Vragen van het lid Azmani (VVD) aan de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
over de blijdschap over de arrestatie van Ebru Umar in Turkije (ingezonden 28 april
2016 ).
Antwoord van Minister Asscher (Sociale Zaken en Werkgelegenheid) (ontvangen 21 juni
2016)
Vraag 1
Heeft u kennisgenomen van de vele berichten op social media over de blijdschap over
de arrestatie van Ebru Umar in Turkije?1
Vraag 2
Wat vindt u, als Minister verantwoordelijk voor Integratiebeleid, van deze adhesiebetuigingen
wanneer u deze leest zoals op «Hollandale Türkler», een facebookpagina van en voor
Turkse Nederlanders die het bericht kopt met «hoera»?
Antwoord 2
Vrijheid is er voor iedereen. Voor Ebru Umar. Voor alle Turkse- en niet-Turkse Nederlanders,
ook voor mensen die meningen uiten die sommigen van ons misschien verbazend of zelfs
schokkend vinden. Dat hoort bij de vrijheid van meningsuiting. Die is er niet alleen
maar voor welgevallige of prettige meningen. In dit land bestrijden we elkaar met
woorden, niet met daden.
De vrijheid om je mening te geven kent grenzen. Wat niet kan, is elkaars vrijheid
beperken. Zoals een deel van de Turkse Nederlanders nu een andere groep Turkse Nederlanders
om hun andere mening intimideert of zelfs bedreigt. Bedreiging is gewoon strafbaar.
Mensen moeten niet belet worden om zich uit te spreken over leiders hier of elders
of over godsdiensten en hun eigenaardigheden. Juist omdat we een ruime vrijheid hebben
zouden mensen zich verre moeten houden van agressieve, bedreigende en intimiderende
uitingen naar anderen. Vrijheid is kostbaar en fragiel. Voor die vrijheid zijn offers
gebracht. Ik vind daarom dat mensen moeten stoppen met groepsdruk, intimidatie en
het reduceren van andere Nederlanders tot hun afkomst.
Vraag 3, 4 en 5
Vindt u dat er sprake is van mislukte integratie wanneer een deel van de tweede en
derde generatie Nederlanders met een Turkse achtergrond juist toejuichen dat het vrije
woord gepoogd wordt de mond te snoeren door deze arrestatie?
Welke maatregelen neemt u om integratie van deze generaties te bevorderen nu kennelijk
een deel daarvan onvoldoende de Nederlandse waarden heeft verinnerlijkt zoals het
omgaan met de vrijheid van meningsuiting, door het opzoeken van debat wanneer je een
andere mening hebt in plaats van een arrestatie vanwege een mening te steunen?
Hoe kijkt u aan tegen een deel van de tweede en derde generatie Nederlanders met een
andere achtergrond die zich vooral willen identificeren met het land van herkomst
van de ouders of grootouders in plaats van het land waar zij veelal geboren en opgegroeid
zijn? Ziet u dit ook als een probleem voor de veerkracht van de Nederlandse samenleving?
Zo ja, wat doet u daaraan?
Antwoord 3, 4 en 5
De adhesiebetuigingen naar aanleiding van de aanhouding van Ebru Umar bevestigen het
beeld dat een deel van de Turkse Nederlanders zich in hun verbondenheid met Turkije
sterk identificeert met de Turkse regering en zich hier niet thuis voelt. Dit wil
nog niet zeggen dat zij zich bewust afwenden van de Nederlandse samenleving. Toch
baart dit signaal mij zorgen, vooral door sommige uitingen in de sociale media. De
vrijheid van meningsuiting dient als gezegd zeer ruim te worden opgevat, maar moet
niet gebruikt worden om deze vrijheid voor anderen te beperken. De vrijheid van meningsuiting
dient slechts door de wet te worden beperkt en niet door bijvoorbeeld groepsdruk,
intimidatie en druk van buitenaf.
De bevindingen van het SCP onderzoek «Werelden van Verschil» van december 2015 laten
ten aanzien van de integratie en participatie van een deel van de Nederlanders zien,
dat die zich beperkt identificeert met de Nederlandse samenleving en daar op relatief
grote culturele afstand van staat. Ik maak mij hier zorgen over en ik vind het wenselijk
dat migrantenorganisaties zich hier ook druk over maken. De toekomst van deze mensen
ligt in Nederland en er is momenteel voor een deel van de jongeren weinig aansluiting
met onze samenleving. Het is belangrijk hier met de gemeenschappen en hun organisaties
over in gesprek te blijven.
Maar daarnaast moeten we er ook voor zorgen dat mensen met een migratie achtergrond
zich richten op Nederland en zich hier thuis voelen. Mijn integratieagenda bestaat
uit drie hoofdpunten. Op de eerste plaats is het belangrijk dat ouders hun kinderen
meegeven dat hun toekomst in Nederland ligt. Op de tweede plaats moeten we werken
aan participatie en dat mensen in hun eigen onderhoud kunnen voorzien. Dit betekent
dat kennis van de Nederlandse taal en van rechten en verplichtingen noodzakelijk is.
Mensen die zich hiervoor inzetten, moeten daar ook voor beloond worden, en niet bijvoorbeeld
door discriminatie gefrustreerd raken. Op de derde plaats moet duidelijk zijn welke
grenzen binnen de Nederlandse samenleving gelden. We moeten zonder aanzien des persoons
de regels voor iedereen op dezelfde manier handhaven.
Onze inzet is een doorlopend proces van acties gericht op het tegengaan van discriminatie,
het terugdringen van de jeugdwerkloosheid onder migrantenjongeren, het bespreekbaar
maken van lastige onderwerpen in gemeenschappen tot het uitdragen van de kernwaarden
via bijvoorbeeld de participatieverklaring en het onderwijs. Ook wordt er op verzoek
van uw Kamer een vervolgonderzoek uitgezet naar de rol die Turks religieuze organisaties
in dit proces hebben.