Vragen van het lid Volp (PvdA) aan de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
over het bericht dat de risico’s van de drug 4-FA groter zijn dan tot nu toe bekend
(ingezonden 2 september 2016).
Antwoord van Staatssecretaris Van Rijn (Volksgezondheid, Welzijn en Sport) (ontvangen
16 september 2016)
Vraag 1
Kent u het bericht «risico’s drugs 4-FA groter dan tot nu toe bekend»?1
Vraag 2
Wat is uw mening over de door het Trimbos-instituut en Jellinek geconstateerde toename
van het aantal gebruikers van de psychoactieve stof 4-fluoramfetamine (4-FA), de toename
in het aantal gemelde vergiftigingen en de aanwijzingen dat aan het gebruik van 4-FA
grote gezondheidsrisico’s zitten?
Antwoord 2
Begin augustus hebben enkele organisaties mijn ministerie gemeld dat zij zich zorgen
maken over een toename en de aard van het aantal gezondheidsincidenten in samenhang
met 4-FA gebruik. Daarop is in overleg met diverse partijen besloten om op korte termijn
een waarschuwing aan (potentiële) gebruikers uit te doen via een persbericht van het
Trimbos-instituut en de informatie op de websites van de instellingen voor verslavingszorg
aan te passen. Tegelijkertijd is een informatiefolder opgesteld voor de behandeling
van 4-FA incidenten en toegestuurd aan gezondheidsdiensten aangesloten bij de Monitor
Drugs Incidenten (MDI). Tot slot heb ik het CAM (Coördinatiepunt Assessment en Monitoring
nieuwe Drugs) verzocht een risicoschatting voor het middel 4-FA uit te voeren. De
voorbereiding daarvan is gestart en vindt in oktober plaats. Het CAM zal op basis
van de risicoschatting advies aan mij uitbrengen over te nemen maatregelen.
Vraag 3
Bent u van mening dat gezien de aanwijzingen van grote gezondheidsrisico’s, er gerichte
voorlichting moet komen over het gebruik van 4-FA? Zo ja, hoe is de voorlichting over
4-FA momenteel geregeld, en hoe en per wanneer gaat u gerichter voorlichting geven?
Zo nee, waarom niet?
Antwoord 3
Instellingen voor verslavingszorg, het Trimbos-instituut en andere gezondheidsinstellingen
geven voorlichting over drugsgebruik door de inzet van een scala aan voorlichtingsinstrumenten
en -momenten. Daarbij werd ook al voorlichting gegeven over 4-FA. De inhoud van de
informatie is nu aangepast op basis van de meest recente informatie over de risico’s
van gebruik.
Vraag 4
Hebben zorgverleners, zowel bij de EHBO-posten op een festival als bij de huisartsenpraktijken
en de ziekenhuizen, voldoende kennis over 4-FA en de risico’s daarvan? Zo ja, waar
blijkt dit uit? Zo nee, waar blijkt dit uit en wat gaat u daaraan doen?
Antwoord 4
Het Trimbos-instituut heeft de EHBO-posten op festivals en de gezondheidsdiensten
die deelnemen aan de MDI of aangesloten zijn bij het MDI-netwerk een factsheet toegestuurd
met richtlijnen voor behandeling van incidenten met 4-FA. Dat is nodig, omdat de gezondheidsklachten
een specifiek beeld laten zien, anders dan bij andere drugs het geval is. Huisartsenposten
komen voor zover bekend weinig in aanraking met acute drugsincidenten.
Zo dat wel het geval is kunnen zij contact opnemen met het Nationaal Vergiftigingen
Informatie Centrum (NVIC) dat ook beschikt over gerichte behandelinformatie.
Vraag 5
Worden 4-FA gerelateerde incidenten en andere drugs gerelateerde incidenten en ziekenhuisopnames
altijd geregistreerd en gemeld? Zo ja, hoe en waar vinden deze registratie en melding
plaats? Wordt dit gespecificeerd naar soorten drugs? Bent u bereid die cijfers naar
de Kamer te sturen? Zo nee, waarom niet en bent u van mening dat dit wel zou moeten
gebeuren?
Antwoord 5
De bij de MDI en bij het LIS (Letsel Informatie Systeem) aangesloten ziekenhuizen
registreren drugsincidenten (naar specifieke drug) en wisselen hun informatie uit.
Er is geen registratiesysteem in elk ziekenhuis, omdat lang niet alle ziekenhuizen
regelmatig met drugsincidenten te maken krijgen. In die gevallen staat de investering
van tijd en geld voor een registratiesysteem niet in verhouding tot de informatie
die het oplevert. De informatie uit de MDI en het LIS staat vermeld in het Jaarbericht
van de Nationale Drug Monitor, die uw kamer jaarlijks ontvangt.
Vraag 6 en 7
Heeft u overleg gehad met het Ministerie van Veiligheid en Justitie over de opname
van 4-FA op Lijst 1 van de Opiumwet? Zo ja, wat is de uitkomst van het overleg? Zo
nee, bent u van plan dit op korte termijn te doen?
Heeft u overleg gehad met het Trimbos-instituut en Jellinek over de gevolgen van opname
van 4-FA op Lijst 1 van de Opiumwet? Zo ja, wat is de uitkomst van het overleg? Zo
nee, waarom niet en bent u hiertoe bereid?
Antwoord 6 en 7
Zoals uit het antwoord op vraag 2 naar voren komt is overleg geweest met het Trimbos-instituut
en andere instellingen. Daarbij is gesproken over opname van 4-FA op de Opiumwet en
is het CAM verzocht om de daarvoor noodzakelijke risico inschatting op basis van informatie
over de gezondheidsincidenten en de (oorzakelijke) relatie met het gebruik van 4-FA
om acute plaatsing op de Opiumwet te rechtvaardigen. Bij een risicoschatting wordt
alle op dat moment beschikbare informatie door een multidisciplinair samengestelde
commissie van drugsexperts samengebracht en beoordeeld en op basis daarvan ontvang
ik een onderbouwd advies over vervolgstappen. Deze zorgvuldige procedure is afgestemd
met het Ministerie van Veiligheid en Justitie.