Vragen van de leden Kerstens en Oosenbrug (beiden PvdA) aan de Staatssecretaris van
Sociale Zaken en Werkgelegenheid over stopgezette uitkeringen als gevolg van onderzoeken
van externe bureaus ingehuurd door gemeenten (ingezonden 9 oktober 2015).
Antwoord van Staatssecretaris Klijnsma (Sociale Zaken en Werkgelegenheid) (ontvangen
17 november 2015)
Vraag 1
Kent u het bericht «Ontvangers bijstand dupe van commerciële fraudebureaus»?1
Vraag 2
Herinnert u zich de eerdere vragen over gemeenten die externe bureaus inhuren voor
onderzoeken naar uitkeringsfraude?2
Antwoord 2
Ja. Deze vragen (kenmerk 2015Z07296) heb ik per brief van 21 april 2015 (referentie 2015–119731) beantwoord.
Vraag 3
Deelt u de mening dat mensen die zijn aangewezen op een bijstandsuitkering recht hebben
op een faire, van respect getuigende bejegening waarbij bovendien rekening wordt gehouden
met hun persoonlijke omstandigheden? Zo ja, op welke wijze zorgt u dat daar sprake
van is? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 3
In algemene zin vind ik dat mensen met respect moeten worden behandeld. Mensen die
een beroep doen op een bijstandsuitkering hebben recht op een respectvolle behandeling.
Een belangrijk kenmerk van de Participatiewet is het leveren van maatwerk, waarbij
in de uitvoering rekening wordt gehouden met de persoonlijke situatie van de klant.
Vraag 4
Deelt u de mening dat gelet op de precaire financiële situatie van veel mensen die
aangewezen zijn op een bijstandsuitkering niet volstaan kan worden met de mededeling
«u kunt altijd naar de rechter stappen», maar dat het noodzakelijk is «aan de voorkant»
te zorgen dat bijvoorbeeld onderzoeken naar fraude fair en met respect dienen plaats
te vinden?
Antwoord 4
Ik ben van mening dat de Participatiewet altijd op een juiste en zorgvuldige wijze
door gemeenten dient te worden uitgevoerd en dat uitkeringsgerechtigden daarbij recht
hebben op een respectvolle en correcte bejegening. Dit neemt niet weg dat uitkeringsgerechtigden
van mening kunnen zijn dat zij door de handelwijze van gemeenten in hun belang zijn
geschaad. Het is daarom een groot goed dat er rechtsbescherming bestaat waarop door
middel van bezwaar en (hoger) beroep kan worden teruggevallen.
Vraag 5
Wat is uw reactie op de stelling die in het artikel naar voren wordt gebracht dat
de inhuur door gemeenten van externe (commerciële) bureaus heeft geleid tot honderden
stopgezette uitkeringen en terugvorderingen en hoge boetes terwijl de onderzoeken
niet aan de eisen voldeden? In hoeverre is deze stelling volgens u waar? Hoe staat
u tegenover de optie van het heroverwegen van terugvorderingen en boetes die zijn
opgelegd als gevolg van onderzoeken die niet aan de eisen voldeden?
Antwoord 5
Ik vind het belangrijk dat gemeenten alert zijn op fraude, maar ook dat gemeenten
zorgvuldig met fraudesignalen omgaan. In artikel 7, vierde lid, van de Participatiewet
is geregeld dat een gemeente de uitvoering van de bijstand mag uitbesteden aan derden,
met uitzondering van de vaststelling van de rechten en plichten en de daarvoor noodzakelijke
beoordeling van de omstandigheden. De Centrale Raad van Beroep heeft in deze lijn
recent een tweetal uitspraken gedaan, waarin wordt bevestigd dat externe uitbesteding
van de opsporing niet is toegestaan.
Het is aan de colleges van burgemeester en wethouders om in voorkomende gevallen te
bezien hoe zij omgaan met «oude» gevallen. In beginsel kunnen colleges een eerder
genomen besluit herzien.
Vraag 6 en 7
In hoeverre zijn gemeenten, sinds u in de verzamelbrief aan gemeenten aandacht heeft
gevraagd voor de problematiek rondom de inhuur van externe (commerciële) bureaus,
gestopt met het inhuren van externe bureaus voor onderzoeken naar uitkeringsfraude,
al dan niet op no cure no pay basis? Welke concrete acties heeft u ondernomen richting
gemeenten die zich zijn blijven bedienen van externe (commerciële) bureaus bij bijvoorbeeld
fraude-onderzoeken en met welk resultaat?
Bent u bereid om gemeenten die, ondanks gerechtelijke uitspraken als ook uitspraken
van uzelf, bijvoorbeeld bij fraude-onderzoeken nog steeds externe (commerciële) bureaus
inschakelen op zo kortst mogelijke termijn te dwingen daarmee te stoppen? Zo nee,
waarom niet?
Antwoord 6 en 7
Ik beschik niet over informatie over aantallen gemeenten die recentelijk zijn gestopt
met de samenwerking met private bedrijven op het terrein van de opsporing van bijstandsfraude.
De verzamelbrief waarin aandacht wordt besteed aan de onderhavige problematiek, is
recent verstuurd. Ik zal binnenkort gemeenten waarvan mij signalen bekend zijn dat
er mogelijk sprake is van onrechtmatige uitbesteding van de opsporing, aanschrijven
met een verzoek om informatie over hun eventuele samenwerking met een privaat bedrijf
op het terrein van bestrijding van bijstandsfraude. Mocht uit die informatie blijken
dat er op het ogenblik sprake is van een onrechtmatige uitbesteding van de opsporing,
dan zal ik interveniëren en indien noodzakelijk een aanwijzing ex artikel 76 Participatiewet
geven.
X Noot
1NRC Next, 8 oktober 2015
X Noot
2Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2014–2015, nr. 2489