Vragen van het lid Dik-Faber (ChristenUnie) aan de Minister van Economische Zaken
over restwarmte uit de Uniper-kolencentrale (ingezonden 15 juli 2009).
Antwoord van Minister Kamp (Economische Zaken) (ontvangen 15 augustus 2016).
Vraag 1
Is het waar dat u aan Gasunie hebt gevraagd om de aanleg van de warmteleiding in West-Nederland
te onderzoeken en restwarmte vanuit de Uniper-kolencentrale naar het Westland te transporteren?
Zo ja,waarom doet u dit verzoek aan Gasunie?
Antwoord 1
Nee. De N.V. Nederlandse Gasunie (Gasunie) is vanuit haar expertise als onafhankelijk
en open gasinfrastructuurbedrijf benaderd om mee te denken over de haalbaarheid van
een hoofdinfrastructuur voor warmte, de «Leiding over West». De «Leiding over West»
is één van de drie tracés binnen het westelijke deel van het warmtenetwerk Zuid-Holland
waarvoor op dit moment een haalbaarheidsonderzoek wordt uitgevoerd. Gasunie New Energy
(dochteronderneming van de Gasunie) heeft zelfstandig besloten om deel te nemen aan
de onderzoeksfase van dit project. Gasunie heeft vanuit de aard van haar werkzaamheden
veel expertise in en ervaring met grote infrastructuurprojecten met ondergrondse buisleidingen.
Ik vind het waardevol dat die expertise ook voor grootschalige warmte-infrastructuurprojecten
wordt benut.
Vraag 2
Past de inzet van Gasunie bij de wettelijke taak van deze landelijke netbeheerder
en zo ja, op welke wijze?
Antwoord 2
De inzet voor het haalbaarheidsonderzoek «Leiding over West» wordt geleverd door Gasunie
New Energy, een dochterondernemingen van N.V. Nederlandse Gasunie, die tot doelstelling
heeft de kennis en kunde over de energie-infrastructuur in te zetten voor de energietransitie.
Gasunie New Energy richt zich onder andere op infrastructuur voor warmte, groen gas
en waterstof.
De inzet wordt dus niet geleverd door de beheerder van het landelijke gastransportnet,
Gasunie Transport Services (GTS). GTS is een onderdeel van de N.V. Nederlandse Gasunie,
maar zij voert haar wettelijke taken onafhankelijk uit.
Vraag 3
Hoe staan de afnemende gemeenten zoals de gemeente Den Haag tegenover kolenwarmte?
Antwoord 3
De gemeente Den Haag heeft kenbaar gemaakt geen voorstander te zijn van warmte afkomstig
van kolencentrales. Andere gemeenten sluiten kolenwarmte op dit moment niet uit, maar
willen wel garanties hebben over de verduurzaming van de warmtebronnen en het invoeden
van duurzame warmtebronnen, zoals geothermie, op het warmtenet.
Vraag 4
Indien wordt uitgegaan van de warmteprijs die de potentiële klanten, namelijk de glastuinders
in het Westland, bereid zijn te betalen voor de restwarmte van de kolencentrale van
Uniper, hoe hoog is de onrendabele top van de initiële investeringskosten (in miljoenen
euro’s) van de warmteleiding?
Antwoord 4
Bij het haalbaarheidsonderzoek naar de «Leiding over West» wordt naar diverse warmtebronnen
gekeken (bijvoorbeeld ook industrie). In de studie wordt rekening gehouden met scenario’s
zonder en/of met minder kolenwarmte. Het besluit over de uitfasering/sluiting van
kolencentrales is medebepalend voor de business case van de «Leiding over West», met
de kolencentrale van Uniper als warmtebron. Zodra een besluit over de uitfasering
van de kolencentrales is genomen, wordt bezien of de benutting van kolenwarmte in
de warmte-infrastructuur voordeel oplevert.
Vraag 5
Deelt u de mening dat deze warmteleiding, betaald door derden, de businesscase versterkt
van de kolencentrales?
Antwoord 5
De business case van de kolencentrale wordt in hoge mate bepaald door de elektriciteitsprijs.
Een eventuele «opbrengst» van de geleverde warmte zal slechts marginaal van invloed
zijn. De inzet van de publieke partijen betrokken bij het haalbaarheidsonderzoek van
de «Leiding over West» is gericht op de realisatie van een warmte-infrastructuur die
bijdraagt aan de verduurzaming van de warmtevoorziening.
Vraag 6
Garandeert u, in lijn met de aangenomen motie van het lid Dik-Faber1, dat er geen publieke middelen zullen worden ingezet voor een leiding voor kolenwarmte,
dus ook niet vanuit het geld uit de gereguleerde tarieven van Gasunie?
Antwoord 6
Ten aanzien van de inzet van publieke middelen verwijs ik u naar mijn brief van 4 juli
2016 (Kamerstuk 31 510, nr. 61) over de uitvoering van de motie van het lid Dik-Faber (Kamerstuk 31 510, nr. 58). Voor wat betreft de inzet van middelen vanuit de gereguleerde tarieven door Gasunie
informeer ik u als volgt: Gasunie Transport Services (GTS) is de netbeheerder van
het landelijke transportnet voor gas. Deze gereguleerde taken hebben (slechts) betrekking
op het transport van gas. Het is dan ook niet toegestaan dat Gasunie vanuit de gereguleerde
tarieven investeringen doet in warmte-infrastructuur, danwel deze investeringen terugverdient
via de gereguleerde tarieven voor het transport van gas. Het inzetten van middelen
vanuit of via de gereguleerde tarieven door GTS voor investeringen in warmte-infrastructuur
is daarom niet aan de orde.