Vragen van het lid Bergkamp (D66) aan de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn
en Sport over het bericht dat Zeeuwse gemeenten medische gegevens van kinderen eisen
(ingezonden 3 mei 2016).
Antwoord van Staatssecretaris Van Rijn (Volksgezondheid, Welzijn en Sport) (ontvangen
5 juli 2016) Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2015–2016, nr. 2644.
Vraag 1
Bent u bekend met het bericht «Zeeuwse gemeenten eisen medische gegevens van kinderen»?1
Vraag 2
Deelt u de mening dat het tegenstrijdig is met de tijdelijke ministeriële regeling
van de Jeugdwet dat gemeenten medische gegevens eisen, voordat zij wel of niet overgaan
tot het vergoeden van een behandeling?
Vraag 3
Deelt u de mening dat de uitspraken van deze gemeenten in strijd zijn met de zowel
de privacywetgeving als met de schriftelijke beantwoording, waarin u stelde dat psychische
problemen niet op het formulier van de gemeenten hoeven te staan?2
Antwoorden 2 en 3
In antwoord op eerdere vragen van u en uw collega Berndsen-Jansen heb ik aangegeven
dat voor een rechtmatige betaling van een declaratie informatie noodzakelijk kan zijn
over aan wie welke zorg is verleend.3 De tijdelijke ministeriële regeling van 6 augustus 2015 geeft aan welke gegevens
maximaal met gemeenten mogen worden gedeeld. Met betrekking tot de GGZ betreffen deze
gegevens maximaal de in DSM IV opgenomen diagnosehoofdgroep. De tijdelijke ministeriële
regeling geeft betrokkenen de mogelijkheid te kiezen voor een opt-out, waardoor er
geen medische gegevens bij de declaratie hoeven worden gevoegd. Op deze wijze wordt
enerzijds de privacy van cliënten beschermd en anderzijds geborgd dat gemeenten aanbieders
van hulp rechtmatig kunnen betalen.
Het is aan gemeenten en aanbieders om prudent met de uitvraag en uitwisseling van
(bijzondere) persoonsgegevens om te gaan. De Wet bescherming persoonsgegevens, de
Jeugdwet en de tijdelijke ministeriële regeling stellen de kaders hiervoor. Het toezicht
hierop is in eerste instantie lokaal geregeld en daarnaast is de Autoriteit Persoonsgegevens
(voorheen bekend als het College bescherming persoonsgegevens) de toezichthouder inzake
de naleving van de wettelijke bepalingen inzake de verwerking van persoonsgegevens.
Vraag 4
Bent u bereid de gemeenten Middelburg, Veere en Vlissingen aan te spreken, via de
Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), als zij in strijd met de wetgeving hebben
gehandeld en ervoor te zorgen dat in gevallen waarin ouders – eventueel tegen hun
wil in – gegevens hebben verstrekt dit wordt teruggedraaid? Zo nee, waarom niet?
Vraag 5
Deelt u de mening dat ouders niet onder druk gezet mogen worden om medische gegevens
van hun kind te delen? Zo ja, welke stappen wilt u gaan zetten om te voorkomen dat
dit nogmaals plaats zal vinden?
Antwoorden 4 en 5
Het zorgloket Portos heeft al zo’n 13.000 mensen geholpen met een vraag naar Jeugdhulp
en een aanbod Wmo2015. Deze klacht is vooralsnog de enige in dit kader. Er is door
de gemeente geen diagnose informatie uitgevraagd. Wel is door de professional ingegaan
op behandeldoelen voor de cliënt.
Het college van burgemeester en wethouders is primair verantwoordelijk om ervoor te
zorgen dat de gemeente voldoet aan de wettelijke vereisten ten aanzien van informatiebeveiliging
en privacybescherming. De gemeenteraad ziet hier op toe. De Autoriteit Persoonsgegevens
houdt toezicht op de vraag of de gemeenten, jeugdhulpaanbieders en gecertificeerde
instellingen voldoen aan de beveiligingseisen en de privacywetgeving. Het College
heeft de suggestie van de gemeenteraad overgenomen, om de Autoriteit Persoonsgegevens
over deze casus te raadplegen.
Voor een juiste balans tussen de bescherming van privacy en het rechtmatig betalen
van rekeningen van aanbieders, bereid ik een definitieve ministeriële regeling voor
die na internetconsultatie is voorgelegd aan de Autoriteit persoonsgegevens. Voor
de internetconsultatie is deze regeling ook naar uw Kamer gestuurd. Belangrijk is
vooral dat gemeenten, branches van aanbieders en professionals, alsmede cliëntenorganisaties,
zelf verantwoordelijkheid nemen voor het maken van goede afspraken over het respecteren
van de privacy van cliënten in het Jeugddomein. Op 22 juni 2016 jl. heeft de bestuurlijke
conferentie «In goed vertrouwen plaatsgevonden waar partijen een gezamenlijk privacy
manifest en een set vuistregels voor de dagelijkse praktijk hebben ondertekend.
Bovendien ondersteun ik het programma Informatievoorziening Sociaal Domein dat door
de VNG en zes brancheorganisaties (Actiz, Branchebelang Thuiszorg Nederland, Vereniging
Gehandicaptenzorg Nederland, GGZ Nederland, Federatie Opvang en Jeugdzorg Nederland)
wordt uitgevoerd. Ondersteuning van gemeenten en zorgaanbieders bij betere borging
van de privacy van betrokkenen is daarin een belangrijk onderdeel. De door de VNG
en branches beschreven inkoopmodellen, met vereisten inzake privacy en verantwoording,
kunnen hier behulpzaam zijn.
X Noot
2Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2014–2015, nr. 2061
X Noot
3Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2014–2015, nr. 2061