Vragen van de leden Günal-Gezer en Eijsink (beiden PvdA) aan de Minister van Defensie
over het artikel «Onrust op het fregat» (ingezonden 29 april 2016).
Antwoord van Minister Hennis-Plasschaert (Defensie) (ontvangen 20 mei 2016).
Vraag 1
Heeft u kennisgenomen van het artikel «Onrust op fregat»?1
Vraag 2, 4, 6, 8
Kunt u aangeven of de NAVO de bijdrage aan de surveillance in de Egeïsche zee ten
behoeve van de bewaking van de Europese grenzen bestempelt als missie?
Kunt u aangeven waarom u ervoor gekozen heeft deze Nederlandse bijdrage aan de NAVO
surveillance in de Egeïsche zee te bestempelen als activiteit?
In hoeverre verschilt de huidige Nederlandse bijdrage aan de NAVO van overige Nederlandse
bijdragen aan de NAVO waardoor het verschil tussen activiteit en missie wordt gerechtvaardigd?
Wat is de door u gehanteerde definitie van «activiteit»? Wat is de door u gehanteerde
definitie van «missie»?
Antwoord 2, 4, 6, 8
De Navo heeft besloten Standing NATO Maritime Group 2 (SNMG-2) in de Egeïsche Zee in te zetten om mensensmokkelnetwerken in kaart te brengen
door middel van «reconnaissance, monitoring and surveillance». Het creëren van maritieme situational awareness is een van de taken van de staande Navo-vlootverbanden. De inzet in de Egeïsche Zee
valt binnen het bestaande takenpakket van de staande Navo-vlootverbanden en wordt
daarom door de Navo aangemerkt als een activiteit.
De Navo voert in het verdragsgebied doorlopend reguliere activiteiten uit die onder
meer zijn gericht op de geruststelling van bondgenoten, de geloofwaardige afschrikking
van potentiële tegenstanders en het verbeteren van de interoperabiliteit tussen bondgenoten.
Voorbeelden van deze activiteiten, waar Nederland periodiek aan bijdraagt, zijn Baltic Air Policing, (de gereedstelling van) de NATO Response Force (NRF) en de aanwezigheid van staande Navo-vlootverbanden in bondgenootschappelijke
wateren. Over deze activiteiten bent u geïnformeerd in mijn brief over de Nederlandse
bijdragen aan de EU Battlegroup en de NATO Response Force en de lessen van het VJTF test bed van 15 december 2015 (Kamerstuk 29 521 nr. 306). Deze doorlopende activiteiten onderscheiden zich van Navo-missies met een specifiek
mandaat, zoals KFOR in Kosovo en Resolute Support in Afghanistan.
Vraag 3
Kunt u aangeven of andere landen die een bijdrage leveren aan de NAVO surveillance
in de Egeïsche zee de bijdrage bestempelen als missie?
Antwoord 3
De inzet in de Egeïsche Zee wordt door de Navo aangemerkt als activiteit. De deelnemende
Navo-landen wijken hier niet van af.
Vraag 5
Is het waar dat vanwege de omschrijving van deze Nederlandse bijdrage aan de NAVO
als «activiteit» in plaats van als «missie», dit financiële gevolgen heeft voor de
bemanning?
Antwoord 5
De rechtspositie van de bemanning van Nederlandse schepen die meevaren in de staande
Navo-vlootverbanden voorziet in een vergoeding per etmaal als overwerkcompensatie
bij meerdaagse vaaractiviteiten. Alleen in het geval van inzet in het kader van crisisbeheersingsoperaties
is er voorzien in een hogere vergoeding per etmaal. Omdat de huidige inzet in de Egeïsche
Zee binnen het bestaande takenpakket van de Navo-vlootverbanden valt, krijgt de bemanning
een normale vergoeding voor overwerk.
Vraag 7
In hoeverre verschillen de werkzaamheden van de bemanning in deze bijdrage aan de
NAVO van de werkzaamheden bij andere bijdragen aan NAVO missies?
Antwoord 7
Zr. Ms. Van Amstel maakt deel uit van SNMG-2, een staand Navo-vlootverband dat snel
kan worden ingezet voor uiteenlopende maritieme taken. Het uitvoeren van reconnaisance, monitoring and surveillance activiteiten, zoals het schip nu doet in de Egeïsche Zee, valt binnen het bestaande
takenpakket van de staande Navo-vlootverbanden.
Vraag 9
Hebben financiële overwegingen een rol gespeeld bij het benoemen van deze NAVO bijdrage
als «activiteit' in plaats van als «missie». Zo nee, waarom niet?
Antwoord 9
Nee. De inzet in de Egeïsche Zee past binnen het bestaande takenpakket van de staande
Navo-vlootverbanden. Daarom is deze inzet door de Navo aangemerkt als activiteit en
niet als missie.
Vraag 10
Bent u bereid deze Nederlandse bijdrage alsnog te bestempelen als «missie» in plaats
van als activiteit? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 10
Nee. De Navo-schepen voeren in de Egeïsche Zee taken uit die passen binnen het bestaande
takenpakket van de staande Navo-vlootverbanden. Deze inzet wordt dus aangemerkt als
activiteit, net als de andere Nederlandse bijdragen aan reguliere Navo-activiteiten,
waaronder Baltic Air Policing, de NRF en de andere Navo-vlootverbanden.
Vraag 11
Kunt u, met het oog op de aankomende debatten, deze vragen binnen 2 weken beantwoorden?
Antwoord 11
Helaas is het niet mogelijk gebleken deze vragen binnen twee weken te beantwoorden.