Aanhangsel van de Handelingen

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarNummerDatum ontvangst
Tweede Kamer der Staten-Generaal2015-20162479

Vragen van het lid Dijkgraaf (SGP) aan de Minister van Infrastructuur en Milieu over de onderbouwing van landelijke emissiecijfers voor erfafspoeling en riooloverstorten (ingezonden 8 april 2016).

Mededeling van Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus (Infrastructuur en Milieu) (ontvangen 29 april 2016).

Vraag 1

Heeft u kennisgenomen van het bericht «Boerenerf tienmaal vuiler dan riooloverstort»?1

Vraag 2

Is de veronderstelling juist dat de landelijke emissiecijfers voor erfafspoeling gebaseerd zijn op slechts één serie metingen in 2008 bij negentien veehouderijbedrijven?

Vraag 3

Geeft deze heel beperkte dataset volgens u een representatief beeld van de landelijke emissie door erfafspoeling?

Vraag 4

Deelt u de analyse dat de landelijke emissiecijfers voor erfafspoeling onwaarschijnlijk hoog zijn?

Vraag 5

Hoe gaat u zorgen voor betrouwbare emissiecijfers voor erfafspoeling?

Vraag 6

Op welke wijze worden de landelijke emissiecijfers voor lozingen van stikstof en fosfaat door riooloverstorten vastgesteld?

Vraag 7

Waarom is in dit geval geen gebruikgemaakt van beschikbare meetgegevens?

Vraag 8

Deelt u de analyse dat de beschikbare meetgegevens over lozingen van stikstof en fosfaat door riooloverstorten erop wijzen dat de genoemde emissiecijfers de landelijke emissie ruimschoots onderschatten?

Vraag 9

In hoeverre houden gemeenten zich aan de richtlijnen voor lozingen door riooloverstorten?

Vraag 10

Is de veronderstelling juist dat riooloverstorten op regionaal en lokaal niveau een significante bijdrage leveren aan problemen met waterkwaliteit?

Vraag 11

Welke maatregelen worden genomen om de emissie van stikstof en fosfaat door erfafspoeling en riooloverstorten te beperken?

Vraag 12

Wat is het verwachte effect hiervan?

Mededeling

Het lid Dijkgraaf (SGP) heeft mij vragen gesteld over de onderbouwing van landelijke emissiecijfers voor erfafspoeling en riooloverstorten (ingezonden 8 april 2016). Daarnaast heeft de Vaste Kamercommissie voor Infrastructuur en Milieu mij en de staatsecretaris van Economische Zaken gevraagd om, mede in het kader van de evaluatie van de Meststoffenwet, gezamenlijk een reactie te geven op het rapport «Waterkwaliteit en veehouderij – Huidige knelpunten vragen om andere oplossingen» (ingezonden 13 april 2016).

Vanwege de inhoudelijke samenhang tussen deze vragen en het rapport acht ik het van belang dat uw Kamer ook in samenhang wordt geïnformeerd. Daarvoor is afstemming tussen de ministeries van Infrastructuur en Milieu en Economische Zaken nodig. Ik streef er naar om u de antwoorden op de vragen van het lid Dijkgraaf en de gevraagde reactie na het mei-reces zo spoedig mogelijk toe te sturen.


X Noot
1

Vakblad V-Focus; april 2016; p. 4–9