Vragen van het lid Geurts (CDA) aan de Minister en Staatssecretaris van Economische
Zaken over geen compensatie dubbele heffingen voor pluimveehouders voor het Diergezondheidsfonds
door de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (ingezonden 19 mei 2016).
Antwoord van Staatssecretaris Van Dam (Economische Zaken) (ontvangen 28 juni 2016).
Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2015–2016, nr. 2731.
Vraag 1
Bent u bekend met het artikel «EZ compenseert geen dubbele betaling DGF»?1
Vraag 2 en 3
Bevestigt u dat door de gewijzigde heffingssystematiek pluimveehouders met meerjarige
dieren, legpluimveehouders en vermeerderaars die in de loop van 2014 hebben opgezet
voor 2015 moeten betalen voor eigenlijk dezelfde dieren? Zo nee, waarom niet?
Kunt u aangeven op welke wijze de heffingssystematiek is gewijzigd?
Antwoord 2 en 3
Tot 1 januari 2015 werd de sectorbijdrage aan het Diergezondheidsfonds (DGF) geheven
door de productschappen. Voor de pluimveesector hief het Productschap Pluimvee en
Eieren (PPE) de dierziektebestrijdingsheffing per opgezet/aangevoerd koppel pluimvee
per houder. Het tarief was daarop afgestemd. Met ingang van 1 januari 2015 wordt de
diergezondheidsheffing, die wordt uitgevoerd door de Rijksdienst voor Ondernemend
Nederland (RVO.nl), geheven over het in een kalenderjaar gemiddeld aantal op een bedrijf
gehouden dieren. Bij pluimvee dat langer dan een jaar wordt gehouden wordt de diergezondheidsheffing
geheven over elk jaar dat een bepaald dier aanwezig is. In 2015 zijn daarom de dieren
meegerekend die in 2015 werden gehouden, maar waarvoor in 2014 de productschapsheffing
was geheven.
Vraag 4
Waarom heeft u voor de ondernemers met meerjarige dieren geen overgangsregeling voorzien?
Antwoord 4
Ten tijde van de voorbereiding van de invoering van de diergezondheidsheffing is noch
door het Ministerie van Economische Zaken noch door de sector voorzien dat de nieuwe
heffingssystematiek nadelige gevolgen zou hebben voor deze ondernemers.
Vraag 5
Kunt u inzichtelijk maken hoeveel pluimveebedrijven met meerjarige dieren op dit moment
tweemaal een heffing over 2015 of een gedeelte daarvan moeten betalen over eigenlijk
dezelfde dieren en welke bedragen er dus in feite te veel worden geheven bij deze
ondernemers? Vindt u dit rechtvaardig?
Antwoord 5
We spreken over de situatie waarin per bedrijf tweemaal (eenmaal in 2014, en eenmaal
in 2015) een heffing is geheven over een koppel pluimvee dat in 2014 is opgezet. In
totaal hebben ca. 1.800 bedrijven met deze situatie te maken. Het verschilt per bedrijf
om welk bedrag het gaat. Deze bedrijven, waarbij tweemaal een heffing over dezelfde
dieren heeft plaatsgevonden, zijn daardoor benadeeld. Overigens zijn de inkomsten
van deze heffingen in het collectieve Diergezondheidsfonds terechtgekomen en besteed
aan de bestrijding en preventie van besmettelijke dierziekten.
Vraag 6 en 7
Deelt u de mening dat deze dubbele heffing onhoudbaar is voor de rechter? Zo nee,
heeft u hierover juridisch advies ingewonnen en zou u de Kamer daarover kunnen informeren?
Bent u bereid om in de definitieve aanslag voor 2015 die nog moet worden vastgesteld
op basis van een overgangsregeling rekening te houden met pluimveehouders die in de
voorlopige aanslag dubbel moeten betalen over eigenlijk dezelfde dieren? Zo nee, waarom
niet?
Antwoord 6 en 7
Door de toepassing in 2014 van de productschapsheffing en in 2015 van de diergezondheidsheffing
op dezelfde, in 2014 opgezette koppels pluimvee, zijn de desbetreffende pluimveehouders
benadeeld. Zij mochten ervan uitgaan dat deze in 2014 opgezette koppels niet zouden
worden meegerekend bij de vaststelling van het gemiddeld aantal per bedrijf gehouden
dieren in 2015. Daarom zal ik de betrokken pluimveehouders tegemoet komen.
Ik zal het bedrag laten berekenen voor alle pluimveehouders die daarvoor in aanmerking
komen. Dit bedrag wordt in mindering gebracht op de definitieve aanslag over 2015.
Voor zover de heffing al is betaald door de pluimveehouder bij de voorlopige heffing
over 2015 wordt het teveel betaalde bedrag teruggestort.
Vraag 8
Bent u ermee bekend dat het voor het bedrijfsleven onduidelijk is op basis van welke
gegevens en op welke wijze het gemiddelde van de bezetting van de verschillende soorten
pluimvee wordt berekend?2
Antwoord 8
De regels voor de berekening staan in de Uitvoeringsregeling diergezondheidsheffing.
Alle ondernemers in de pluimveehouderij hebben in september 2015 een voorlopige aanslag
gehad. De uitleg van de berekening van de aantallen stond en staat op de website van
RVO.nl. Tevens was bij deze voorlopige aanslag per ondernemer een webformulier gevoegd
waarop de aantallen van het betreffende bedrijf en het tarief zichtbaar waren op basis
waarvan de ondernemer zelf de berekening kon controleren. Een ondernemer heeft ook
de mogelijkheid om de aantallen op dit webformulier aan te passen of een opmerking
over de berekening te maken. Van de ca. 2.800 ondernemers die een aanslag en webformulier
ontvangen hebben, zijn er 82 ondernemers die het formulier ingezien hebben en 59 die
het aantal hebben aangepast.
Vraag 9
Bent u bereid deze vragen te beantwoorden enkele weken voorafgaande aan het vaststellen
van de definitieve aanslag 2015 van pluimveehouders voor het Diergezondheidsfonds?
Antwoord 9
Ja, ik verwijs u hiervoor ook naar het antwoord op vraag 7.
X Noot
1Boerderij Vandaag, 11 mei 2016.
X Noot
2Boerderij Vandaag, 19 november 2015,.