Vragen van het lid Marcouch (PvdA) aan de Minister van Veiligheid en Justitie over onderzoek naar het overlijden van een man in Groningen in 1990 (ingezonden 30 mei 2016).

Antwoord van Minister Van der Steur (Veiligheid en Justitie) (ontvangen 21 juni 2016)

Vraag 1

Kent u het bericht «De ochtend dat Satan in Groningen huishield. Een reconstructie van de moord op kraker Marco bij het WNC in Groningen, 1990»?1

Antwoord 1

Ja, dat bericht is mij bekend.

Vraag 2

Is er aanleiding om te veronderstellen dat de in het bericht genoemde persoon slachtoffer is van doodslag of moord? Zo ja, is dan vervolging nog mogelijk?

Antwoord 2

Indien sprake zou zijn geweest van moord zou het delict niet verjaren. Vooralsnog zijn er geen aanwijzingen dat sprake is geweest van moord.

Het onderzoek is in 2005 door het Openbaar Ministerie (OM) gesloten vanwege het ontbreken van voldoende opsporingsindicaties. Indien wordt uitgegaan van het delict doodslag, is het feit op 21 april 2005 verjaard.

Vraag 3

Is er verband tussen enerzijds het in het bericht vermelde vertrek van een rechercheur en politiepsycholoog uit het Cold Case Team en de overplaatsing van de toenmalige officier van justitie en anderzijds het vervolg van het strafrechtelijk onderzoek? Zo ja, waaruit bestaat dit verband? Zo nee, waarom niet in hoe verhoudt zich dat tot hetgeen hierover in het bericht wordt gesteld?

Antwoord 3

Er is geen enkel verband tussen het verloop van het strafrechtelijk onderzoek (en de afdoening ervan) en de wijzigingen in het Cold Case Team.

In 2005 is door de officier van justitie die verantwoordelijk was voor het Cold Case Team op basis van de resultaten van het opsporingsonderzoek besloten het onderzoek te sluiten.

Vraag 4

Is er recentelijk vanuit kringen van ex-krakers of andere informatiebronnen informatie over deze zaak bekend geworden die aanleiding kan zijn tot nader strafrechtelijk onderzoek? Zo ja, is of wordt deze zaak heropend en welke overwegingen spelen daarbij een rol?

Antwoord 4

Zoals opgemerkt in antwoord op vraag 2 zijn er geen aanwijzingen dat sprake is geweest van moord. Tot op heden ontbreken aanwijzingen in die richting. Er is dan ook geen aanleiding het onderzoek te heropenen.

Naar boven