Vragen van de leden Van Klaveren en Bontes (beiden Groep Bontes/Van Klaveren) aan
de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap over het zwichten van een school
voor homohaat (ingezonden 19 april 2016).
Antwoord van Minister Bussemaker (Onderwijs, Cultuur en Wetenschap), mede namens de
Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (ontvangen 2 mei 2016).
Vraag 1
Heeft u kennisgenomen van het artikel «Homo-leerling uit klas gezet na pesterijen»?1
Vraag 2
Is het waar dat een leerling die structureel geïntimideerd en gepest is vanwege zijn
geaardheid, uit de klas is geplaatst?
Antwoord 2
In algemene zin ben ik van mening dat slachtoffers niet herplaats moeten worden, maar
daders gestraft moeten worden. In dit specifieke geval lag de, de feitelijke situatie
echter genuanceerder en ingewikkelder. De weergave van het artikel herken ik daarom
niet. Toen de betrokken leerling vorig jaar uit de kast kwam, leidde dat niet tot
pesterijen, maar is daar juist goed op gereageerd. Pas onlangs is sprake geweest van
pesterijen, dit kwam dus niet structureel voor. De school heeft conform haar beleid
gekozen voor een pedagogische benadering, waarbij met de leerlingen en hun ouders
is gesproken. In overleg met de moeder, is de jongen tijdelijk in een tussenvoorziening
op school geplaatst. Op dit moment wordt bekeken welke klas of opleiding het beste
bij hem past. Die keuze wordt bepaald door het cognitieve niveau en de wensen van
de leerling, de maatregel is niet als straf bedoeld en niet primair gerelateerd aan
het pestincident.
Vraag 3
In hoeverre deelt u de visie dat hier sprake is van de omgekeerde wereld, en niet
het slachtoffer uit de klas, maar de dader(s) van school verwijderd dienen te worden?
Antwoord 3
Naar aanleiding van het pestincident en de klappen die de jongen heeft uitgedeeld,
zijn beiden een dag geschorst geweest. In deze specifieke situatie speelden meerdere
zaken mee. Gezien ook de verdere aanpak van de school (zie antwoord op vraag 4) vind
ik niet dat hier sprake is van de omgekeerde wereld.
Vraag 4
Welke maatregelen bent u voornemens te treffen om er voor te zorgen dat scholen, ook
specifiek de school in kwestie, niet zwichten voor homohaat, maar dat zij dit probleem
krachtig – en dus niet alleen op papier – bestrijden?
Antwoord 4
De Wet veiligheid op school is met ingang van 1 augustus 2015 van kracht en verplicht
scholen werk te maken van de sociale veiligheid op school. Scholen zijn verplicht
om veiligheidsbeleid te voeren, de veiligheidsbeleving van leerlingen jaarlijks te
monitoren en om een persoon het beleid tegen pesten te laten coördineren en tevens
te fungeren als aanspreekpunt voor ouders en leerlingen. De sectorraden ondersteunen
scholen samen met Stichting School en Veiligheid bij de invulling van de wettelijke
randvoorwaarden. De Inspectie van het onderwijs (hierna inspectie) geeft scholen een
jaar de tijd voor implementatie en start aankomend schooljaar met handhaving.
Daarnaast zijn sinds december 2012 de kerndoelonderdelen seksualiteit en seksuele
diversiteit ingevoerd in het primair en het voortgezet onderwijs. Dat betekent dat
scholen verplicht zijn hun leerlingen te leren over respectvolle omgang met seksualiteit
en diversiteit. Om scholen te helpen bij de invulling van deze kerndoelonderdelen
heeft de Stichting Leerplanontwikkeling in opdracht van OCW een leerplanvoorstel gemaakt
met een uitwerking per schoolsoort en leeftijdsgroep, en een overzicht van het mogelijke
lesmateriaal. De inspectie voert op dit moment op mijn verzoek een onderzoek uit naar
de invulling die scholen geven aan seksualiteit (waaronder seksuele weerbaarheid)
en seksuele diversiteit. De uitkomsten van het onderzoek worden deze zomer naar de
Tweede Kamer wordt gestuurd. De inspectie bezoekt in het kader van reguliere, geplande
onderzoeken binnenkort ook deze school. Daarin zal ook het veiligheidsbeleid, zowel
curatief als preventief, aan de orde komen.
De inspectie heeft naar aanleiding van dit voorval ook contact gehad met de school
in Coevorden. Daaruit blijkt dat de school zeker niet «zwicht voor homohaat»: alle
leerlingbegeleiders en directieleden hebben voorlichting gehad over seksuele diversiteit
en ook in de klas wordt voorlichting gegeven en worden gesprekken gevoerd over seksuele
diversiteit. De school doet dit in overleg met het COC Groningen. Ook naar aanleiding
van dit incident overlegt de school binnenkort met het COC Groningen wat zij nog beter
had kunnen doen. Daarnaast geeft de school voorlichting aan leerlingen over het gebruik
en de gevaren van sociale media.
Vraag 5
Ziet u de parallel met de wens van «zachte krachten» in de samenleving om ook bedreigde
homo's in asielzoekerscentra over te plaatsen, in plaats van de daders aan te pakken?
Zo nee, het betreft toch in beide gevallen homohaat en een zwichtende autoriteit?
Antwoord 5
Nee, de situatie van jongeren in een Nederlandse klas vind ik niet goed vergelijkbaar
met de situatie van asielzoekers in de noodopvang. Bovendien is de tijdelijke overplaatsing
van LHBT asielzoekers nadrukkelijk op hun eigen verzoek geweest. Daarnaast worden
daders wel degelijk aangepakt. Ik verwijs u naar de brief die de Staatssecretaris
van Veiligheid en Justitie mede namens mij op 31 maart jl. naar de Kamer heeft gestuurd,
over de aangescherpte aanpak van overlast gevende asielzoekers. Discriminatie en bedreiging
van medebewoners, medewerkers of vrijwilligers wordt niet getolereerd (Kamerstuk 19637,
nr. 33042).