Vraag 1
Bent u bekend met het adviesrapport van de Raad voor Regionaal Veevoer «Naar 100%
regionaal eiwit – Kansen en knelpunten voor eiwitrijke veevoergrondstoffen», waarin
aanbevelingen worden gedaan over hoe we in Nederland kunnen komen tot meer gebruik
van regionaal geteeld eiwitrijk veevoer?1
Vraag 2, 3, 4
Wat is uw reactie op dit rapport?
Kunt u reageren op de aanbevelingen gericht aan de overheid (pagina 4 van het rapport)?
Welke aanbevelingen gaat u overnemen?
Bent u bereid om een «eiwitvisie» op te stellen met daarbij een duidelijke en ambitieuze
doelstelling voor de teelt van eiwithoudende gewassen in Nederland en de rest van
Europa?
Antwoord 2, 3, 4
Ik onderschrijf dat met de productie van regionale teelt en afzet van eiwitgewassen
meer kan worden bijgedragen aan het verbeteren van de regionale kringloop, de beschikbaarheid
van grondstoffen en de eiwittransitie. En dat daarvoor ook in Nederland mogelijkheden
zijn.
In het rapport wordt een heldere uiteenzetting gegeven over de voorwaarden die hiervoor
gelden, hoewel niet alle aannames door het kabinet worden gedeeld. Ik constateer met
het rapport dat een brede ketenaanpak essentieel is om dit te realiseren.
Het kabinet heeft in de reactie op het advies van de Wetenschappelijke Raad voor het
Regeringsbeleid (WRR), «Naar een voedselbeleid», aangegeven minder afhankelijk van
import van eiwitgewassen te willen worden en in Europa ruimte te zien voor meer regionale
teelt en afzet van eiwitgewassen (Kamerstuk 31 532, nr. 156, dd. 30 oktober 2015). Het kabinet heeft bedrijfsleven, consumenten en maatschappelijke
organisaties uitgenodigd om dit aspect in de bredere voedselagenda verder vorm te
geven en de uitvoering ervan te versnellen. In het najaar van 2016 zal het kabinet
aan uw Kamer rapport uitbrengen over concrete invulling van activiteiten, voortgang
en resultaten van dit voedselbeleid.
Zoals het rapport aangeeft, is voor de ontwikkeling naar meer regionale teelt en afzet
van eiwitgewassen extra onderzoek nodig naar geschikte rassen, teeltoptimalisatie
en verwerking. Ik wil dit met het topsectorenbeleid faciliteren door focus te geven
aan investeringen in veredeling, verbetering teelt en oogstmaatregelen en verwerking
van innovatieve eiwitteelten en -producten. Verder wil ik, in lijn met de aanbevelingen
van het rapport, samen met het bedrijfsleven en de Topsectoren Agri&Food en Tuinbouw&Uitgangsmateriaal
overleggen of en zo ja, welke nieuwe initiatieven voor publiek private samenwerking
opgestart kunnen worden. Het heeft mijn voorkeur tot ketenbrede initiatieven te komen,
zodat er marktconforme eindproducten ontstaan en er in alle onderdelen sprake kan
zijn van een rendabele productie met een eerlijke prijs voor de boer.
Voor wat betreft de aanbevelingen die gaan over directe overheidssturing op de teelt
van eiwit, ben ik van mening dat producten met name daar geteeld moeten worden waar
dat economisch gezien het beste kan met in achtneming van randvoorwaarden als duurzaamheid.
Dat kan zeker ook in Nederland zijn. Daartoe dienen gewassen aangepast te worden en
de teelt geoptimaliseerd, zodanig dat het economisch rendabeler wordt ze op te nemen
in het teeltplan van Nederlandse telers. Het creëren van een markt voor en op de Nederlandse
markt brengen van regionaal geteelt eiwitrijke gewassen, zal naar verwachting in een
langzamer tempo gaan dan het rapport voor ogen heeft.