Vragen van de leden Van Bommel en Karabulut (beiden SP) aan de Minister van Buitenlandse
Zaken over het optreden van het Turkse leger en de politie in het zuidoosten van Turkije
(ingezonden 12 oktober 2015).
Antwoord van Minister Koenders (Buitenlandse Zaken) (ontvangen 23 november 2015).
Vraag 1
Herinnert u zich uw antwoorden op eerdere vragen over de het optreden van het Turkse
leger en de politie in het zuidoosten van Turkije en de oplopende spanningen in het
gebied?1
Vraag 2
Is u inmiddels meer duidelijk over burgerdoden in het conflict, onder meer in de plaatsten
Cizre, Nusaybin en Silvan, die onlangs nog werden afgesloten door het Turkse leger
en/of de politie?2 Welke informatie heeft u over burgerdoden in het conflict tussen Turkije en de PKK?
Antwoord 2
Zoals gesteld in eerdere antwoorden beschikt het kabinet niet over geverifieerde cijfers
wat betreft de aantallen burgerslachtoffers. Volgens de in Ankara gevestigde mensenrechtenorganisatie
IHD zijn er van begin juli tot 8 oktober meer dan 100 burgerslachtoffers gevallen.
De Turkse autoriteiten spreken dit tegen en zeggen dat de meeste van deze doden PKK-leden
waren.
Vraag 3 en 4
Is het waar dat het inwoners van onder meer deze plaatsen onmogelijk werd gemaakt
het gebied te verlaten tijdens de blokkade? Indien neen, wat zijn dan de feiten?
Hoe beoordeelt u het optreden van de Turkse autoriteiten in Cizre, Nusaybin en Silvan
en andere plaatsen? Is dit optreden proportioneel?
Antwoord 3 en 4
Op basis van het internationaal recht mogen veiligheidsmaatregelen worden getroffen,
die noodzakelijk en proportioneel dienen te zijn. Vanwege het oplaaiende geweld van
de PKK zijn tijdelijke veiligheidszones uitgeroepen voor een aantal provincies in
het oosten en zuidoosten van Turkije met beperkingen voor de mobiliteit van burgers.
In deze zones is een aantal maatregelen van tijdelijke aard van kracht, zoals check-points
en een avondklok. Het is echter niet zo dat inwoners deze zones niet kunnen verlaten.
Daarnaast hadden de Turkse autoriteiten uitgaansverboden ingesteld in de stad Cizre
en in de wijken Silvan en Sur van de stad Dyarbakir. Burgers ter plaatse konden hun
huizen gedurende enkele uren of dagen niet verlaten.
Intussen zijn deze uitgaansverboden weer opgeheven.
Het is te betreuren dat de omstandigheden en het niveau van geweld zodanig waren dat
maatregelen als veiligheidszones met een beperking van de mobiliteit nodig zijn geacht.
Deze maatregelen belemmeren het dagelijkse leven van burgers in deze gebieden en bemoeilijken
hun bewegingsvrijheid. Dat is voor het kabinet reden tot zorg. Het kabinet heeft er
al eerder op gewezen dat de maatregelen van de Turkse regering tegen terroristische
dreigingen proportioneel moeten zijn, inclusief als die uitgaan tegen de PKK.
Vraag 5
Hoe interpreteert u de in april aangenomen Domestic Security Bill? Deelt u de zorgen
van Amnesty International dat deze wetgeving tot excessief geweld kan leiden door
de Turkse autoriteiten en mede daarom een bedreiging vormt voor de mensenrechten?3
Antwoord 5
De Domestic Security Bill geeft meer zeggenschap aan politie en gouverneurs. Volgens de regering is dit nodig
om de orde en veiligheid in het land te bewaren. Oppositiepartijen en maatschappelijke
organisaties stellen echter dat de politie teveel macht heeft gekregen en dat daarmee
de vrijheid van meningsuiting onder druk kan komen te staan.
Nederland heeft net als Amnesty International zorgen over de mensenrechten in Turkije,
inclusief de vrijheid van meningsuiting en demonstratie. Nederland spreekt Turkije
hier geregeld op aan, bilateraal en in EU-verband. Ik heb op 30 oktober bijvoorbeeld
de Turkse ambassadeur aangesproken op persvrijheid in het algemeen en meer in het
bijzonder op de invallen, enkele dagen vóór de verkiezingen van 1 november, bij media-onderdelen
van het Koza-Ipek concern.
Vraag 6
Bent u, vanwege het oplopende aantal burgerslachtoffers, bereid aan te dringen op
een onafhankelijk onderzoek naar het optreden van de strijdende partijen? Indien neen,
waarom niet?
Antwoord 6
Nederland erkent het recht van Turkije om zich te verdedigen tegen terroristische
aanslagen, inclusief die van de PKK. Het kabinet blijft erop wijzen dat dergelijke
acties proportioneel moeten zijn. Het roept betrokken partijen op het vredesproces
zo spoedig mogelijk te hervatten en mensenrechten te respecteren. Dit klemt des te
meer nu het geweld voortduurt.
Nederland heeft de optie van een onafhankelijk onderzoek onder de aandacht gebracht
van de Turkse autoriteiten.
X Noot
1Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2015–2016, nr. 164
X Noot
2Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2015–2016, nr. 165