Vragen van het lid Bergkamp (D66) aan de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn
en Sport over het bericht dat artsen die kinderen antidepressiva voorschrijven vaak
niet de geldende richtlijn volgen (ingezonden 31 maart 2016).
Antwoord van Staatssecretaris Van Rijn (Volksgezondheid, Welzijn en Sport) (ontvangen
2 mei 2016). Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2015–2016, nr. 2281.
Vraag 1
Bent u bekend met het artikel «Antidepressiva jeugd vaak niet volgens richtlijn» en
het persbericht «Voorschrijfgedrag artsen antidepressiva aan jongeren niet volgens
richtlijn»?1 2
Vraag 2 en 3
Wat is uw reactie op de constatering dat Nederlandse artsen zich geregeld niet aan
de richtlijn zouden houden wanneer zij antidepressiva voorschrijven aan kinderen en
jongeren? Heeft u inzicht hoe vaak dit voorkomt? Zo nee, bent u bereid dit te onderzoeken?
Kunt u aangeven om welke richtlijn dit expliciet gaat, en hoe deze richtlijn luidt?
Zo nee, waarom niet?
Antwoord 2 en 3
Uit het Groningse prescriptie-database onderzoek, waarnaar in het persbericht van
het Universitair Medisch Centrum Groningen (UMCG)3 wordt verwezen, blijkt dat minder dan 20 procent van de jongeren het middel fluoxetine
als startmedicatie kreeg voorgeschreven, ook na de publicatie van de multidisciplinaire
richtlijn jeugd. De richtlijn waarom het gaat betreft de multidisciplinaire richtlijn
Depressie bij Jeugd Addendum (2009).4
Het is voor artsen mogelijk om gemotiveerd van de in richtlijnen en in standaarden
aanbevolen behandeling af te wijken. Er is geen integraal inzicht in de mate waarin
artsen antidepressiva bij jeugdigen richtlijnconform voorschrijven, omdat hiervan
geen structurele data of gegevens beschikbaar zijn. Uit het Groningse onderzoek blijkt
nu dat dit in de praktijk klaarblijkelijk wel vaak voorkomt. Het behoort tot de professionele
verantwoordelijkheid van de arts in welke specifieke gevallen hiervoor voldoende redenen
aanwezig zijn. Uit het onderzoek wordt niet direct duidelijk wat de redenen van artsen
zijn.
Ik zal de uitkomsten van het onderzoek met de NVvP bespreken.
Vraag 4
Welke verklaring kunt u geven voor de overstap van sommige artsen in hun voorschriften
van het middel paroxetine op het middel citalopram, in plaats van het richtlijn conforme
fluoxetine?
Antwoord 4
Ik heb hiervoor navraag gedaan bij het Nederlands Huisartsen Genootschap (NHG) en
de Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie (NVvP). Volgens het NHG en de NVvP heeft
dit mogelijk te maken met de omstandigheid dat citalopram in druppelvorm (1 druppel
is 2 mg) op de markt is, waarmee de hoeveelheid van het geneesmiddel eenvoudig gedoseerd
kan worden. Ook kan de omstandigheid een rol spelen dat citalopram dezelfde werking,
maar minder bijwerkingen heeft. Overigens wordt citalopram als tweede antidepressivum
in de multidisciplinaire richtlijn Depressie bij Jeugd Addendum (2009) aanbevolen.
Vraag 5 en 6
In hoeverre kunt u een verklaring geven voor het feit dat de laagst verkrijgbare dosering
van fluoxetine in Nederland 20mg bedraagt, terwijl kinderen en jongeren volgens de
richtlijn een lagere dosering van dit middel nodig hebben?
Deelt u de mening dat het belangrijk is dat artsen onbelemmerd toegang hebben tot
de juiste dosering van de in de richtlijn opgenomen geneesmiddelen? Zo ja, op welke
manier wilt u dit faciliteren? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 5 en 6
Ik ben van mening dat het belangrijk is dat artsen onbelemmerd toegang hebben tot
de juiste dosering van geneesmiddelen die in de richtlijnen zijn vermeld, maar tegelijkertijd
moet ik constateren dat dit in de praktijk niet altijd mogelijk is, omdat de productie
van verschillende doseringen van bepaalde geneesmiddelen een keuze is van de farmaceutische
producent.
Overigens zijn er tabletten van fluoxetine van 20 milligram (mg) met een breukgleuf
beschikbaar die gebroken kunnen worden in doseringen van 10 mg. Bij lagere doseringen
(in het kinderformularium wordt een dosering van 5 mg vermeld) bestaat de mogelijkheid
dat apotheken via zogeheten magistrale bereidingen capsules met lagere dosering dan
10 mg maken voor hun patiënten.
Vraag 7
Deelt u de constatering, zoals weergegeven in de bijgevoegde bronnen, dat artsen beter
bewust gemaakt moeten worden van het belang van het voorschrijven volgens de richtlijn?
Zo ja, bent u bereid hierover met betrokken artsenorganisaties, zoals de Landelijke
Huisartsen Vereniging (LHV), in gesprek te gaan om te bekijken op welke manier dit
gerealiseerd kan worden? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 7
In het algemeen worden kinderen met depressieverschijnselen door huisartsen doorverwezen
naar kinder- en jeugdpsychiaters.
Uit navraag bij de NVvP blijkt dat bewustwording van het voorschrijven volgens de
vigerende richtlijnen door de NVvP als een belangrijk aandachtspunt wordt gezien,
waaraan zowel in de opleiding tot psychiater, als in de reguliere kwaliteitscyclus
(door middel van kwaliteitsvisitaties), aandacht wordt besteed. Ik zal met het NHG
en de NVvP in overleg gaan om dit punt nogmaals onder de aandacht van de beroepsgroepen
te brengen.