Vragen van de leden PieterHeerma en Rog (beiden CDA) aan de Ministers van Sociale
Zaken en Werkgelegenheid en van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap over het ontzeggen
van een tolkvoorziening aan een dove student aan een Hogeschool (ingezonden 19 februari
2016).
Antwoord van Staatssecretaris Klijnsma (Sociale Zaken en Werkgelegenheid), mede namens
de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (ontvangen 2 mei 2016).
Vraag 1
Heeft u kennisgenomen van het bericht dat aan een werkloze student van de Hogeschool
Fontys de voorziening voor een tolk Nederlandse Gebarentaal is ontzegd, omdat hij
de leeftijd van 30 jaar heeft bereikt?1
Antwoord 1
Ja, hiervan heb ik kennis genomen.
Vraag 2
Is het waar dat een student op grond van de Wet overige onderwijssubsidies (WOOS)
recht heeft op een tolk Nederlandse Gebarentaal of een schrijftolk, maar dat dit recht
ophoudt als de student 30 jaar wordt?
Antwoord 2
Het Ministerie van OCW hanteert in algemene zin een leeftijdsgrens van 30 jaar voor
het verstrekken van een tolk in het onderwijs. Vanaf de leeftijdsgrens van 30 jaar
komt de verantwoordelijkheid voor onderwijs bij de persoon te liggen en niet meer
bij het Ministerie van OCW. Het uitgangspunt daarbij is dat een persoon voor die leeftijd
in staat moet zijn om een initiële opleiding te voltooien. Vanaf 30 jaar is er sprake
van een individuele verantwoordelijkheid.
Mensen van 30 jaar en ouder kunnen onder bepaalde voorwaarden in aanmerking komen
voor een doventolk om een opleiding te kunnen volgen. Zo kan in het kader van het
bevorderen van de re-integratiekansen in het arbeidsproces UWV een tolk vergoeden.
Hieraan zijn voorwaarden verbonden, zoals het hebben van toestemming van UWV om de
opleiding met behoud van een uitkering te mogen volgen. Ook de gemeente kan in het
kader van de Participatiewet een tolk vergoeden. Daarbij kan het ook gaan om een tolk
ten behoeve van een opleiding die iemand volgt in het kader van zijn werk.
Vraag 3
Deelt u de mening van deze leden dat werkloosheid zoveel mogelijk bestreden moet worden
en dat dove werklozen net als andere werklozen in de gelegenheid gesteld moeten worden
om een opleiding te volgen die hen perspectief op werk biedt, ongeacht leeftijd?
Antwoord 3
Ik deel de mening dat werkloosheid zoveel mogelijk bestreden moet worden en ten behoeve
daarvan door werklozen zo nodig een opleiding kan worden gevolgd. Dit geldt ook door
mensen die doof zijn. Zowel de Wet WIA als de Wajong bieden de mogelijkheid om voor
het volgen van een opleiding een tolk in te zetten, ongeacht de leeftijd van de desbetreffende
persoon. UWV beoordeelt wel eerst of de opleiding noodzakelijk is voor het verkrijgen
van werk. Voorts hanteert UWV het beleid dat een scholing in principe maximaal één
jaar kan duren. In individuele gevallen kan een scholing van langere duur worden toegestaan,
maar niet meer dan twee jaar.
Gaat het om iemand voor wiens arbeidsinschakeling een gemeente op grond van de Participatiewet
verantwoordelijk is, dan kan op grond van de Landelijke regeling tolkvoorziening voor
mensen met een zintuiglijke beperking 2015 van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten
(VNG) een tolk bij de ondersteuning in werk worden ingezet. UWV voert deze regeling
uit voor de gemeenten.
Vraag 4
Hoe verhoudt in dit verband de Wet WOOS zich naar uw oordeel tot het nieuwe leenstelsel,
waar de leeftijdsgrens van 30 jaar niet langer van toepassing is?
Antwoord 4
De Wet WOOS en het nieuwe leenstelsel sluiten op elkaar aan. Zoals beschreven in het
antwoord op vraag 2 is er voor de tolkvoorzieningen een leeftijdsgrens van in principe
30 jaar omdat dan de verantwoordelijkheid voor onderwijs van het Ministerie van OCW
zich naar de burger verplaatst. Ditzelfde geldt ook bij de studiefinanciering.
De leeftijdsgrens van 30 jaar voor het aanvragen van studiefinanciering is in het
nieuwe stelsel nog steeds van toepassing. Vanaf studiejaar 2017/2018 bestaat daarnaast
de mogelijkheid om tot 55 jaar geld te lenen voor een studie. Het gaat hier echter
enkel om een krediet voor het betalen van collegegeld of lesgeld en dus niet om overige
noodzakelijke kosten die gemaakt moeten worden voor het kunnen volgen van onderwijs,
zoals levensonderhoud, reiskosten en in sommige gevallen een tolk, aangepast vervoer
of een brailleregel.
Vraag 5 en 6
Bent u voornemens om analoog aan het nieuw ingevoerde leenstelsel voor studenten,
de leeftijdsgrens van 30 voor studenten die werkloos zijn te schrappen uit de wet
WOOS, zodat zij perspectief krijgen op werk?
Zo neen, welke maatregelen gaat u dan nemen om te voorkomen dat dove werklozen van
30 jaar en ouder de toegang tot het onderwijs wordt belemmerd?
Antwoord 5 en 6
De leeftijdsgrens van 30 jaar blijft met bovenstaande onderbouwing gehandhaafd in
de WOOS. Vanaf 30 jaar zijn in specifieke gevallen mogelijkheden om voor een vergoeding
van een tolk in aanmerking te komen (zie ook mijn antwoord op uw vragen 2 en2.
De ondersteuning van doven in hun (arbeids)participatie heeft mijn volle aandacht.
Binnenkort overleg ik met het Dovenschap. Samen met mijn ambtsgenoten van OCW en VWS
onderzoeken wij de mogelijkheden voor harmonisatie van dovenregelingen in de verschillende
domeinen. Dit onderzoek is in de afrondende fase. Ik verwacht in samenwerking met
OCW en VWS deze zomer aan uw Kamer een beleidsreactie op de resultaten te kunnen toezenden.
X Noot
1Persbericht Dovenschap, 12 februari 2016
X Noot
2Persbericht Dovenschap, 12 februari 2016