Vragen van de leden Sjoerdsma en PiaDijkstra (beiden D66) aan de Minister van Buitenlandse
Zaken over het bericht dat Saudi-Arabië rechten van Lesbische, Homoseksuele, Biseksuele
personen en Transgenders (LHBT) wil schrappen uit de VN-doelstellingen (ingezonden
5 oktober 2015).
Antwoord van Minister Koenders (Buitenlandse Zaken) (ontvangen 29 oktober 2015)
Vraag 1, 2, 3, 4 en 5
Wat is uw reactie op het bericht: «Saoedi-Arabië wil holebirechten schrappen uit VN-doelstellingen»?1
Bent u bereid Saoedi-Arabië in VN-verband of bilateraal verband aan te spreken over
de opmerkingen? Zo nee, waarom niet?
Wat vindt u van de opvatting dat de VN-doelstellingen in twijfel mogen worden getrokken
omdat ze in strijd zijn met de islamitische wet? Deelt u de mening van Saudi-Arabië?
Deelt u de mening dat het ontoelaatbaar is als deze rechten verdwijnen uit de doelstellingen
van de VN? Zo ja, hoe gaat u voorkomen dat Saudi-Arabië zijn voornemen doorzet?
Bent u bereid erop aan te dringen dat LHBT-rechten alsnog in de nieuwe Duurzame Ontwikkelingsdoelen
worden opgenomen? Indien dit niet mogelijk is, hoe gaat u er dan voor zorgen dat de
LHBT-rechten worden gewaarborgd in de VN-lidstaten?
Antwoord 1, 2, 3, 4 en 5
De duurzame-ontwikkelingsdoelen (Sustainable Development Goals, SDG’s) zijn het resultaat van onderhandelingen tussen lidstaten. De doelen zijn
bij consensus aangenomen. Nederland is tevreden over de verankering van mensenrechten
in het algemeen, en het non-discriminatiebeginsel in het bijzonder, in de SDG’s. Dit
is een belangrijke verbetering ten opzichte van de Millenniumdoelen (MDG’s).
Daarbij is het goed te benadrukken dat er nooit sprake is geweest van expliciete opname
van gelijke rechten voor LHBT’s in de SDG’s. Ze maakten geen deel uit van eerdere
voorstellen, noch van het definitieve SDG-uitkomstendocument dat tijdens de SDG-top
in New York van 25 -27 september jl. door alle VN-lidstaten aangenomen is. Het alsnog
schrappen van deze rechten uit de SDG’s, zoals het geciteerde bericht in De Morgen
lijkt te suggereren, is dan ook niet aan de orde.
Het algemene non-discriminatieprincipe dat in de doelen is vastgelegd geldt voor iedereen,
ongeacht seksuele oriëntatie of genderidentiteit. Dat betekent dan ook dat gelijke
rechten voor LHBT’s wel degelijk onderdeel uitmaken van de post-2015-agenda. In het
SDG-uitkomstendocument zijn tevens diverse verwijzingen naar kwetsbare groepen opgenomen.
Het principe «Leave No One Behind» is stevig verankerd in de SDG’s. Ook dit principe geldt voor iedereen, dus ook voor
LHBT’s.
Vraag 6
Deelt u de mening dat het tegenstrijdig is dat Saudi-Arabië voorzitter is van een
belangrijk forum van de Mensenrechtenraad en tegelijkertijd mensenrechten niet erkent?
Zo ja, wat gaat u hieraan doen?
Antwoord 6
De Permanent Vertegenwoordiger bij de Verenigde Naties in Genève van Saoedi-Arabië,
Faisal Trad, is door zijn regionale groep, de Aziatische groep, aangewezen als lid
van de zogeheten Consultative Group. De regionale groepen stellen zelf iemand uit hun midden aan in deze commissie. Deze
persoon functioneert vervolgens op persoonlijke titel. De leden van de Consultative Group kiezen zelf hun voorzitter.
Vraag 7
Denkt u dat het forum met «onafhankelijke experts» evenwichtig en effectief mensenrechten
kan bevorderen, als het land van de voorzitter pleit voor het schrappen van belangrijke
mensenrechten uit de VN-doelstellingen?
Antwoord 7
De adviezen van de Consultative Group komen tot stand op basis van strikte voorschriften en zijn openbaar. De voordrachten
worden gedragen door de gehele commissie. Deze vallen niet onder de eigen bevoegdheid
van de voorzitter. Naast de Permanent Vertegenwoordiger uit Saoedi-Arabië komen de
leden uit Algerije, Chili, Griekenland en Letland.
Vraag 8
Klopt het dat Saudi-Arabië, als lid van de Organisatie van de Islamitische Samenwerking
(OIS), de Caïro-verklaring heeft erkend? Zo ja, wat is de verhouding tussen de Caïro-verklaring
en de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens (UVRM)? Hoe is het Nederlandse
mensenrechtenbeleid gericht op bevordering van mensenrechten in lidstaten van de OIS?
Antwoord 8
Ja. De Caïro-verklaring inzake mensenrechten binnen de islam is een verklaring van
de lidstaten van de Organisatie van de Islamitische Samenwerking (OIS) over mensenrechten
vanuit islamitisch perspectief. De islamitische wetgeving (sharia) vormt het fundament
voor deze verklaring. De Caïro-verklaring zelf geeft aan complementair te zijn aan
de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens (UVRM), en deze niet te vervangen.
Echter, op cruciale punten is de Caïro-verklaring strijdig met de UVRM. Het mag geen
twijfel lijden dat de UVRM, die als basis heeft gediend voor een groot aantal mensenrechtenverdragen,
leidend is als belangrijkste internationale standaard op het gebied van mensenrechten.
Nederland zal derhalve de normen die in de Universele Verklaring van de Rechten van
de Mens zijn vastgelegd blijven uitdragen, ook in de lidstaten van de OIS. Ten aanzien
van de specifieke Nederlandse mensenrechteninzet in de lidstaten van de OIS verwijs
ik u graag naar de Mensenrechtenrapportage die jaarlijks met Uw Kamer gedeeld wordt.