Vragen van het lid Bosman (VVD) aan de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties over het bericht «Zowel bajes van Curaçao als Sint Maarten afgekeurd» (ingezonden 19 mei 2016).

Antwoord van Minister Plasterk (Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties) (ontvangen 21 juni 2016)

Vraag 1

Kent u het bericht «Zowel bajes van Curaçao als Sint Maarten afgekeurd»?1

Antwoord 1

Ja.

Vraag 2 en 3

In hoeverre herkent u zich in de in dit bericht geschetste situatie van de gevangenis op Curaçao?

In hoeverre herkent u zich in de in dit bericht geschetste situatie van de gevangenis op Sint Maarten?

Antwoord 2 en 3

Als Minister van Koninkrijksrelaties ontvang ik de relevante berichten ten aanzien van de rechtshandhaving op Curaçao en Sint Maarten, zoals de rapportages van de Raad voor de Rechtshandhaving en de voortgangscommissies die toezien op de «samenwerkingsregeling plannen van aanpak». Op basis daarvan is het primair aan de regeringen van de landen om te acteren. Twee keer per jaar vindt het Justitieel Vierpartijenoverleg (JVO) plaats waaraan naast mijn ambtsgenoot van Veiligheid en Justitie eveneens de ministers van Justitie van vorenstaande landen en Aruba deelnemen. Bij die gelegenheid wordt gesproken over de invulling die wordt gegeven aan de samenwerking in Koninkrijksverband op het terrein van de rechtshandhaving. Op 1 juni jongstleden vond het laatste JVO plaats in Nederland waarover ik u binnenkort nader zal informeren. Ten aanzien van het gevangeniswezen is tijdens die bijeenkomst gesproken over het «gedetineerden recherche informatiepunt» (GRIP), dat voorziet in de uitwisseling van informatie tussen de openbare ministeries, politie en het gevangeniswezen bij de overdracht van gedetineerden binnen het Koninkrijk.

Vraag 4 en 5

In hoeverre bent u het met de onderzoekers van het genoemde rapport eens dat het vrijwel onmogelijk is voor Curaçao en Sint Maarten om de detentiefaciliteiten zonder hulp van buitenaf op de CPT-normen te brengen?

Welke rol ziet u hier voor het Koninkrijk der Nederlanden?

Antwoord 4 en 5

Binnen de context van de autonome verantwoordelijkheid van Curaçao en Sint Maarten levert Nederland incidenteel ondersteuning aan detentiefaciliteiten aan voornoemde landen. Dit gebeurt op verzoek van de Caribische landen. Ten aanzien van Sint Maarten verwijs ik u tevens naar mijn brief betreffende samenwerkingsregeling waarborging plannen van aanpak landstaken Sint Maarten van 19 mei 2016 (Kamerstuk 34 300-IV, nr. 61).

Vraag 6

In hoeverre komt het genoemde evaluatierapport overeen met de daadwerkelijke situatie op Curaçao en Sint Maarten?

Antwoord 6

Ik heb geen reden om aan te nemen dat dat beeld niet accuraat zou zijn.

Naar boven