Vragen van de leden Van Gerven en Leijten (SP) aan de Staatssecretaris van Volksgezondheid,
Welzijn en Sport over het bericht «Top slechte verpleeghuizen verdient meer dan de
norm» (ingezonden 28 juli 2016).
Antwoord van Staatssecretaris Van Rijn (Volksgezondheid, Welzijn en Sport) (ontvangen
24 augustus 2016). Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2015–2016, nr. 3216.
Vraag 1
Kent u het bericht «Top slechte verpleeghuizen verdient meer dan de norm»?1
Vraag 2, 3, 4
Kijkende naar de topsalarissen van de directeuren van de (volgens de Inspectie voor
de Gezondheidzorg (IGZ)) slecht presterende verpleeghuizen, zoals genoemd in de tabel
bij het artikel, wat is dan uw eerste reactie? Deelt u de mening dat deze salarissen
buiten alle proporties zijn?
Wat is uw reactie op de conclusie uit het onderzoek dat juist directeuren van ondermaatse
verpleeghuizen vaker boven de balkenendenorm verdienen dan directeuren van doorsnee
verpleeghuizen? Kunt u dit verschil in salaris verklaren? Vindt u deze verschillen
te verantwoorden?
Hoe kunnen deze topsalarissen uitgelegd worden aan het personeel en de (familieleden
van de) bewoners van de verpleeghuizen die het slechtst werden beoordeeld door de
IGZ?
Antwoord 2, 3, 4
Het Kabinet heeft de Wet Normering Topinkomens tot stand gebracht, waarin is vastgelegd
wat de maximale beloning kan zijn en wat de overgangstermijnen zijn van aanpassing
van beloningen aan de norm van de WNT. Binnen de grenzen die de WNT stelt, is het
aan de interne toezichthouders om te bepalen wat een passende beloning voor de betrokken
bestuurder(s) is. Ik ben van mening dat de raden van toezicht bij het bepalen van
een passende beloning een zorgvuldige afweging dienen te maken die recht doet aan
de specifieke omstandigheden van de zorginstelling en de maatschappelijke opdracht
waarbinnen die zorginstelling werkt.
Vraag 5
Herinnert u zich de mening van uw voorganger dat de inkomensontwikkeling van de bestuurders
in de pas moet blijven met die van de overige werkenden in dezelfde sector? Bent u
van mening dat dat hier het geval is?2
Antwoord 5
Om ervoor te zorgen dat de inkomensontwikkeling in de pas loopt met die van de overige
werkenden zijn in de Regeling bezoldigingsmaxima topfunctionarissen zorg en jeugdhulp
verschillende klassen voor beloningsmaxima vastgesteld. Dat sommige bestuurders nu
nog een bezoldiging ontvangen boven die maxima is het gevolg van het overgangsrecht.
Bestaande bezoldigingsafspraken boven het bij wet vastgestelde bezoldigingsmaximum
worden gedurende een termijn van vier jaar na inwerkingtreding van de wet gerespecteerd.
Daarna moet de bezoldiging in drie jaar worden teruggebracht tot het voor de topfunctionaris
geldende bezoldigingsmaximum.
Vraag 6, 8
Als het argument wordt gebruikt dat het hoge salaris nodig is om de beste directeuren
aan te kunnen trekken, hoe kan het dan dat juist de directeuren met de hoogste salarissen
(soms al vele jaren) de baas zijn van de slechtst scorende verpleeghuizen? Deelt u
de mening dat dit argument om een topsalaris goed te praten nu voor eens en altijd
ontkracht is? Kunt u uw antwoord toelichten?
Hoe gaat u ervoor zorgen dat nu eindelijk eens het besef doordringt bij bestuurders
dat zij werken met publiek geld, waarmee bepaalde verantwoordelijkheden wat betreft
de kwaliteit van zorg en beloningen gepaard gaan? Deelt u de mening dat het de hoogste
tijd wordt dat dit gebeurt?
Antwoord 6, 8
Via de WNT streeft het Kabinet naar maatschappelijk acceptabele inkomens voor topfunctionarissen.
Ook ziet het Kabinet via het toezicht door de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ)
toe op de kwaliteit en veiligheid van de zorg waaronder die van de verpleeghuizen.
Ik ben van oordeel dat dit de juiste kaders biedt voor bestuurders van zorginstellingen
om een zo hoog mogelijke kwaliteit in combinatie met maatschappelijk acceptabele inkomens
na te streven.
Vraag 7
Bent u het eens met zorgeconoom Wim Groot dat bestuurders wel wat vaker kritisch naar
zichzelf mogen kijken? Zo ja, waarom gebeurt dit nog zo weinig en hoe gaat u bevorderen
dat dit vaker gebeurt? Zo nee, waarom bent u het niet met de heer Groot eens?
Antwoord 7
Ja, ik vind het belangrijk dat zelfreflectie een competentie is van bestuurders in
de zorg. De Nederlandse Vereniging van Bestuurders in de Zorg (NVZD) heeft een accreditatieinstrument
ontwikkeld. De Minister en ik hebben aangegeven dit instrument cruciaal te vinden
bij de verdere professionalisering van het bestuur en intern toezicht in de zorg.
Het instrument zal ook een plek krijgen in de nieuwe Zorgbrede Governancecode van
de Brancheorganisaties Zorg (BoZ).
Ik roep raden van toezicht dan ook op om hun bestuurders te laten accrediteren.
Toelichting:
Deze vragen dienen ter aanvulling op eerdere vragen terzake van het lid Agema (PVV),
ingezonden 28 juli 2016 (Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2015–2016, nr. 3305).
X Noot
1Volkskrant 26 juli 2016: «Top slechte verpleeghuizen verdient meer dan de norm».
X Noot
2Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2011–2012, nr.3186