Vragen van het lid Sjoerdsma (D66) aan de Ministers van Buitenlandse Zaken en van
Veiligheid en Justitie over het artikel «Ze dacht dat Nederland veilig was» (ingezonden
15 augustus 2016).
Antwoord van Minister Koenders (Buitenlandse Zaken) en van Minister Van der Steur
(Veiligheid en Justitie) (ontvangen 15 september 2016).
Vraag 1
Bent u bekend met het NRC-artikel «Ze dacht dat Nederland veilig was»?1
Vraag 2
Kunt u deze berichten over intimidatie en bedreigingen aan het adres van Nada Kiswanson
bevestigen?
Antwoord 2
Er is een strafrechtelijk onderzoek gaande naar de bedreigingen aan het adres van
mevrouw Kiswanson. Dat onderzoek is februari dit jaar begonnen. Vanwege het onderzoek
kan het kabinet niet op details reageren.
Vraag 3
Deelt u de mening dat het onaanvaardbaar is dat mensenrechtenjuristen die in Nederland
onderzoek doen naar mensenrechtenschendingen geïntimideerd en bedreigd worden? Bent
u bereid u hierover publiekelijk uit te spreken?
Antwoord 3
Ja. Het werk van mensenrechtenverdedigers waar ook ter wereld is van groot belang.
De bescherming en ondersteuning van mensenrechtenverdedigers is één van de prioriteiten
van het Nederlandse mensenrechtenbeleid. Mensenrechtenverdedigers voeren hun werk
regelmatig uit onder zeer moeilijke omstandigheden en onder grote druk. Dat ook mensenrechtenverdedigers
die zich in Nederland inzetten voor de bevordering van het werk van het Internationaal
Strafhof dreigementen ontvangen en intimidatie ondervinden is onacceptabel.
Vraag 4
Deelt u de mening dat Nederland als gastland van de internationale hoven en tribunalen
een bijzondere verantwoordelijkheid heeft om de veiligheid van juristen en onderzoekers
verbonden aan deze hoven en tribunalen te garanderen?
Antwoord 4
Ja. Het zetelverdrag van het Internationaal Strafhof bepaalt onder andere dat het
gastland alle noodzakelijke maatregelen neemt ter vergemakkelijking van de procedure
van de binnenkomst, het verblijf en de tewerkstelling van onder meer de ngo’s die
de verwezenlijking van het mandaat van het Strafhof ondersteunen.
Vraag 5
Wat voor stappen heeft u tot dusver ondernomen om de bedreigingen aan het adres van
Nada Kiswanson te onderzoeken en haar bescherming te bieden?
Antwoord 5
Er is in het kader van het stelsel bewaken en beveiligen een aantal maatregelen genomen.
Die kan het kabinet, vanwege de veiligheid van mevrouw Kiswanson, niet met u delen.
Die maatregelen zijn overigens ruim voor het verschijnen van het aangehaalde krantenartikel
genomen.
Vraag 6
Bent u bereid om de aanbeveling van Amnesty op te volgen en een centraal aanspreekpunt
in te stellen voor medewerkers van internationale ngo’s die de uitvoering van het
mandaat van het Internationaal Strafhof steunen?
Antwoord 6
Als er aangifte wordt gedaan, bekijken politie en/of OM of een strafrechtelijk onderzoek
geïndiceerd is. In deze concrete zaak loopt vanaf februari dit jaar een strafrechtelijk
onderzoek.
Voor maatschappelijke organisaties die het werk van het Internationaal Strafhof ondersteunen
bestaat er bovendien een consultatiemechanisme; het zetelverdrag van het Strafhof
maakt hiervan melding. Het tripartite consultatiemechanisme tussen ngo's, Strafhof
en gastland heeft als doel om het werk van bij het Strafhof betrokken ngo's in brede
zin mogelijk te maken. Het Ministerie van Buitenlandse Zaken heeft naar aanleiding
van deze kwestie in de periode na de aangifte van Mw. Kiswanson dit mechanisme geactiveerd.
Het is bedoeling dat gastland, Strafhof en ngo's met regelmaat bijeen komen. Indien
er in de toekomst onverhoopt sprake zou zijn van vermeende strafbare feiten jegens
organisaties of personen die zijn betrokken bij het werk van het Strafhof, dan is
het de bedoeling dat betreffende persoon, na aangifte bij de politie, daarvan tevens
melding maakt bij het gastland (het Ministerie van Buitenlandse Zaken) en het Strafhof.
Dit stelt gastland en Strafhof in staat om de situatie te monitoren; zo nodig kan
er een spoedbijeenkomst belegd worden van het consultatiemechanisme.
Het eerste overleg in het kader van het consultatiemechanisme heeft op 13 juni plaatsgevonden
tussen het Ministerie van Buitenlandse Zaken, het
Openbaar Ministerie, het Internationaal Strafhof en de betrokken ngo’s. Tijdens deze
bijeenkomst hebben de ngo’s kenbaar gemaakt op welke terreinen zij kwetsbaar zijn
en ondersteuning wensen van het Strafhof en het gastland. Het gastland werkt naar
aanleiding van deze bijeenkomst een transparant stappenplan uit voor betrokken ngo’s
met de handelwijze in het geval van een bedreiging. Heldere communicatielijnen tussen
alle betrokkenen is daarbij het uitgangspunt. Een volgend overleg tussen gastland,
Strafhof en ngo’s in het kader van het consultatiemechanisme staat gepland voor september.
Daarnaast is een briefing met veiligheidstips van het Openbaar Ministerie en de politie
aan de ngo’s voorzien voor oktober.
Voor overige bijeenkomsten die naar aanleiding van deze specifieke zaak hebben plaatsgevonden
wordt verwezen naar de beantwoording op vraag 7 van de Kamervragen van het lid Van
Bommel (SP).