Vragen van het lid Van Meenen (D66) aan de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
over huur- en verhuurconstructie van de stichting Calibris (ingezonden 20 mei 2016).
Antwoord van Minister Bussemaker (Onderwijs, Cultuur en Wetenschap) (ontvangen 13 september
2016). Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2015–2016, nr. 2864.
Vraag 1
Bent u bekend met de inhoud van het rapport van de Inspectie van het Onderwijs naar
de huur- en verhuurconstructie van de huisvesting van Stichting Calibris?1
Vraag 2
Deelt u het oordeel van de inspectie dat er sprake is van belangenverstrengeling,
doordat één natuurlijke persoon zowel de belangen van de huurder (Stichting Calibris)
als de verhuurder (Stichting Ondersteuningsfonds Zorg, Welzijn en Sport) vertegenwoordigde?
Antwoord 2
De inspectie constateert in haar rapport dat de voormalige directeur van het kenniscentrum
beroepsonderwijs bedrijfsleven (KBB) tevens bestuurder was van de Stichting Ondersteuningsfonds
Zorg, Welzijn en Sport en dat dit de vraag oproept in hoeverre één natuurlijke persoon
in staat is de tegengestelde belangen van huurder en verhuurder te waarborgen zonder
daarvoor waarborgen in de besluitvorming in te bouwen. Hierdoor is volgens de inspectie
sprake van belangenverstrengeling. Op grond van het rapport trek ik de conclusie dat
door het bestuur van het KBB onvoldoende lijkt te zijn gedaan om de schijn van belangenverstrengeling
te voorkomen.
Vraag 3
Bent u van mening dat hier sprake is van ondoelmatigheid van de besteding rijksgelden
door de Stichting Ondersteuningsfonds Zorg, Welzijn en Sport en Stichting Calibris,
omdat zij geen zakelijkheid en objectiviteit hebben betracht bij het verlengen van
de huurovereenkomst en verhogen van de huren?
Antwoord 3
De inspectie concludeert in haar rapport tevens dat zij weliswaar niet overtuigd is
van de doelmatige inzet van rijksgelden van het KBB maar dat dit door de ouderdom
van de besluitvorming en door het ontbreken van hiervoor relevante vastleggingen niet
verifieerbaar is. De conclusie dát sprake is van ondoelmatige besteding kan daarom
niet getrokken worden.
Vraag 4
Bent u voornemens (een deel van) de rijksbijdrage terug te vorderen of anderszins
stappen te nemen tegen Stichting Ondersteuningsfonds Zorg, Welzijn en Sport en Stichting
Calibris?
Antwoord 4
Ik heb overwogen of er voldoende aanknopingspunten zijn om een deel van de rijksbijdrage
terug te vorderen vanwege ondoelmatige of onrechtmatige besteding, maar naar mijn
oordeel zijn dergelijke aanknopingspunten er niet. Zoals in het antwoord op vraag
3 is aangegeven, kan niet geconcludeerd worden dat sprake is van ondoelmatige besteding.
Ik teken daarbij nog aan dat een eventuele terugvordering van de rijksbijdrage niet
zou kunnen geschieden bij genoemde stichting, maar dat dat zou moeten bij de ontvanger
van de rijksbijdrage, in casu bij de Stichting Samenwerkingsorganisatie beroepsonderwijs
bedrijfsleven (SBB) omdat de activa en passiva samenhangend met de wettelijke taken
van het KBB zijn overgedragen aan de SBB. Zelfs al zou er grond zijn voor een eventuele
terugvorderingsactie, dan nog zou dit niet wenselijk zijn, want dat zou ten koste
gaan van een goede start van de wettelijke taken van SBB. Een vordering bij Stichting
Ondersteuningsfonds Zorg, Welzijn en Sport kan ik niet zelf instellen; daar is geen
rechtsgrond voor.
Vraag 5
Hoe kan het dat er geen verdere stappen kunnen worden genomen tegen de Stichting Ondersteuningsfonds
Zorg, Welzijn en Sport, omdat er geen relevante vastleggingen van besluitvorming rond
statutenwijzigingen en huurcontracten kunnen worden aangetroffen?
Antwoord 5
Zie het antwoord op vraag 4.
Vraag 6
Vindt u het wenselijk dat organisaties die dergelijke zaken, al dan niet bewust, niet
goed archiveren, in het voordeel zijn omdat eventuele terugvordering in de toekomst
kan worden voorkomen? Hoe wilt u dit tegengaan?
Antwoord 6
In zijn algemeenheid is het niet zo dat door niet (goed) archiveren een organisatie
in het voordeel is, want normaal gesproken zal een gesubsidieerde organisatie moeten
aantonen dat subsidiegelden goed besteed zijn. In dit geval is sprake van een constructie
die al is ontstaan in 1989 en die in zichzelf legitiem was. Accountants hebben in
het verleden geen aanleiding gezien tot opmerkingen. In de afgelopen jaren is de controle
op besteding van subsidiegelden verbeterd, zowel door aanscherping van de controlevoorschriften
van OCW als door maatregelen van de beroepsorganisatie van accountants (NBA).
Vraag 7
Komen bestuurlijke- en verhuurconstructies zoals bij Stichting Calibris en Stichting
Ondersteuningsfonds Zorg, Welzijn en Sport vaker voor, en zo ja, vindt u dit wenselijk?
Antwoord 7
Het komt vaker voor dat de rechtspersonen die een bekostigde instelling in stand houden,
gelieerde stichtingen hebben waarbij sprake kan zijn van personele unies. Ook de huur-
en verhuurconstructie zoals die bij Calibris is geconstateerd, komt vaker voor. Als
transparantie en het voorkómen van belangenverstrengeling goed geregeld zijn, hoeven
dergelijke constructies op zich niet bezwaarlijk te zijn.
X Noot
1Rapport specifiek onderzoek naar de huur- en verhuurconstructie van de huisvesting
van de stichting Calibris, november 2015