Vragen van het lid Bruins Slot (CDA) aan de Minister van Volksgezondheid, Welzijn
en Sport over tekortschietende leeftijdscontrole van jongeren die onder de zonnebank
willen (ingezonden 11 juli 2016).
Antwoord van Minister Schippers (Volksgezondheid, Welzijn en Sport) (ontvangen 31 augustus
2016). Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2015–2016, nr. 3158.
Vraag 1
Kent u de tv-uitzending over de tekortschietende leeftijdscontrole van jongeren die
onder de zonnebank willen?1
Vraag 2
Klopt het dat het Nederlands Huisartsen Genootschap (NHG) een richtlijn ontwikkeld
heeft over verdachte huidafwijkingen om de kwaliteit van huidkankerzorg te verbeteren?
Hoe staat het met de ontwikkeling van deze richtlijn?2
Antwoord 2
De NHG is inderdaad bezig met de ontwikkeling van de richtlijn (NHG-Standaard) «verdachte
huidafwijkingen», deze zal medio 2017 worden gepubliceerd.
Vraag 3
Bent u van mening dat de (gedeeltelijke) verschuiving van de huidkankerzorg naar de
eerste lijn alleen kan als huisartsen, dermatologen en huidtherapeuten nauw samenwerken?
Bent u van mening dat dit goed geregeld is?3
Antwoord 3
Goede samenwerking is inderdaad erg belangrijk. Ik zie in de praktijk dat dit al veel
gebeurt. Zoals ook duidelijk uit het aangehaalde artikel naar voren komt, zijn de
Nederlandse Vereniging van Dermatologie en Venereologie (NVDV) en de NHG het op veel
vlakken met elkaar eens en is de relatie goed. Maar van beide kanten wordt ook aangegeven
dat de zorg nog beter kan. Het vergroten van de kennis van verdachte huidafwijkingen
is een belangrijk speerpunt bij het aanpakken van huidkanker. Eerste stap die de beroepsgroepen
nu in samenwerking zetten is het ontwikkelen van de richtlijn. Hierin komen ook nadere
afspraken te staan over de verwijscriteria.
Vraag 4
Deelt u de mening van de Nederlandse Vereniging van Dermatologie en Venereologie (NVDV)
dat er meer aandacht voor dermatologie in de opleiding Geneeskunde en in de huisartsenopleiding
moet zijn, nu een op de zes consulten bij een huisarts een huidklacht betreft? Zo
nee, waarom niet? Zo ja, hoe vindt u dat dit bevorderd moet worden?
Antwoord 4
Ik ben van mening dat de zorgprofessionals, beroepsorganisaties en de opleidingsinstellingen
die de inhoud van de opleidingen bepalen, zorg moeten dragen voor veranderingen in
de opleidingen als dat nodig is en hierop dienen te acteren. Zij hebben hiervoor ook
de juiste expertise. Ik zal in gesprek met de relevante veldpartijen dit onderwerp
onder de aandacht brengen.
Specifiek wat betreft de huisartsenopleiding spelen de richtlijnen van de NHG een
belangrijke rol, deze vormen de basis voor de medische inhoud van het curriculum.
Zodra de nieuwe richtlijn gereed is, zal dus ook deze ingebed worden in de opleiding.
Vraag 5
Welke conclusies trekt u uit de (voorlopige) bevindingen van SCENIHR (Scientific Committee
on Emerging and Newly Identified Health Risks van de EU), waaruit onder andere blijkt
dat een aanzienlijk deel van de gevallen van melanoom bij mensen tot 30 jaar wordt
veroorzaakt door het gebruik van zonnebedden? Welke gevolgen voor het (handhavings)beleid
van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) zouden deze conclusies volgens
u moeten hebben?4
Antwoord 5
Ik heb kennisgenomen van het voorlopige advies van SCENIHR. Ik wacht eerst het definitieve
advies van SCENIHR af en op welke wijze de Europese Commissie hiermee wil omgaan om
op basis daarvan te bezien welke vervolgstappen daarbij passen. Daarbij betrek ik
ook mijn onderzoek naar de verschillende mogelijkheden om de naleving onder aanbieders
van zonnebanken te verbeteren, zoals ik in antwoord op eerdere vragen van uw Kamer
heb aangekondigd (TK, vergaderjaar 2014–2015, Aanhangsel nr. 2596).
Vraag 6, 7, 8
Hoe staat het met het onderzoek naar de mogelijkheden om het onverantwoord aanbieden
van zonnebanken tegen te gaan, dat u in antwoord op eerdere vragen hebt aangekondigd?5
Deelt u de mening dat een vergunningstelsel en/of een identificatieplicht ingevoerd
zouden moeten worden? Zo nee, waarom niet? Zo ja, wanneer gaat u hier actie op ondernemen?
Op welke wijze zijn de handhavingsmogelijkheden van de NVWA verbeterd? Is de NVWA
nu wel van mening dat zij voldoende handhavingsmogelijkheden heeft?
Antwoord 6, 7, 8
Ik ben bezig om in gesprek met verschillende betrokken partijen de mogelijkheden te
onderzoeken om het onverantwoord gebruik van zonnebanken tegen te gaan. Over manieren
om de handhavingsmogelijkheden van de NVWA te verbeteren, wil ik op dit moment nog
geen conclusies trekken. Ik wacht eerst het definitieve wetenschappelijke advies van
SCENIHR af en de wijze waarop de Europese Commissie hiermee in Europees verband wil
omgaan.
X Noot
1Uitzending EditieNL van 1 juli 2016
X Noot
2M. Rijsingen, «Is de Nederlandse huidkankerzorg klaar voor de toekomst?» (29 april
2016)
X Noot
4Scientific Committee on Emerging and Newly Identified Health Risks (SCENIHR), «Preliminary
Opinion on Biological effects of ultraviolet radiation relevant to health with particular
reference to sunbeds for cosmetic purposes» (3 december 2015).
X Noot
5Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2014–2015, nr. 2596, antwoord op vragen 2 t/m 5