Vragen van het lid Koşer Kaya (D66) aan de Staatssecretaris van Economische Zaken
en de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport over besmette zandbakken in speeltuinen
(ingezonden 15 juni 2016).
Antwoord van Minister Schippers (Volksgezondheid, Welzijn en Sport) (ontvangen 4 juli
2016).
Vraag 1
Bent u bekend met de uitzending van «Smerige zaken» waarin de veiligheid van zandbakken
in speeltuinen aan de orde wordt gesteld?1
Vraag 2
Hoe groot is de kans voor kinderen op besmetting met de parasieten toxoplasmose en/of
toxocariasis door het spelen in een openbare speeltuin waaruit niet geregeld dierlijke
poep verwijderd wordt? Is dat substantieel groter of kleiner dan speeltuinen waar
dit wel gebeurt? Zo ja, op welke wijze precies?
Antwoord 2
Toxocara wordt zowel door katten (Toxocara catie) als honden (Toxocara canis) uitgescheiden.
Contact met aarde, waaronder spelen in zandbakken, en contact met katten is een risicofactor
voor Toxocara. Onderzoeken in zandbakken toonden Toxocara eieren in ongeveer 30% van
de zandbakken aan (onderzoek in 2014 in drie gemeenten).
Toxoplasma wordt overgedragen door zowel kattenpoep als via vlees. Het relatieve belang
van de verschillende routes van overdracht voor Toxoplasma infecties bij de mens wordt
op dit moment onderzocht door het RIVM. Uit studies in de Nederlandse bevolking blijkt
dat het spelen in zandbakken en het in de mond stoppen van zand een risicofactor is
voor Toxoplasma.
De kans op besmetting door het spelen in een openbare speeltuin waar poep van honden
en katten wel of niet wordt verwijderd, is niet onderzocht. De mate van vervuiling
was wel afhankelijk van het al dan niet afdekken van de zandbak.
Vraag 3
Hoeveel gevallen zijn u jaarlijks bekend? Hoe is het ziekteverloop bij deze ziekten
en hoe groot is de kans op blijvende schade?
Antwoord 3
Er bestaat geen meldingsplicht voor Toxoplasma of Toxocara. Er is dus geen overzicht
van het aantal gevallen.
Overigens verlopen de meeste infecties met deze parasieten asymptomatisch. Dit betekent
dat de kinderen wel besmet zijn maar daar geen last van hebben. Als een infectie met
Toxoplasma klachten geeft dan worden vooral lymfeklierzwellingen gezien, oogafwijkingen
en langdurige vermoeidheid. Afhankelijk van de plaats in het oog kan de infectie tot
verlies van het gezichtsvermogen leiden. In uitzonderingsgevallen worden er ernstige
symptomen gezien zoals encefalitis (hersenontsteking). Bij mensen met immuunstoornissen
kan de infectie tot ernstige ziekte leiden met blijvende schade.
Bij een infectie met Toxocara kunnen de symptomen bestaan uit astma-achtige verschijnselen,
afwijkingen aan de longen en eosinofilie (afwijkende cellen in het bloed). Bij een
aantal patiënten kan een ooginfectie optreden. Er zijn geen gegevens bekend over blijvende
schade. Een zeer klein aantal patiënten kan neurologische afwijkingen krijgen.
Studies van het RIVM uit 1996 liet zien dat 15% van de kinderen tussen 0–5 jaar antistoffen
tegen Toxoplasma hadden. Van deze leeftijdsgroep had 5.5% antistoffen tegen Toxocara.
Voor kinderen van 6–15 jaar is dit 14% voor Toxoplasma en 16% voor Toxocara. Dit betekent
dat deze kinderen de infectie hebben doorgemaakt. In 2006 is dit gedaald naar 9% voor
Toxoplasma en 4% voor Toxocara bij de kinderen tussen 0–5 jaar en 9% voor Toxoplasma
en 7% voor Toxocara bij de kinderen van 6–15 jaar. Deze gegevens laten zien dat het
aantal besmettingen is afgenomen.
Vraag 4
Is het waar dat de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit toezicht houdt op de veiligheid
van de speeltoestellen zelf, maar het beheer van en toezicht op de ondergrond geheel
overlaat aan de eigenaar van de speeltuin? Zo ja, welke redenering ligt daaraan ten
grondslag? Zo nee, hoe is de toezichtsverdeling dan wel geregeld?
Antwoord 4
In het Warenwetbesluit attractie- en speeltoestellen is geregeld dat degene die een
attractie- of speeltoestel voorhanden heeft, ervoor zorgt dat het toestel zodanig
is geïnstalleerd, gemonteerd en zodanig is beproefd, geïnspecteerd en onderhouden
en zodanig van opschriften is voorzien, dat er bij gebruik geen gevaar voor de gezondheid
of veiligheid van personen bestaat. Dit geldt ook voor het bodemmateriaal. De NVWA
ziet toe op het naleven van die verplichtingen door de eigenaren van de speeltoestellen.
Vraag 5
Bent u bereid in overleg te gaan met de NVWA en gemeenten om waar nodig en mogelijk
risico’s op besmetting te verkleinen?
Antwoord 5
De eigenaar en beheerder kunnen zich informeren via www.allesoverspelen.nl en http://www.regelhulpenvoorbedrijven.nl/Speeltoestellen.
Advies aan de ouder is om je kind alleen in de zandbak te laten spelen en niet in
zand dat dient als valdemping onder speeltoestellen. De kans dat je in een zandbak
schoon zand treft is veel groter dan onder een speeltoestel. Spelen in het zand onder
een speeltoestel heeft verder als risico dat een kind gewond raakt door bijvoorbeeld
een schommel. En als de speelplek smerig is neem dan eerst contact op met de beheerder/gemeente.
En bovenal: laat kinderen voor het eten en na het buiten spelen hun handen goed wassen.