Vragen van de leden Van Nispen en Van Bommel (beiden SP), Sjoerdsma (D66), Voordewind
(ChristenUnie) en Krol (50Plus) aan de Ministers van Veiligheid en Justitie en van
Buitenlandse Zaken over de Nederlander die mogelijk 31 jaar ten onrechte vastzit in
de VS (ingezonden 14 oktober 2015).
Mededeling van Minister Van der Steur (Veiligheid en Justitie), mede namens de Minister
van Buitenlandse Zaken (ontvangen 4 november 2015).
Vraag 1
Herinnert u zich uw antwoorden op eerdere vragen over deze zaak?1
Vraag 2
Is er bij het vaststellen van de aanwezigheid van een voldoende en aantoonbare binding
rekening gehouden met het feit dat de familie van de heer Singh in Nederland woont
en hem terug wil, wat ook terugkomt in de Reclasseringsrapportage? Zo ja, waarom was
deze overweging niet voldoende om binding vast te stellen? Zo nee, waarom niet en
bent u bereid dit argument alsnog te laten meewegen?
Vraag 3
Is bij het maken van de beslissing om niet tot overbrenging naar Nederland over te
gaan rekening gehouden met de bereidverklaring van een gemeente om de heer Singh te
begeleiden bij zijn terugkeer in de maatschappij? Zo ja, waarom was deze overweging
niet voldoende om een verklaring af te geven dat de heer Singh zal worden begeleid
bij terugkeer? Zo nee, waarom niet en bent u bereid dit argument alsnog te laten meewegen?
Vraag 4
Klopt het dat de stichting PrisonLAW in maart 2015 het Ministerie van Veiligheid en
Justitie heeft verzocht om bij een eventuele afwijzing van de aanvraag in het kader
van de Wet overdracht tenuitvoerlegging strafvonnissen (WOTS) de afwijzing zodanig
te formuleren dat indien de heer Singh wordt uitgezet hij zal worden opgenomen door
de Nederlandse gemeenschap? Zo ja, waarom is aan deze oproep geen gehoor gegeven gezien
de gevolgen voor de vervroegde vrijlating?
Vraag 5
Waarom beoordeelt u in dit geval zo strikt de vraag of er voldoende strafrestant over
is na overbrenging, terwijl er een aantal voorbeelden zijn van zaken zoals gedetineerde
Nederlanders in Thailand en Venezuela waarbij Nederlanders wel overgebracht werden
naar Nederland terwijl er feitelijk onvoldoende strafrestant over was? Wat maakte
hun situatie anders dan de situatie van de heer Singh? Waarom wordt nu rigide vastgehouden
aan de eis van het strafrestant?
Vraag 6
Klopt het dat PrisonLAW heeft voorgesteld dat Nederland de levenslange straf overneemt,
zodat de heer Singh een beroep kan doen op gratie en resocialisatie ook kan worden
opgestart? Waarom hebt u niets gedaan met dit alternatief?
Vraag 7
Waarom geeft u aan dat er geen officieel verzoek van de Amerikaanse autoriteiten is
ontvangen met betrekking tot de overbrenging van de heer Singh, terwijl de VS op 3 maart
2015 de aanvraag tot overbrenging hebben verzonden aan de Nederlandse ambassade te
Washington? Hoe en binnen welke termijn is er door het Ministerie van Veiligheid en
Justitie gereageerd op deze brief van de Amerikaanse autoriteiten?
Vraag 8
Welke inspanningen heeft het Ministerie van Buitenlandse Zaken geleverd in de zaak
van de heer Singh, behalve het recentelijk opstellen van de brief aan het Ministerie
van Veiligheid en Justitie? Deelt u de mening dat inspanningen op zijn plaats zouden
zijn vanwege de nadrukkelijke aanwezigheid van humanitaire gronden? Zo nee, waarom
niet? Waarom is niet al veel eerder een vertrouwensrapport opgesteld? Had dit niet
in ieder geval al in 2005 in de rede gelegen toen de zaak onherroepelijk werd?
Vraag 9
Waarom stelt u zich op het standpunt dat de WOTS niets te maken heeft met de vervroegde
vrijlating, terwijl een woordvoerder van de Amerikaanse hoorcommissie duidelijk heeft
aangegeven dat vervroegde vrijlating alleen wordt toegekend als Nederland aangeeft
de resocialisatie over te nemen en de heer Singh op te nemen in Nederland?
Vraag 10
Wat zijn de redenen dat u als Minister van Veiligheid en Justitie geen gebruik maakt
van uw beoordelingsvrijheid? Hoe heeft de belangenafweging ertoe kunnen leiden dat
u uiteindelijk in het nadeel van de heer Singh hebt beslist?
Vraag 11
Op welke manier heeft u in de zaak Singh maatwerk toegepast, aangezien de afwijzing
alleen gebaseerd is op wettelijke gronden? Kunt u alsnog motiveren waarom niet van
de vijfjarentermijn kon worden afgeweken en waarom de medische en lange detentieduur
van de heer Singh van onvoldoende belang werd geacht om tot een andere beslissing
te komen?
Vraag 12
Wat is uw reactie op de door u ontvangen brief van de heer Singh zelf, waarin hij
verzoekt om heroverweging van uw beslissing?
Mededeling
Hierbij bericht ik u, mede namens de Minister van Buitenlandse Zaken, dat de schriftelijke
vragen van de leden Van Nispen en Van Bommel (beiden SP), Sjoerdsma (D66), Voordewind
(ChristenUnie) en Krol (50Plus) over de Nederlander die mogelijk 31 jaar ten onrechte
vastzit in de VS (ingezonden 14 oktober 2015) niet binnen de gebruikelijke termijn
kunnen worden beantwoord, aangezien nog niet alle benodigde informatie ontvangen is.
Ik streef ernaar de vragen zo spoedig mogelijk te beantwoorden.
X Noot
1Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2015–2016, nr. 208
Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2015–2016, nr. 209