Vragen van de leden Leijten en Van Gerven (beiden SP) aan de Minister van Volksgezondheid,
Welzijn en Sport over het bericht «Maxima Medisch Centrum verzwijgt calamiteit voor
inspectie» (ingezonden 21 april 2016).
Antwoord van Minister Schippers (Volksgezondheid, Welzijn en Sport) (ontvangen 31 mei
2016). Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2015–2016, nr. 2485.
Vraag 1, 3
Wat is uw reactie op het bericht «Maxima Medisch Centrum verzwijgt calamiteit voor
inspectie»?1
Wat is uw reactie op de opmerking c.q. afweging van het Maxima Medisch Centrum dat
zij de calamiteit niet heeft gemeld bij de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ)
omdat volgens hen de fout bij de patholoog anatoom lag die niet verbonden was aan
het ziekenhuis? Zijn op dit gebied de regels voldoende helder?
Antwoord 1, 3
Ik vind het betreurenswaardig dat het Maxima Medisch Centrum (MMC) de betreffende
calamiteit niet onverwijld bij de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ), heeft gemeld.
Openheid en veiligheid zijn belangrijke pijlers van het vertrouwen in goede zorg en
onmisbaar voor een goed werkend zorgsysteem. Dat er in de zorg fouten worden gemaakt
is niet te vermijden. Het is wel zaak dat hiervan wordt geleerd om herhaling te voorkomen.
Dat kan alleen wanneer zorgaanbieders openheid als kernwaarde omarmen en faciliteren.
Ongeacht of het ziekenhuis werkt met medewerkers in loondienst of medewerkers die
in opdracht werken, het ziekenhuis blijft, als zorgaanbieder in de zin van de Wet
kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz), eindverantwoordelijk voor de kwaliteit
en veiligheid van de geboden zorg en in geval van een calamiteit wettelijk verplicht
om dit bij de IGZ te melden. Het ziekenhuis heeft op dit punt een verkeerde afweging
gemaakt en heeft daarvoor richting de patiënt en de inspectie inmiddels haar excuses
aangeboden.
Naar aanleiding van de melding door de patiënt bij de inspectie in april 2013, heeft
de IGZ de zaak onderzocht. Onderdeel van dit onderzoek waren gesprekken met patiënt
zelf, de betrokken arts, het ziekenhuis en een oordeel van een externe deskundige
over het handelen van de arts. De inspectie heeft naar aanleiding van haar onderzoek
naar deze calamiteit het handelen van de arts ter toetsing voorgelegd aan de tuchtrechter.
In januari van dit jaar legde het Regionaal Tuchtcollege de arts een waarschuwing
op.
Vraag 2
Wordt mevrouw Van Dijck financieel gecompenseerd voor deze ernstige medische misser?
Zo ja, is deze compensatie al geregeld? Zo nee, waarom is er geen sprake van een financiële
compensatie? Wilt u bevorderen dat het compensatietraject voor haar geen lijdensweg
wordt?
Antwoord 2
Compensatie voor een medische fout is een civielrechtelijke kwestie tussen de patiënt
en het ziekenhuis. Ik heb daarin geen rol.
Vraag 4, 5, 6
Wat vindt u van de opmerking van de chirurg «dat hij het zo weer zou doen»? Vindt
u dit van zijn kant getuigen van het leren van gemaakte fouten?
Is deze chirurg nog steeds werkzaam bij het Maxima Medisch Centrum? Voert de chirurg,
die de onnodige operatie bij mevrouw van Dijck uitvoerde, op dit moment nog steeds
operaties uit?
Is de veiligheid voor andere patiënten in het Maxima Medisch Centrum op dit moment
gegarandeerd?
Antwoord 4, 5, 6
Zoals gezegd onder mijn antwoord op vraag 1 en 3 heeft de inspectie naar aanleiding
van haar onderzoek naar deze calamiteit het handelen van de arts ter toetsing voorgelegd
aan de tuchtrechter. In januari van dit jaar legde het Regionaal Tuchtcollege de arts
een waarschuwing op. De arts werkt op dit moment in het MMC. Er zijn zowel door het
ziekenhuis als de betrokken arts zelf maatregelen getroffen om herhaling van het gebeurde
te voorkomen en de veiligheid en kwaliteit van zorg in het MMC te waarborgen. De inspectie
ziet hier op toe.
Vraag 7
Zijn er na de excuses van het ziekenhuis daadwerkelijk meer meldingen van calamiteiten
gedaan? Wat is het beeld van de meldingsbereidheid van dit ziekenhuis?
Antwoord 7
Dit betrof een specifieke casus en of de leerpunten hieruit zullen leiden tot meer
meldingen van calamiteiten bij de IGZ door het ziekenhuis zal moeten blijken. De inspectie
ziet overigens sinds 2013 geen aanleiding om te twijfelen aan de meldingsbereidheid
van het MMC.
Vraag 8
Hoeveel tuchtzaken heeft de IGZ gevoerd na melding door een benadeelde patiënt of
familie in plaats van een melding door de zorginstelling? Kunt u een overzicht geven?
Antwoord 8
De IGZ heeft sinds 2011 28 tuchtzaken gevoerd naar aanleiding van meldingen over calamiteiten
in een ziekenhuis of particuliere kliniek. In twee gevallen was een melding van betrokken
patiënten hiervoor de aanleiding. In zeven gevallen was een melding van een andere
zorgaanbieder (die bijvoorbeeld nazorg heeft geleverd aan de patiënt) de aanleiding.
In negentien gevallen was een melding van het ziekenhuis of de particuliere kliniek
de aanleiding.
Daarnaast heeft de IGZ in drie andere situaties waarbij ze een tuchtzaak heeft gevoerd,
meldingen van patiënten en familie ontvangen die zij heeft betrokken bij een lopend
onderzoek naar het functioneren van een groep medisch specialisten. Eén van deze meldingen
betrof een calamiteit die ook bij deze tuchtzaken is betrokken.