Vragen van het lid Jasper vanDijk (SP) aan de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
over protest tegen het bestuur van de Universiteit van Amsterdam (UvA) en de Hogeschool
van Amsterdam (HvA) (ingezonden 14 april 2016).
Mededeling van Minister Bussemaker (Onderwijs, Cultuur en Wetenschap) (ontvangen 9 juni
2016).
Vraag 1
Wat is uw oordeel over het bericht «Raad van Toezicht onder druk»?1
Vraag 2
Deelt u de opvatting in de brandbrief van Decanen, Centrale Ondernemingsraad en Centrale
Studentenraad dat de samenwerking tussen de UvA en de HvA mislukt is?
Vraag 3
Bent u het eens met het pleidooi dat de UvA en de HvA weer een eigen bestuur moeten
krijgen? Zo nee, waarom niet?
Vraag 4
Kunt u zich voorstellen dat studenten, docenten en decanen bezwaar maken tegen de
onhoudbare span of control, waarbij één bestuur leiding geeft aan 85.000 studenten,
9.000 medewerkers en een budget van 1,1 miljard euro?
Vraag 5
Deelt u de mening dat de twee nieuw aan te stellen bestuurders «door hun hoeven zullen
zakken» als niet eerst een nieuwe bestuursstructuur voor UvA en HvA wordt neergezet?2
Vraag 6
Erkent u dat de auteurs van de brandbrief het eens zijn met de analyse van oud-bestuurder
Amman, dat de bestuurlijke samenwerking geleid heeft tot een onwerkbare situatie?
Vraag 7
Hoe kunt u in antwoord op eerdere vragen beweren dat er «geen conflict» is tussen
de heer Amman en de voorzitter van de Raad van Toezicht?3 Heeft u de heer Amman gesproken of heeft u deze veronderstelling overgenomen uit
een persbericht van de voorlichtingsdienst van de UvA?4
Vraag 8
Bent u bereid te erkennen dat de Centrale Ondernemingsraad niet akkoord is gegaan
met de procedure voor de benoeming van de nieuwe bestuurders van de UvA? Zo ja, hoe
kunt u in antwoord op bovengenoemde schriftelijke vragen stellen dat de medezeggenschap
goed is betrokken bij de benoemingsprocedure?
Vraag 9
Deelt u de mening dat het draagvlak voor de bestuurlijke samenwerking UvA/HvA tot
het nulpunt is gedaald als studenten, docenten en decanen in een brandbrief pleiten
voor een ontvlechting? Zo ja, bent u bereid hun pleidooi te ondersteunen?
Vraag 10
Is de positie van de voorzitter van de Raad van Toezicht nog houdbaar als medezeggenschapsraden
van studenten en docenten en decanen het vertrouwen in hem opzeggen? Indien zijn positie
onhoudbaar is geworden, wat voor maatregelen gaat u nemen? Indien hij wat u betreft
kan blijven zitten, hoeveel ongenoegen moet er nog bijkomen voordat u gaat ingrijpen?
Vraag 11
Laat u zich inspireren door deze opvatting van Arnoud Boot: «Voor iedereen die normaal
nadacht en niet verkrampt is door een megalomaan wereldbeeld, is al lang duidelijk
dat er geen enkele meerwaarde te realiseren is met de bestuurlijke samenwerking tussen
UvA en HvA. Nu al meer dan twaalf jaar lang verlamt deze samenwerking het functioneren
van beide instellingen die gewoon niet bij elkaar passen en samen een omvang en complexiteit
hebben die onhandelbaar is.»?5
Vraag 12
Hoe oordeelt u over de brief van Humanities Rally en De Nieuwe Universiteit met een
aanklacht tegen het old boys network dat het bestuur van UvA/HvA vormt? Zijn alle
genoemde combinaties van (neven)functies toegestaan?6
Vraag 13
Is het geoorloofd dat een lid van de Raad van Toezicht van de HvA, tevens bestuurder
is van Stichting Aandelenbeheer BAM Groep, de uitvoerder van de bouw van de nieuwe
campussen van de UvA? Zo ja, vindt u deze combinatie van functies verstandig?
Vraag 14
Bent bereid om te erkennen dat de bestuurlijke samenwerking tussen de UvA en de HvA
ondoordacht is geweest? Zo ja, neemt u het initiatief tot ontvlechting?
Mededeling
De afgelopen weken heb ik twee sets Kamervragen ontvangen over de UvA:
Op 14 april ontving ik vragen van het lid Jasper van Dijk (SP) over protest tegen
het bestuur van de Universiteit van Amsterdam (UvA) en de Hogeschool van Amsterdam
(HvA) met kenmerk 2016Z07662.
Op 25 april ontving ik vragen van het lid Jasper van Dijk (SP) over de omstreden benoeming
van de voorzitter van de Raad van Toezicht van de Universiteit van Amsterdam (UvA)
en de Hogeschool van Amsterdam (HvA) (Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2015–2016,
nr. 2787).
De beantwoording van de vragen vergt meer tijd omdat ik met diverse partijen wil spreken
om mij een goed oordeel te vormen.
Vanwege de grote raakvlakken tussen deze twee sets met Kamervragen wil ik de beantwoording
hiervan tegelijkertijd afdoen, zodat ik uw Kamer in één keer volledig kan informeren.
X Noot
3Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2015–2016, nr. 2269