Vragen van het lid Potters (VVD) aan de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport over lange wachttijden voor een plek in een verpleeghuis (ingezonden 1 augustus 2016).

Antwoord van Staatssecretaris Van Rijn (Volksgezondheid, Welzijn en Sport) (ontvangen 16 september 2016) Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2015–2016, nr. 3271

Vraag 1

Bent u bekend met het bericht «Langer wachten op plek in verpleeghuis»?1

Antwoord 1

Ja.

Vraag 2 en 3

Wat is uw reactie op de flinke stijging van het aantal actief wachtenden zonder overbruggingszorg sinds 1 januari 2016?

Welke verklaring kunt u geven voor de forse stijging van het aantal actief wachtenden tussen april en mei van dit jaar en tussen februari en maart? Speelt de herbeoordeling van de afgegeven indicatie hierin een rol?

Antwoord 2 en 3

Het wachtlijstoverzicht is een momentopname; aantallen fluctueren die moeten worden bezien in verhouding tot de totale populatie WLZ cliënten van ongeveer 290.000 personen. Om de cijfers goed te kunnen beoordelen is het noodzakelijk een reeks te bezien.

De cijfers van de periode december 2015 tot en met maart 2016 zijn niet geschikt om te vergelijken met die van andere maanden. In deze periode zijn namelijk niet alle zorgkantoren erin geslaagd gegevens tijdig en correct aan te leveren. Het Zorginstituut heeft bij de gepubliceerde wachtlijstrapportages aangegeven welke niet compleet zijn en vanuit welke regio’s de gegevens niet beschikbaar waren op die peildatum.

Het is wel mogelijk te vergelijken met de cijfers die in de periode voor mei 2016 en na mei 2016 volledig zijn aangeleverd. Die laten de volgende stand zien:

 

2015

2016

 

Sept.

Okt.

Nov

April

Mei

Juni

Juli

Actief wachtend zonder overbruggingszorg

152

147

141

124

214

119

104

Waarvan:

intramuraal VenV

70

63

55

69

134

48

29

Bron: Tabellen toegankelijkheid Wlz, Zorginstituut Nederland

Daaruit blijkt dat, zoals gezegd, het aantal actief wachtenden per maand fluctueert. Ten opzichte van de periode ervoor is in mei 2016 inderdaad sprake van een stijging. Deze doet zich met name voor bij de intramurale verpleging en verzorging. De cijfers van juni en juli zijn in lijn met die van de perioden ervoor. Er lijkt daarmee sprake van een eenmalige stijging in mei. Het Zorginstituut geeft aan dat de voorlopige cijfers van augustus het beeld van een eenmalige stijging in mei bevestigen. Deze cijfers worden op korte termijn gepubliceerd.

Zorgkantoren kennen de oorzaken van deze stijging niet precies. Mogelijk speelt de extra instroom als gevolg van herbeoordeling van indicaties is een rol. De cijfers van juni en juli laten zien dat zorgkantoren en zorgaanbieder deze extra aanloop inmiddels verwerkt hebben.

Vraag 4

Hoe kunt u de grote verschillen tussen de (grote) zorgverzekeraars verklaren als het gaat om actief wachtenden en meer specifiek mensen die drie tot zes maanden moeten wachten, zoals uit de gegevens blijkt van het Zorginstituut Nederland?

Antwoord 4

Zoals gemeld in het antwoord op vraag 1 fluctueren de cijfers per maand. Ter illustratie: VGZ laat in mei een aantal actief wachtenden zonder overbruggingszorg zien van 64 en in juni van 10. CZ daarentegen laat een aantal zien van 5 in mei en 11 in juni.

Gezien bovenstaande en het feit dat de omvang van verzorgingsgebieden tussen verzekeraars verschilt, zijn om een conclusie te kunnen trekken over eventuele verschillen tussen verzekeraars, cijfers over een langere periode nodig. In haar jaarrapportage over 2015 heeft het Zorginstituut een berekening gemaakt van het percentage actief wachtenden per verzekeraar. Dit is gebaseerd op gemiddelden van de maandelijkse wachtlijsten in 2015 en geeft inzicht in verschillen tussen verzekeraars.

 

% actief wachtenden langer dan de Treeknorm, zonder zorg, ten opzichte van de omvang van de populatie WLZ cliënten per verzekeraar

De Friesland

0,15%

ENO

0,14%

Zorg en Zekerheid

0,11%

DSW

0,05%

Agis

0,04%

CZ

0,04%

VGZ

0,03%

Achmea

0,03%

Menzis

0,02%

Bron: Jaaroverzicht toegankelijkheid Wlz 2015, Zorginstituut Nederland

Hieruit blijkt dat er geen sprake is van grote verschillen tussen de grote verzekeraars.

Vraag 5

Welke reden ligt ten grondslag aan het feit dat sommige mensen langer dan een jaar moeten wachten op een plek in een instelling? In hoeverre is in deze gevallen sprake van bemiddeling tussen de zorgaanbieder en zorgverzekeraar?

Antwoord 5

Op peildatum 1 juli zijn er geen actief wachtenden in de VenV sector geregistreerd die langer dan 6 maanden op de wachtlijst staan zonder overbruggingszorg. Er staan op die peildatum 5 actief wachtenden geregistreerd die langer dan een jaar maanden op de wachtlijst staan met overbruggingszorg.

Zorgkantoren geven hiervoor 2 mogelijke redenen aan. De eerste betreft individuele casuïstiek in geval van een bijzondere zorgvraag. In deze gevallen is er vanuit zorgkantoren sprake van bemiddeling en is overbruggingszorg ingezet. De tweede reden is systeemtechnisch van aard. Zoals aangegeven bevat de totale populatie WLZ ongeveer 290.000 cliënten waarvan elke maand de status opnieuw bepaald wordt voor het wachtlijsten overzicht. Daarbij kunnen fouten ontstaan in het administratieve proces van het regionale berichten verkeer waardoor mensen onterecht als actief wachtend geregistreerd staan in het overzicht van het Zorginstituut. Het Zorginstituut en de zorgkantoren gaan samen na hoe ze dit kunnen ondervangen.

Vraag 6

Wanneer kan de Kamer het onderzoek verwachten naar de beweegredenen van cliënten om het eerste aanbod van het zorgkantoor niet te accepteren en de mate waarin dit gebeurt?

Antwoord 6

Het onderzoek naar de beweegredenen van cliënten om geen gebruik te maken van de aangeboden plaats bevindt zich in een afrondende fase. Ik verwacht uw Kamer daarover in oktober te kunnen informeren.

Vraag 7

Welke maatregelen bent u bereid op korte termijn te nemen om het aantal wachtenden terug te brengen?

Antwoord 7

Ik zal uw Kamer op korte termijn informeren over de uitkomsten van het onderzoek en tevens aangeven welke maatregelen op basis daarvan worden genomen.


X Noot
1

Telegraaf, 28 juli 2016, «Langer wachten op een plek in verpleeghuis», pagina 4

Naar boven