Vragen van het lid Leijten (SP) aan de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport over opsporingscapaciteit voor pgb-fraude (ingezonden 11 mei 2016).

Mededeling van Staatssecretaris Van Rijn (Volksgezondheid, Welzijn en Sport) (ontvangen 31 mei 2016).

Vraag 1

Bent u het er mee eens dat voor een goede en serieuze bestrijding van fraude met persoonsgebonden budgetten er voldoende opsporingscapaciteit beschikbaar moet zijn?1

Vraag 2

Kunt u een overzicht aan de Kamer sturen met daarin helder weergegeven

  • welke organisaties betrokken zijn bij het opsporen van fraude met persoonsgebonden budgetten,

  • welke rol de betreffende partijen spelen in het opsporen van fraude,

  • hoeveel FTE elke betrokken partij beschikbaar heeft voor het opsporen van fraude en

  • hoe zij precies samenwerken in geval van samenloop van fraudeonderzoek?

Vraag 3

Bent u van mening dat de capaciteit die beschikbaar is bij de verschillende betrokken partijen om pgb-fraude op te sporen voldoende is? Zo ja, kunt u dat onderbouwen? Zo nee, wat gaat u hieraan doen?

Vraag 4

Hoeveel zaken hebben de verschillende instanties in onderzoek, hoeveel zaken zijn er inmiddels afgerond en met welk resultaat?

Vraag 5

Kunt u een overzicht geven hoeveel fraudesignalen er bij de verschillende instanties zijn binnengekomen en hoeveel daarvan in onderzoek zijn genomen?

Mededeling

De vragen van het Kamerlid Leijten (SP) over opsporingscapaciteit voor pgb-fraude (2016Z09187) kunnen tot mijn spijt niet binnen de gebruikelijke termijn worden beantwoord.

De reden van het uitstel is dat nog niet alle benodigde informatie beschikbaar is.

Ik zal u zo spoedig mogelijk de antwoorden op de Kamervragen doen toekomen.

Naar boven