Vragen van het lid Van Veldhoven (D66) aan de Minister van Economische Zaken over
het bericht «TU Delft geeft de NAM ervan langs» (ingezonden 22 augustus 2016).
Antwoord van Minister Kamp (Economische Zaken) (ontvangen 13 september 2016).
Vraag 1
Bent u bekend met het bericht «TU Delft geeft de NAM ervan langs»?1
Vraag 2
Kunt u bevestigen dat de uitkomst het validatieonderzoek van de TU Delft, namelijk
dat de conclusie van het Arcadis-onderzoek (de kans op schade aan alle gebouwen in
de onderzoeksgebieden buiten de contour voor de tot nu toe opgetreden bevingen is
verwaarloosbaar klein) te stellig en onvoldoende onderbouwd is, betekent dat de contourenkaarten
geen status mogen krijgen en dus ook niet mogen worden gebruikt om een onderscheid
te maken in schadegevallen?2 3
Vraag 3
Wat vindt u ervan dat mensen met schade buiten de contourengebieden nu al vaak meer
dan een jaar wachten op een inspectie, omdat de Nederlandse Aardolie Maatschappij
(NAM) het onderzoek van Arcadis wilde afwachten, terwijl hen al lang geleden was beloofd
dat alle schademeldingen in behandeling zouden worden genomen?
Antwoord 3
Bij het bekend worden van de resultaten van het Arcadis-onderzoek in november 2015
heeft de NCG aan NAM verzocht de schademeldingen in behandeling te nemen. NAM heeft
ervoor gekozen dat niet te doen en eerst de uitkomsten van de validatie af te wachten.
Dit heeft tot teleurstelling bij de betreffende schademelders geleid. NAM conformeert
zich nu aan de conclusie van de NCG dat de door NAM vastgestelde schadecontourlijn
niet houdbaar is en dat alle gemelde schades alsnog individueel moeten worden beoordeeld.
Dat geldt ook voor toekomstige schademeldingen in relatie tot het Groninger gasveld.
Vraag 4
Wanneer kunnen al deze mensen met schade buiten de contourenkaarten een inspectie
van hun schade verwachten? Wanneer zullen die inspecties zijn afgerond? Bent u bereid
om er bij de Nationaal Coördinator Groningen en de NAM op aan te dringen dat dit nu
met grote spoed gebeurt?
Antwoord 4
De NCG is met NAM overeengekomen dat de inspecties door het Centrum Veilig Wonen (CVW)
worden uitgevoerd van eind augustus tot en met december 2016. Alle schademelders ontvangen
in januari het schaderapport. Als een schademelder het niet eens is met de conclusies
in het rapport kan de melding door een nieuw panel van experts worden beoordeeld.
Als dit ook niet leidt tot overeenstemming tussen het CVW en de schademelder dan kan
de schademelder zich wenden tot de Arbiter Aardbevingsschade. Daarnaast staat het
schademelders vrij om de rechter om uitspraak te vragen.
Vraag 5 en 6
Deelt u de mening dat de conclusie van de TU Delft, dat het werken met één hoofdoorzaak
voor schade geen recht doet aan de vaak interactieve invloeden in een schadebeeld,
betekent dat hier op een andere manier mee om moet worden gegaan in de afhandeling
van schade? Hoe wordt dit in het huidige schadeafhandelingsproces geïncorporeerd?
Kunt u uitgebreid uitleggen hoe de nieuwe proef voor schadeafhandeling, waarbij schademeldingen
aan een panel van experts worden voorgelegd, in zijn werk zal gaan? Hoe zal het proces
voor de schademelder verlopen? Op welke manier zal uiteindelijk worden beoordeeld
of een schademelder recht heeft op compensatie en hoeveel? Hoe wordt de proef geëvalueerd?
Antwoord 5 en 6
Het CVW start in de gebieden die zijn onderzocht door Arcadis met een proef waarbij
de huidige schademeldingen in het betreffende gebied met een gerichte aanpak worden
afgehandeld. Bij deze methode wordt niet, zoals nu gebruikelijk is, alleen gekeken
of aardbevingen de oorzaak zijn, maar wordt ook aandacht besteed aan andere oorzaken
en de samenhang daartussen. In deze nieuwe aanpak wordt de schade opgenomen en voorgelegd
aan een panel van experts. De beoordeling van de experts legt het CVW in een rapportage
aan de bewoners voor met een voorstel voor afhandeling. In dit proces bestaat ook
de mogelijkheid voor de bewoner om een second opinion aan te vragen en de Arbiter
Aardbevingsschade in te schakelen.
Het is belangrijk dat de proef zorgvuldig wordt voorbereid, uitgevoerd en geëvalueerd.
Een onafhankelijke begeleidingscommissie, die door de NCG wordt ingesteld, gaat deze
proef valideren, monitoren en evalueren. Ook zal deze begeleidingscommissie de vraag
beantwoorden of de aanpak in de proef breder kan worden toegepast.
Vraag 7
Waarom wordt deze proef voor de schadeafhandeling alleen in de gebieden buiten de
contourenkaarten toegepast? Hoe verhoudt zich dat tot de conclusie dat contourenkaarten
niet kunnen worden gebruikt om onderscheid tussen schadegevallen te maken?
Antwoord 7
Uit de resultaten van de proef moet blijken of de beoogde verbeteringen daadwerkelijk
worden gerealiseerd. Als de proef succesvol is kan de aanpak breder worden uitgevoerd.
Dit doet niets af aan de conclusie van de NCG dat de door NAM vastgestelde schadecontourlijn
niet houdbaar is en alle aangemelde schade individueel moet worden beoordeeld.
Vraag 8
Kunt u deze vragen beantwoorden voorafgaand aan het plenaire debat over het nieuwe
gasbesluit?
X Noot
1«TU Delft geeft de NAM ervan langs», Dagblad van het Noorden, 18 augustus 2016.