Vragen van de leden Fokke en Kuiken (beiden PvdA) aan de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie over de vestiging van een asielzoekerscentrum in Maastricht (ingezonden 9 augustus 2016).

Mededeling van Minister Blok (Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties) (ontvangen (ontvangen 31 augustus 2016).

Vraag 1

Kent u het bericht «Maastricht en Den Haag hekelen koppigheid Penn-Te Strake»?1

Vraag 2

Bevat het bericht feitelijke onjuistheden ten aanzien van het eigendom en de overdracht daarvan van het genoemde pand? Zo ja, welke zijn dat?

Vraag 3

Bent u van mening dat de overheid op zijn minst zeer terughoudend moet zijn bij deals met vastgoed waarvan de (recente) eigenaar verdacht wordt van strafbare feiten met vastgoed? Zo ja, waarom? Zo nee, waarom niet?

Vraag 4

Bent u van mening dat indien er een vermoeden is dat de overdracht van een pand via een stromanconstructie heeft plaatsgevonden, dat dan ook de integriteit van de betrokkenen bij deze deal zou moeten worden gecheckt? Zo ja, waarom? Zo nee, waarom niet?

Vraag 5

Bent u van mening dat in het geval de overheid betrokken is bij transacties met vastgoed, die overheid bij de geringste twijfel over de integriteit van een van de betrokken partijen onderzoek zou moeten laten doen naar die integriteit? Zo ja, waarom en is een Bibob2-toets daarvoor geschikt? Zo nee, waarom niet?

Vraag 6

Welke rol heeft het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA) in het algemeen bij vastgoedtransacties met betrekking tot de vestiging van asielzoekerscentra en behoort tot die rol ook het toetsen van de integriteit van betrokkenen bij een dergelijke transactie? Welke rol had of heeft het COA concreet als het gaat om de genoemde transactie in Maastricht?

Mededeling

Hierbij deel ik u mede dat de aan mij en Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie gestelde vragen van de leden Fokke en Kuiken (PvdA) over de vestiging van een asielzoekerscentrum in Maastricht (ingezonden op 9 augustus 2016), met kenmerk 2016Z15169, niet binnen de termijn van drie weken kunnen worden beantwoord.

Vanwege de benodigde afstemming is er meer tijd nodig voor de beantwoording. Uw Kamer ontvangt de antwoorden zo spoedig mogelijk.


X Noot
1

De Telegraaf, 8 augustus 2016

X Noot
2

Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur

Naar boven