Vragen van de leden AnneMulder en Straus (beiden VVD) aan de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap over de vervangersproblematiek (ingezonden 2 november 2015).

Antwoord van Minister Asscher (Sociale Zaken en Werkgelegenheid), mede namens de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (ontvangen 1 december 2015)

Vraag 1

Bent u bekend met de brief die de stichting Kerobei, een stichting die katholiek primair onderwijs verzorgt, gestuurd heeft aan de ouders/verzorgers van hun leerlingen?1

Antwoord 1

Ja.

Vraag 2 en 3

Wat vindt u ervan dat kinderen door de nieuwe wet mogelijk naar huis gestuurd moeten worden, omdat vervangers maximaal drie keer een dagdeel mogen vervangen?

Wat vindt u ervan dat stichting Kerobei zoekt naar oplossingen voor dit probleem, maar dat dit blijkbaar niet lukt?

Antwoord 2 en 3

Ik vind het uiteraard een slechte zaak als kinderen in het primair onderwijs naar huis moeten worden gestuurd omdat geen vervangers beschikbaar zijn. Dat is ook niet nodig, alleen al vanwege het feit (zoals ik in eerdere antwoorden over dit onderwerp ook heb aangegeven) dat cao-partijen in het primair onderwijs hebben afgesproken om voor 1 juli 2015 geen nieuwe cao voor het primair onderwijs af te sluiten2. Partijen wilden extra tijd nemen voor de onderhandelingen en streven nu naar een nieuwe cao per 1 juli 2016. Dit betekent dat de cao primair onderwijs 2014 – 2015 doorloopt tot en met 30 juni 2016 en dat het overgangsrecht uit de Wet werk en zekerheid (Wwz) van toepassing is. Schoolbesturen kunnen daardoor tot 1 juli 2016 de regels hanteren zoals die nu in de cao staan, dat wil zeggen een onbeperkt aantal tijdelijke contracten in drie jaar tijd aangaan en min/max-contracten aangaan met een minimale arbeidsduur van 8 uur per week. Het is dus onjuist, zoals de stichting Kerobei in haar brief van oktober 2015 aan ouders heeft geschreven, om kinderen dit schooljaar als uiterste maatregel naar huis te moeten sturen en het leidt ook onnodig tot onrust bij de betreffende ouders.

Vraag 4

Bent u bereid maatregelen te treffen om dit probleem op te lossen? Zo ja, welke? Zo neen, waarom niet?

Antwoord 4

Zoals ik in mijn brief van 16 oktober jongstleden heb aangegeven zijn er met de Wwz beperkingen aangebracht in het gebruik van oproep- en tijdelijke contracten. Die beperkingen zijn een stimulans om daadwerkelijk werk te maken van de beoogde omslag naar meer zekerheid en onnodig beroep op collectieve voorzieningen als de WW tegen te gaan. Tegelijkertijd is onderkend dat het niet altijd mogelijk zal zijn te kunnen volstaan met de mogelijkheden die de wet biedt. Daarom kunnen cao-partijen van de wet afwijkende afspraken maken, zowel als het gaat om oproepcontracten (nuluren- of min/max contracten) als om tijdelijke contracten. Partijen in de sector zijn ook het beste in staat om te beoordelen of een verruiming ten opzichte van wat op grond van de wet geldt, noodzakelijk is. Dat geldt ook voor partijen in de sector van het primair onderwijs. Het is mij bekend dat de invalproblematiek in de onderhandelingen over een nieuwe cao worden betrokken en ik ga ervan uit dat hiervoor een voor alle partijen bevredigende oplossing wordt gevonden.


X Noot
1

Kerobei HS/ld/2015-10-1879/4.090.2 (onderhands aan departement gezonden)

X Noot
2

Kamerstukken II, 2014/15, Aanhangsel, nr. 2532

Naar boven