering en ontvangt hiervoor een financiële ondersteuning. Over de uitvoering hiervan ga ik nog in gesprek met de Stichting. Na een jaar volgt een evaluatie.


X Noot
2

DaMu: Dans en Muziek

X Noot
3

LOOT: Landelijke Organisatie Onderwijs en Topsport

X Noot
4

Mulier Instituut, 2013. Evaluatie van de beleidsregel voor Topsport Talentscholen.

Naar boven