Vragen van de leden Kerstens (PvdA) en Ulenbelt (SP) aan de Ministers van Sociale
Zaken en Werkgelegenheid en van Veiligheid en Justitie over de politie die actievoerende
brandweerlieden intimideert (ingezonden 22 juni 2016).
Antwoord van Minister Van der Steur (Veiligheid en Justitie), mede namens de Minister
van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (ontvangen 18 augustus 2016).
Vraag 1
Kent u het bericht «Politie intimideert actievoerende brandweermannen»?1
Vraag 2
Onderschrijft u het recht van werknemers dat zij bij een belangengeschil op grond
van artikel 6, vierde lid, Europees Sociaal Handvest (ESH) collectief actie mogen
voeren?
Vraag 3
Onderschrijft u het uitgangspunt dat het recht op collectieve actie uitsluitend door
artikel G ESH kan worden beperkt?
Vraag 4
Klopt het dat de politie contact heeft gezocht met brandweermannen om informatie in
te winnen over op handen zijnde acties? Zo ja, kunt u aangeven hoe vaak dit heeft
plaatsgevonden?
Antwoord 4
Het klopt dat de politie contact heeft gezocht met brandweermannen om informatie in
te winnen over op handen zijnde acties.
Op vrijdag 17 juni kwam het signaal binnen dat er op maandag 20 juni bij het Provinciehuis
Utrecht een grote (cao)actie van de brandweer aanstaande zou zijn.
Het recente incident in Amstelveen, waar op 15 juni in het kader van de cao-besprekingen
een raadsvergadering werd verstoord, gaf zorgen over de aanstaande actie in Utrecht.
Om de actie op een veilige en ordentelijke wijze te laten plaatsvinden is besloten
nadere informatie over deze actie in te winnen. Dit is langs verschillende kanalen
geprobeerd. Bij de gemeente Utrecht was op dat moment nog geen kennisgeving ingediend
voor het houden van een demonstratie.
Vraag 5, 7
Is het staand beleid dan wel gebruikelijk dat politieagenten bedrijven van stakende
en/of actievoerende werknemers bezoeken en hen persoonlijk bellen dan wel thuis bezoeken?
Zo nee, bent u dan bereid daarover binnen de politieorganisatie helder te communiceren?
Deelt u de mening dat het volstrekt onacceptabel is dat de politie voorafgaand aan
een collectieve actie informatie probeert in te winnen bij actievoerders? Zo ja, hoe
zorgt u ervoor dat dergelijke situaties worden voorkomen? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 5, 7
De politie heeft tot taak het handhaven van de openbare orde. Wanneer de politie signalen
en/of informatie krijgt die kunnen duiden op mogelijke openbare orde verstoringen,
heeft de politie de verantwoordelijkheid deze te verifiëren c.q. te duiden. Ook als
het gaat om cao-acties, maar uiteraard zonder afbreuk te doen aan het recht om collectief
actie te voeren. Het actief contact opnemen door de politie met betrokkene(n) naar
aanleiding van dergelijke signalen is daartoe een van de mogelijkheden en maakt deel
uit van het normale politiewerk. Dergelijk contact kan onder meer plaatsvinden in
de vorm van een huisbezoek en gebeurt onder verantwoordelijkheid van de burgemeester.
De politie heeft gehandeld zoals zij zou doen in vergelijkbare situaties. De kern
van het optreden was het creëren van een veilige situatie voor alle deelnemers. Daarnaast
was het van belang om ruimte te bieden aan het grondwettelijke recht op demonstratie
en de vrijheid van meningsuiting voor de demonstranten. Met dat oogmerk hebben de
betrokken politiemedewerkers gehandeld.
Vraag 6
Kunt u zich voorstellen dat stakers en/of actievoerders zich geïntimideerd voelen
als hun korps door de politie wordt bezocht dan wel zij persoonlijk door de politie
worden gebeld dan wel thuis worden bezocht naar aanleiding van tijdens door de vakbeweging
geïnitieerde acties gedane uitspraken die niet als bedreigend of anderszins strafbaar
zijn te kwalificeren? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 6
Ik zou het betreuren als burgers zich geïntimideerd voelen door (huis)bezoeken van
de politie. Het afleggen van (huis)bezoeken doet de politie in het kader van haar
openbare orde taak. De crux hierbij is de mogelijke of daadwerkelijke verstoring van
de openbare orde, niet de inhoud van de mening. Het staat een ieder vrij actie te
voeren, mits de openbare orde niet wordt verstoord.
Vraag 8
Herinnert u zich eerdere vragen naar aanleiding van vermeende intimidatie (in die
gevallen door de werkgever) ten tijde van de toen plaatsvindende acties in de metaalsector
als ook uw antwoorden daarop?2 Bent u nog steeds van mening dat intimidatie van stakers en/of actievoerders «uiteraard
onacceptabel» is en «een schending betekent van het stakingsrecht zoals vastgelegd
in onder andere het ESH en daarom scherp veroordeeld dient te worden»?
Antwoord 8
Ja, ik herinner mij de vragen met betrekking tot acties in de metaalsector en de antwoorden
van de Minister van SZW daarop. Het kabinet is nog steeds dezelfde mening toegedaan.
Wanneer sprake is van intimidatie van stakers en actievoerders is dat onacceptabel,
vormt dat een schending van het stakingsrecht en dat veroordeel ik scherp.
X Noot
2Aanhangsel van de Handelingen, vergaderjaar 2015–2016, nr. 1432